Ondernemer mocht auto zelf herstellen

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Voertuigen    Categorie: Herstel    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1310987/1320025

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument kocht een gebruikte Ford met garantie. Kort na levering ontstond een motorstoring. De ondernemer bood aan om de auto kosteloos te onderzoeken en te repareren in zijn eigen werkplaats. Ook bood hij een coulanceregeling aan waarbij herstel bij een garage naar keuze van de consument mogelijk was tegen een beperkte bijbetaling. De consument ging hier niet mee akkoord en wilde de reparatie volledig bij een andere garage laten uitvoeren. De commissie oordeelde dat de ondernemer volgens de wet en de garantievoorwaarden het recht had om eerst zelf voor herstel te zorgen. Omdat de consument die mogelijkheid heeft geweigerd, is de klacht ongegrond verklaard.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 23 juli 2025 tussen de consument en de ondernemer tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een gebruikte auto van het merk Ford, type Focus Wagon, tegen een door de consument te betalen prijs van € 14.939,99.

De overeenkomst is op 29 juli 2025 uitgevoerd.

De consument heeft de klacht op 30 juli 2025 voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De auto is gekocht met 12 maanden garantie via een eigen bedrijf van de ondernemer.

Direct na de aflevering trad een motorstoring op. De vertegenwoordiger van de ondernemer die de garantieclaims uitvoert, weigerde de wettelijk rechten van de consument jegens de ondernemer te erkennen. Een reparatie wordt alleen vergoed als deze in de eigen werkplaats van de ondernemer wordt uitgevoerd. Dit geeft de consument ernstige overlast en in strijd met de wet is. Als de reparatie elders wordt uitgevoerd is de consument tenminste € 150,- verschuldigd.

Uit de opgetreden gebreken kort na de aflevering blijkt dat de onderhoudsbeurt bij de aankoop onvoldoende is geweest.

Het lukt de consument niet om rechtstreeks in contact te komen met de ondernemer. De consument wordt telkens doorverwezen naar de servicepartner van de ondernemer.

De consument verlangt dat de geconstateerde gebreken kosteloos worden hersteld. Herstel dient plaats te vinden met gereviseerde of nieuwe onderdelen en in een betrouwbare garage in de regio van de consument. Een garage die voor dat geval door de servicepartner is aangewezen en bij wie de consument de reparatie wil laten uitvoeren heeft een marktconforme offerte uitgebracht.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Na de aflevering van de auto ervaarde de consument een tijdelijke melding: “storing motorregeling”. Na de melding daarvan heeft de servicepartner daarop adequaat gereageerd en verzocht de melding, die weer spontaan verdween, te monitoren.

Na een tweede tijdelijke storing adviseerde de servicepartner de consument de auto bij een universele garage in de buurt te laten uitlezen. Hierbij werd een foutcode uitgelezen, maar geen diagnose gesteld. Hierna verzocht de servicepartner om een offerte voor de uit te voeren reparatie, die werd aangeleverd. Uit de beoordeling van de offerte bleek dat deze offerte van de externe garage hoger was dan noodzakelijk. De servicepartner heeft vervolgens kosteloos herstel in de garage van de ondernemer aangeboden of bij wege van coulance aangeboden dat de consument tegen bijbetaling van € 159,25 de reparatie bij de door hem gewenste reparatie kon laten uitvoeren.

De consument heeft geweigerd de auto voor een diagnose door de ondernemer aan te bieden en geweigerd om in te gaan op het aanbod van kosteloos herstel in de eigen garage van de ondernemer. Ook werd het coulance aanbod door de consument verworpen.

Daarmee handelt de consument in strijd met het bepaalde in artikel 7: 21 lid 2 BW. De consument kan niet eenzijdig herstel bij een derde partij afdwingen, zolang de ondernemer herstel aanbiedt. De BOVAG-voorwaarden kennen een identieke regeling. De garantievoorwaarden van KATE-garantie zijn door de consument getekend en juist toegepast door de servicepartner van de ondernemer.

De ondernemer verzoekt de commissie de klacht ongegrond te verklaren.

Deskundigenrapport

De door de commissie ingeschakelde deskundige Dekra Automotive heeft blijkens zijn rapport het volgende vastgesteld.
‘Bij aanvang van ons onderzoek aan het voertuig hebben wij diens elektronica uitgelezen. Dit vond zowel met behulp van de door ons aangeleverde uitleesapparatuur, als met behulp van de door de ondernemer aangeleverde uitleesapparatuur, plaats. Er werden door ons geen storingsmeldingen uitgelezen welke betrekking hebben op een afwijking aan het functioneren van de turbo of distributieketting. Vervolgens hebben wij de motorkap van het voertuig geopend en hier de aanwezige delen beoordeeld. Er werden door ons geen afwijkingen aan de motor en turbo waargenomen welke vanaf de buitenzijde waarneembaar waren. Om het functioneren van de motor/turbo te kunnen beoordelen hebben wij de motor van het voertuig, door de consument laten starten, waarbij wij met geopende motorkap de vanuit de motor voortgebrachte geluiden hebben kunnen beoordelen. Tijdens het starten van de motor, en nadien stationair draaien, hebben wij een rammelend geluid vanuit de turbo waargenomen. Dit geluid was afkomstig van de drukregelklep van de turbo. (lees: waste-gate klep) Deze klep brengt een rammel voort bij het starten/stationair draaien en met een verhoogd toerental van de motor. Tijdens ons onderzoek aan de motor van het voertuig hebben wij geen afwijkende geluiden vanuit de distributie waargenomen. Er waren geen zogenaamde kettinggeluiden waarneembaar tijdens het starten en draaien van de motor. Tijdens ons onderzoek aan de motor hebben wij onze bedenkingen naar de consument geuit of dit type motor wel was voorzien van een ketting. Om dit te kunnen vaststellen bezochten wij na afloop van een onderzoek aan het voertuig Ford dealer [naam] te [plaatsnaam]. Hiervan vernamen wij dat dit type motor is voorzien van een distributieketting’.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

In dit geschil klaagt de consument over de wijze van herstel van een kort na de aflevering opgetreden gebrek.

De ondernemer voert gemotiveerd verweer.

De commissie volgt het standpunt van de ondernemer.

De commissie stelt voorop dat nu geen van partijen (ernstige) bezwaren heeft aangevoerd tegen de bevindingen van de door haar ingeschakelde deskundige, zij diens bevindingen zal overnemen en tot de hare zal maken.

Daarmee is komen vast te staan dat de auto van de consument een gebrek vertoont dat door het vervangen van de turbo kan worden hersteld.

Voorts blijkt uit de stukken dat de ondernemer de consument heeft uitgenodigd voor een diagnose en hem kosteloos herstel heeft aangeboden, hetgeen de consument heeft geweigerd. Ook is de ondernemer, om de consument tegemoet te komen, akkoord gegaan met herstel door en bij de door de consument verlangde garage tegen een bijbetaling door de consument van € 159,25, hetgeen ook door de consument is geweigerd.

Naar het oordeel van de commissie heeft de ondernemer gehandeld in overeenstemming met de Wet, de BOVAG-voorwaarden en ook met de overeengekomen garantievoorwaarden. De ondernemer bood kosteloos herstel aan in de eigen garage en heeft daarmee in overeenstemming met de wet en de overeenkomst gehandeld. Ook het coulance voorstel van de ondernemer is in dit verband als uiterst redelijk aan te merken.

Het stond de consument vanzelfsprekend vrij om niet in te gaan op de voorstellen van de ondernemer, maar het gevolg daarvan is wel dat het door hem verlangde niet door de commissie kan worden toegewezen en het ervoor moet worden gehouden dat het handelen van de ondernemer in geen enkel opzicht klachtwaardig is geweest.

Op grond van het bovenstaande is de klacht van de consument ongegrond.

Derhalve wordt beslist als volgt.

Beslissing

De commissie wijst het door de consument verlangde af.

Aldus vastgelegd en beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, A.M. Verberg en H.W. Zuur, leden, op 23 april 2026.

Opslaan als PDF