Ondernemer hoeft het opvangpakket dat de consument wil niet te leveren

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Kinderopvang    Categorie: Contract    Jaartal: 2015
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 2014-84377

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

De ondernemer heeft de vrijheid om te bepalen welke opvangpakketten zij aan wil bieden en welke prijs zij wenst te hanteren. De consument kan dit aanbod accepteren of weigeren.

Het geschil betreft de weigering van de ondernemer om de consument een 40-uren contract aan te bieden tegen een acceptabel uurtarief alsmede om per BSO-dag drieënhalf uur in plaats van
vierenhalf uur te berekenen.

De consument heeft zijn klacht bij brief van 1 september 2013 schriftelijk voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

Zijn kinderen zitten op de opvang bij de ondernemer. Feitelijk gaan zij hier per jaar niet meer dan 40 weken naartoe. Bovendien zijn zij er niet langer dan drieënhalf uur per dag. Desondanks is de consument gehouden een 52 weken pakket af te nemen van de ondernemer en vierenhalf uur per keer te betalen, omdat de ondernemer weigert een aan de behoeften van de consument tegemoetkomend aanbod te doen. Hij betaalt hierdoor veel meer dan noodzakelijk zou zijn.
De ondernemer heeft op enig moment wel een 46-weken pakket aangeboden, maar dat ging gepaard met een hogere uur prijs, zodat dat geen soelaas biedt. De consument heeft nog aangevoerd dat de ondernemer voor een andere locatie van haar, die maar een paar kilometer verderop zit, wel de door hem gewenste flexibiliteit biedt.

Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

Over de kwaliteit van de opvang heeft hij geen klachten. Hij vindt het alleen niet flexibel van de ondernemer en per saldo kost het hem heel veel geld.

Hij is door de ondernemer verwezen naar de centrale oudercommissie om het onderwerp op de agenda te krijgen, maar vervolgens is het daar niet op terecht gekomen.
 
De consument wil dat bepaald wordt dat de ondernemer hem een contract voor 40 weken en voor drieënhalf uren per dag moet aanbieden voor een redelijke uur prijs.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

De consument dient niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn klacht, nu hij niet eerst de interne klachtenprocedure heeft gevolgd zoals die is voorgeschreven in de algemene voorwaarden van de ondernemer. Bovendien betreft zijn klacht niet de uitvoering van de met de consument overeengekomen overeenkomst van kinderopvang, maar de wens de overeengekomen voorwaarden te wijzigen. De commissie is niet bevoegd hierover een oordeel te geven.

Inhoudelijk stelt de ondernemer dat het contract dat de consument wenst, niet behoort tot de producten die de ondernemer biedt en/of wenst te bieden, noch in omvang, noch in flexibiliteit, noch in prijs.

Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

Haar onderneming verkeert in zwaar weer en rendement technisch is het niet mogelijk een pakket aan te bieden zoals door de ondernemer gewenst. Dat zij dit op een andere locatie wel doet betekent niet dat zij gehouden zou zijn het voor deze opvang ook te doen.

Het onderwerp is bij het overleg met de centrale oudercommissie inhoudelijk niet aan de orde geweest, omdat onderliggende stukken ontbraken. Dan worden onderwerpen nooit nader besproken.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Hoezeer het standpunt van de ondernemer wellicht ook juist is, dat de consument eerst de interne klachtenprocedure had moeten volgen, zij ziet geen reden om de consument op die grond niet-ontvankelijk te verklaren. De ondernemer heeft immers tevens aangegeven dat zij, als de consument die weg zou hebben gevolgd, zijn verzoek zou hebben afgewezen, op de gronden die in het eerdere overleg door haar al aan de consument kenbaar waren gemaakt en die zij ook thans naar voren brengt. Niet valt dan ook in te zien welk belang voor haar gemoeid is met het door de consument alsnog volgen van bedoelde interne procedure. Zij kan dan ook in redelijkheid op deze voorwaarde geen beroep doen.

De commissie acht zich voorts bevoegd van het geschil kennis te nemen. Tussen partijen geldt een langdurige overeenkomst, die door de jaren heen, met het ouder worden en in andere omstandigheden geraken van de kinderen, steeds op details gewijzigd is. Het beroep van de consument op de ondernemer om binnen de raamovereenkomst tegemoet te komen aan zijn specifieke situatie en daaruit voortvloeiende opvangwensen en de weigering van de ondernemer om hem ter wille te zijn kan dan ook worden beschouwd als een geschil samenhangend met de gesloten overeenkomst.

Het door de consument verlangde wordt evenwel afgewezen. Het is de vrijheid van de ondernemer om te bepalen welke opvangpakketten zij aan wil bieden en welke prijs zij wenst te hanteren.
De consument kan dit aanbod accepteren of weigeren. Het staat hem vrij naar een andere opvang te gaan die het door hem verlangde pakket wel biedt. Dat die andere opvang misschien verder weg gelegen is of om andere redenen minder aansluit bij de wensen van de consument, maakt niet dat de ondernemer zou kunnen worden gehouden haar aanbod aan de wensen van de consument aan te passen.

De klacht is dan ook ongegrond.

De commissie beslist als volgt.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang, op 4 april 2014.