Ondernemer mag overeenkomst eenzijdig wijzigen vanwege bedrijfseconomische redenen

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Kinderopvang    Categorie: Contract    Jaartal: 2015
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 2015-93540

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

De ondernemer mag de zomersluiting opheffen vanwege een betere concurrentiepositie en de bedrijfscontinuïteit. Hij hoeft de consument geen pakket op maat aan te bieden.

In geschil is de uitbreiding van het aantal opvanguren per jaar als gevolg van de opheffing van de zomersluiting.

De consument heeft met ingang van januari 2015 de in rekening gebrachte bedragen niet volledig voldaan. De consument heeft een bedrag van € 191,40 bij de commissie gedeponeerd.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt samengevat en in hoofdzaak als volgt.

Door de zomersluiting af te schaffen en daarmee het aantal opvanguren uit te breiden, heeft de ondernemer de overeenkomst eenzijdig aangepast, zonder dat sprake is van een zwaarwegend belang. Er is immers een ander scenario voor handen; de ondernemer kan de uurtarieven verhogen met 2,5 – 3%.

De ondernemer heeft misleidende informatie gegeven door te stellen dat afschaffing van de zomersluiting slechts tot een verschil van maximaal enkele tientallen euro’s zou leiden. Als gevolg van de uitbreiding van het aantal opvanguren zijn de kosten ten opzichte van 2014 voor de consument gestegen van € 6.480,– naar € 7.231,68 (11,6%) op jaarbasis voor 2 kinderen. Na verrekening van de toeslagen is het netto prijsverschil op jaarbasis € 469,71 voor 2 kinderen.
De ondernemer weigert de consument tegemoet te komen, bijvoorbeeld door het alternatieve scenario (een prijsstijging van 2,5 – 3%) toe te passen.

De consument verlangt dat de overeenkomsten worden nagekomen, dat wil zeggen dat de zomersluiting wordt gehandhaafd, onder verhoging van het uurtarief met 3%, zijnde de prijsverhoging die de ondernemer zou hebben doorgevoerd indien niet was overgegaan tot wijziging van het overeengekomen aantal uren. De consument verlangt tevens dat deze situatie gedurende de looptijd van de overeenkomsten (uiterlijk tot en met schooljaar 2019-2020) wordt gehandhaafd.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt samengevat en in hoofdzaak als volgt.

De bevoegdheid de overeenkomt te wijzigen is met de consument overeengekomen, zoals blijkt uit artikel van 15 van de Algemene Voorwaarden voor Kinderopvang, Dagopvang en Buitenschoolse opvang 2014 (AV). De ondernemer heeft zwaarwegende redenen de zomersluiting af te schaffen en dus de lopende overeenkomsten aan te passen, nu het voor het voorbestaan van de ondernemer van groot belang is om tegemoet te komen aan de wensen van haar bestaande en potentiële klanten. De kinderopvangsector heeft moeilijke jaren achter de rug. De organisatie van de ondernemer heeft de laatste 2 jaren met verlies afgesloten. Uit onderzoek, exitgesprekken en andere informatie van eigen klanten blijkt een behoefte aan grotere flexibiliteit en ontevredenheid over de zomersluiting. De ondernemer ziet zich genoodzaakt de dienstverlening aan te passen aan veranderende inzichten en maatschappelijke eisen. De ondernemer kon in redelijkheid en billijkheid dit belang zwaarder laten wegen dan het belang van 1 individuele ouder, terwijl het overigens ook in diens belang is dat de ondernemer in staat blijft kwalitatief hoogwaardige opvang te blijven bieden.
 
De ondernemer heeft de juiste stappen doorlopen en heeft een positief advies ontvangen van de oudercommissies, die de spreekbuis van de ouders zijn.

Het klopt dat de afschaffing van de zomersluiting, dus de ruimere dienstverlening leidt tot hogere jaarlasten. De prijsstijging zoals door de consument aangegeven, is echter niet juist. De maximale netto extra kosten, uitgaand van de hoogste inkomensgroep bedragen totaal € 279,60 op jaarbasis voor 2 kinderen, en bruto (dus zonder kinderopvangtoeslag) € 561,68. In aanmerking genomen dat de ondernemer anders 3% stijging van de uurtarieven had doorgevoerd.
De ondernemer kan zich niet vinden in de stelling dat sprake is van misleidende communicatie. De ondernemer heeft reeds in de eerste brief aan de ouders, van 25 augustus 2014, duidelijk gemaakt dat de jaarprijs door meer uren gedeeld gaat worden door de uitgebreidere openstelling. Dat het uurtarief gelijk zou blijven is correct en ook niet misleidend geweest. Bovendien is een aantal rekenvoorbeelden met de brief meegezonden. Ook is aangegeven dat ouders voor het nieuwe jaar een individuele offerte ontvangen met de berekening voor hun specifieke situatie. Mogelijk was deze materie niet op het eerste gezicht duidelijk voor alle ouders, maar van opzettelijke misleiding is geen sprake geweest.

De ondernemer heeft in deze geen onwrikbaar standpunt ingenomen. Steeds is getracht met de consument in gesprek te gaan en te blijven. Het is voor een organisatie met een omvang als die van de ondernemer ondoenlijk om verschillende contracten aan te bieden, zoals de consument voorstelt. Dit zou onrendabel zijn en gezien de financiële positie op dit moment een zeer onverstandige keuze.

De ondernemer verzoekt de klacht af te wijzen, zodat met terugwerkende kracht per 1 januari 2015 de overeenkomst zonder zomersluiting, met 51 opvangweken, ook voor de consument geldt. Voorts verzoekt de ondernemer het in depot gehouden bedrag aan de ondernemer ter beschikking te stellen. Mocht de consument niet bereid zijn de opvang af te nemen onder de gewijzigde openingsuren, staat het hem vrij de overeenkomt te ontbinden, dan wel houdt de ondernemer vast aan haar bevoegdheid de overeenkomst op te zeggen.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Niet is in geding dat tussen de ondernemer en de consument, ten behoeve van de opvang van 2 kinderen, overeenkomsten voor buitenschoolse opvang gelden, waarop de Algemene Voorwaarden voor Kinderopvang, Dagopvang en Buitenschoolse opvang 2014 (AV) van toepassing zijn. Artikel 15 AV verleent de ondernemer het recht om de overeenkomst eenzijdig te wijzigen op grond van zwaarwegende redenen. Zwaarwegende redenen zijn volgens de voorwaarden in ieder geval wijziging van wet- en regelgeving dan wel bedrijfseconomische omstandigheden die de continuïteit van de locatie waar het kind is geplaatst in gevaar brengen.

Alle aan de commissie gebleken feiten en omstandigheden in aanmerking nemende, is de commissie van oordeel dat de ondernemer in dit specifieke geval niet onredelijk heeft gehandeld door in alle geldende overeenkomsten een wijziging in de dienstverlening door te voeren. De commissie heeft daarbij mede in haar overweging meegenomen dat het om een kleine onderneming gaat, dat nog slechts heel weinig kindercentra een zomersluiting handhaven en dat er een breed draagvlak was voor de afschaffing van de zomersluiting.
Het is algemeen bekend dat ondernemers in de kinderopvang als gevolg van overheidsbeleid te maken hebben met een verminderde vraag. Daarnaast is de vraag in de loop der tijd veranderd als gevolg van veranderde inzichten en maatschappelijke eisen; ouders hebben behoefte aan meer flexibiliteit. Dat de ondernemer, met name waar het betreft de handhaving van een vaste zomersluiting, achterbleef bij zijn concurrenten blijkt uit het door de ondernemer overgelegde rapport van een gespecialiseerd onderzoeksbureau.

De commissie acht het derhalve niet onredelijk dat de ondernemer, na onderzoek en na positief advies van zijn adviesorganen, heeft besloten de vaste zomersluiting af te schaffen om zodoende zijn concurrentiepositie te verbeteren en zijn bedrijfscontinuïteit op de langere termijn veilig te stellen. De argumenten van de consument maken dit niet anders. Het door de consument genoemde alternatief in de vorm van een prijsverhoging van 3% biedt geen oplossing voor het beoogde doel dat is gelegen in verbetering van de concurrentiepositie door actualisering van de dienstverlening.

Betreffende de eis van de consument dat deze eenzijdig door de ondernemer doorgevoerde wijziging niet voor hem zou moeten gelden, oordeelt de commissie als volgt. Gezien de beperkte omvang van de onderneming acht de commissie het niet onredelijk dat de ondernemer er niet voor kiest verschillende pakketten aan te bieden of uitzonderingen toe te staan. Een gedifferentieerd aanbod zal noodzakelijk tot een hogere uurprijs leiden, hetgeen de concurrentiepositie van de ondernemer in negatieve zin zal beïnvloeden. Productdifferentiatie is voor de ondernemer alleen rendabel als er voldoende vraag is per product. De geringe schaal van de organisatie rechtvaardigt de verwachting dat productdifferentiatie niet rendabel te exploiteren zal zijn. Omdat dan de prijs per product te hoog wordt en/of het aantal afnemers per product te klein. Een door de consument bepleit systeem waarbij de opvang flexibel wordt afgenomen en wordt betaald voor verbruik, zou een fundamenteel andere bedrijfsvoering vergen en eveneens leiden tot hogere uitvoeringskosten en een hogere uurprijs. Ook dit zou tot ongewenste gevolgen kunnen leiden voor de concurrentiepositie van de ondernemer.

Betreffende de bezwaren van de consument tegen de wijze waarop de ondernemer de wijziging heeft gecommuniceerd, is de commissie van oordeel dat de ondernemer tijdig en in voldoende mate aan zijn informatieplicht heeft voldaan, met de meer algemene brief van eind augustus 2014 en het eind oktober toegezonden aanhangsel met daarin opgenomen de individuele kosten over 2015.

Concluderend is de commissie van oordeel dat deze ondernemer in de geschetste situatie zwaarwegende redenen had om de overeenkomsten met alle afnemers te wijzigen. De ondernemer heeft aannemelijk gemaakt dat het voor het voortbestaan van de onderneming op de langere termijn noodzakelijk was om in gelijke tred met de concurrentie de dienstverlening aan te passen en de vaste zomersluiting af te schaffen. Voorts is de commissie van oordeel dat van een ondernemer van deze geringe omvang in redelijkheid niet kan worden verlangd dat hij gedifferentieerde pakketten aanbiedt en/of uitzonderingen maakt voor individuele afnemers of overgaat op een systeem waarbij de opvang flexibel wordt afgenomen en wordt betaald voor verbruik.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De klacht is ongegrond.

Het door klager verlangde wordt afgewezen.
Nu klager vanaf 1 januari 2015 gebruik is blijven maken van de diensten van de ondernemer, is de consument met terugwerkende kracht tot 1 januari 2015 de kosten verschuldigd zoals weergegeven in de aanhangsels gedateerd 29 oktober 2015.

De ondernemer zendt de consument binnen een maand na ontvangst van dit bindend advies een overzicht van de achterstallige kosten, met inachtneming van het feit dat de ondernemer het depotbedrag (€ 191,40) van de commissie ontvangt.

De consument betaalt de achterstallige kosten binnen een maand na ontvangst van genoemd overzicht aan de ondernemer.

Het depotbedrag (€ 191,40) komt de ondernemer toe.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang, op 2 september 2015.