Ondernemer mag geen ruimere openingstijden in rekening brengen

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Kinderopvang    Categorie: Openingstijden    Jaartal: 2015
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 2008-KIN08-0064

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

De ondernemer dient de met de consument gesloten overeenkomst na te komen en mag geen extra kosten rekenen voor ruimere openingstijden (10 naar 10,5 uur). De consument heeft te laat geklaagd over de kosten van de feestdagen. De commissie kan hier geen uitspraak meer over doen.

Het geschil betreft de vraag of de ondernemer op grond van de tussen partijen gesloten overeenkomst bevoegd is tot wijziging van het aantal overeengekomen uren kinderopvang (berekend tegen de overeengekomen prijs per uur).   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   De consument betoogt een overeenkomst met de ondernemer gesloten te hebben voor dagopvang van zijn kind (geboren 8 maart 2005) gedurende 4 dagen per week à 10 uur per dag. De ondernemer heeft aangekondigd per 1 januari 2008 de openingstijden te wijzigen. Hij is dan ook van plan als eerste stap 10,5 uur per dag in rekening te brengen. De consument maakt geen gebruik van dat extra half uur. De ondernemer is tot wijziging niet bevoegd, nu de met hem gesloten overeenkomst gebaseerd is op een openstelling gedurende 10 uur per dag. Daarnaast vraagt de consument terugbetaling vanaf 2005 van alle dagen die door hem betaald zijn voor zover vallend op een feestdag.   De consument verlangt een ongewijzigde voortzetting van de gesloten overeenkomst.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   De ondernemer betoogt primair dat in de overeenkomst dagdelen overeengekomen zijn, geen uren. De uurprijs dient alleen als basis voor de fiscale kinderopvangtoeslag. Wat onder een dagdeel verstaan moet worden varieert per locatie. Bovendien is overeengekomen dat een afwijking van de standaard openingstijden (8 tot 13 uur en 13 tot 18 uur) met maximaal 1 uur kan plaatsvinden. De openingstijden variëren per locatie. Voor 1 januari 2008 werd de ruimere opening niet in rekening gebracht. De ondernemer heeft per 1 januari 2008 de prijs van een dagdeel zodanig gewijzigd dat deze een daadwerkelijke afgeleide is geworden van de feitelijke openingsuren van de locatie. Subsidiair betoogt de ondernemer dat de wijziging redelijk en billijk is. Voor de ondernemer is het op grond van maatschappelijke ontwikkelingen noodzakelijk tot doorvoering van het gewijzigde prijsbeleid over te gaan. Dat belang dient zwaarder te wegen dan het belang van de consument. Ten aanzien van de terugbetaling over de feestdagen beroept de ondernemer zich onder meer op niet-ontvankelijkheid van de consument.   De ondernemer verzoekt dan ook de klacht af te wijzen.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   Bepalend voor de verhouding tussen partijen is hetgeen zij met elkaar overeengekomen zijn. In de tussen hen gesloten “plaatsingsovereenkomst” zijn de AV en de Richtlijnen van de ondernemer van toepassing verklaard. In de plaatsingsovereenkomst is vermeld (artikel 2.2) dat afwijking van de standaardopeningstijden met maximaal 1 uur kan plaatsvinden. De locatie stelt vast of, en voor hoe lang, de openingstijden verruimd kunnen worden. In deze procedure is door de ondernemer bevestigd dat in de Richtlijnen van de ondernemer van voor 2008 vermeld staat dat een verruiming van de openingstijden zonder kostenberekening plaatsvindt: “De locatie stelt vast of, en voor hoe lang, de openingstijden verruimd worden, hieraan zijn geen kosten verbonden”. Nu de plaatsingsovereenkomst bepaalt dat de Richtlijnen onderdeel uitmaken van de overeenkomst, kan de ondernemer niet eenzijdig die Richtlijnen wijzigen.   Zijn betoog dat de Richtlijnen jaarlijks aan verandering onderhevig zijn, kan juist zijn, doch behoeft jaarlijks de (uitdrukkelijke of stilzwijgende) instemming van de consument. De consument is niet akkoord met de wijziging ten aanzien van de kostenberekening van de gewijzigde openingstijden. De ondernemer dient de met de consument gesloten overeenkomst na te komen.   Het betoog van de ondernemer betreffende de overeengekomen dagdelen wordt verworpen. De plaatsingsovereenkomst vermeldt weliswaar dat de ondernemer een aantal dagdelen ter beschikking stelt, doch vermeldt daarbij de openingstijden. Voorts vermeldt genoemde overeenkomst het aantal opvanguren op jaarbasis, de jaarprijs en de gemiddelde uurprijs. Voorts neemt de commissie in aanmerking dat het de consument mede zal gaan om de openstelling voor de kinderopvang. Een redelijke uitleg van de overeenkomst brengt dan ook met zich dat een kenmerkende prestatie van de ondernemer is het leveren van opvanguren. De ondernemer heeft aangekondigd per 1 januari 2008 het aantal uren te wijzigen. Nu de ondernemer het aantal uren wijzigt en de Richtlijnen bepalen dat de extra openingstijden kosteloos zijn, dient hij zich aan dat laatste te houden. Niet valt in te zien dat de redelijkheid en billijkheid met zich brengen dat onderhavige bepaling terzijde geschoven moet worden, zeker als in aanmerking genomen wordt dat de ondernemer de overeenkomst niet opgezegd heeft. Zo’n opzegging gevolgd door het aanbieden van een nieuwe plaatsing onder nieuwe voorwaarden behoorde contractueel tot de mogelijkheden.   De commissie wijst erop dat in februari 2008 [andersluidende beslissingen] gegeven zijn. Bij de behandeling van die zaken, welke op dezelfde dag heeft plaatsgevonden, is geen beroep gedaan op de Richtlijnen, althans is niet tijdens die procedure ter sprake geweest de uitdrukkelijke bepaling in de plaatsingsovereenkomst dat de Richtlijnen daarvan deel uitmaken.   De consument heeft ook nog terugbetaling gevorderd van de kosten van kinderopvang gedurende de feestdagen die vanaf 2005 zijns inziens ten onrechte in rekening gebracht zijn. De ondernemer heeft zich terzake op niet-ontvankelijkheid van de consument beroepen. Dat betoog wordt toegewezen, nu artikel 15 van de AV bepaalt – samengevat – dat klachten tijdig nadat de consument de gebreken heeft geconstateerd of heeft kunnen constateren, moeten worden ingediend, eerst bij de ondernemer. Indiening binnen twee maanden is volgens dat artikel in elk geval tijdig. Dat de twee maanden termijn onvoldoende zou zijn, is niet aannemelijk gemaakt. De consument heeft ter zitting aangegeven dat hij eerst recent de kosten van de feestdagen is gaan narekenen, hoewel hij daartoe eerder in staat was. Onder die omstandigheden kan de consument voor dat onderdeel niet meer in zijn klacht ontvangen worden.   Nu de consument grotendeels in het gelijk wordt gesteld dient de ondernemer hem het klachtengeld te vergoeden.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   De commissie verklaart de consument niet ontvankelijk in zijn klacht betreffende de terugbetaling voor de feestdagen.   De commissie bepaalt bij wijze van bindend advies dat de tussen partijen gesloten plaatsingsovereenkomst wat betreft het aantal overeengekomen uren kinderopvang ongewijzigd in stand blijft. De commissie wijst het meer of anders verlangde af.   Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 50,– aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.   Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 50,–.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang, op 21 november 2008.