Ondernemer moet consument compenseren voor te late overname stroomcontract

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: (Ondeugdelijke) uitvoering overeenkomst / ondeugdelijke levering    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 1099441/1144353

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument stapte op 26 december 2024 over naar een nieuwe energieleverancier, maar het stroomcontract werd pas op 18 maart 2025 geactiveerd. Hierdoor kon hij zijn teruggeleverde stroom niet optimaal salderen, wat leidde tot een hogere eindafrekening bij zijn vorige leverancier. De ondernemer erkende de fout, maar bood slechts een contractverlenging aan, wat volgens de consument onvoldoende compensatie bood. De Geschillencommissie Energie oordeelde dat de consument recht heeft op een vergoeding van € 519,85 voor de misgelopen saldering. Daarnaast moet het klachtengeld van € 52,50 worden vergoed.

De volledige uitspraak

Samenvatting

Het geschil betreft de overstap van de consument naar de ondernemer, in het bijzonder de ingangsdatum van het gascontract.

De consument heeft op 17 maart 2025 de klacht bij de ondernemer ingediend.

De commissie verklaart de klacht gegrond en bepaalt dat de ondernemer een bedrag van € 519,85 aan de consument dient te betalen.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 26 december 2024 is de consument voor de levering van gas en stroom overgestapt naar de ondernemer. Begin februari 2025 bleek dat de ondernemer het stroomcontract niet had overgenomen.

De ondernemer erkende dat ook. De ondernemer doet er niets aan om die fout te herstellen. Het stroomcontract is pas per 18 maart 2025 door de ondernemer overgenomen. Dit heeft geleid tot een dure afrekening van de vorige leverancier vanwege een ongunstige saldering.

De consument heeft een analyse gemaakt en berekend dat hij als gevolg van de te late start van de levering van stroom hij schade lijdt ten bedrage van € 519,85.

Hij verlangt dat de ondernemer de eindnota van zijn vorige leverancier voldoet en aan hem met terugwerkende kracht, vanaf 26 december 2024, dan wel dat de ondernemer hem een bedrag van € 519,85 betaalt en zijn tijd en kosten voldoet.

Ter (digitale) zitting heeft de consument verder nog in hoofdzaak het volgende aangevoerd.

Het voorstel van de ondernemer om het contract tot 26 maart 2026 te verlengen leidt niet tot een volledige compensatie van de consument en is voor hem niet acceptabel. De consument heeft een laag verbruik en levert veel stroom terug aan het net.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Het is niet mogelijk om het elektracontract met terugwerkende kracht te laten ingaan. Contracten voor energielevering kunnen conform geldende regelgeving enkel ingaan op de datum van aanmelding of een latere datum. Om de consument tegemoet te komen en hem toch de mogelijkheid te bieden om een deel van het meerverbruik weg te salderen is de ondernemer bereid om het elektracontract te verlengen tot 26 maart 2026 en hem zo in staat te stellen het meerverbruik van 2025 en begin 2026 te verrekenen (salderen) met de opwek van de zonnepanelen.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

In dit geschil klaagt de consument over een latere ingangsdatum van het elektracontract dan tussen partijen was afgesproken, waardoor hij onvoldoende in staat is geweest zijn meerverbruik te salderen met de door hem terug geleverde elektriciteit.

De commissie stelt voorop dat een partij die niet ter zitting verschijnt zichzelf de mogelijkheid ontneemt te antwoorden op eventuele bij de commissie levende vragen en te reageren op hetgeen door de wederpartij naar voren wordt gebracht.

De ondernemer betwist de door hem gemaakte fout niet, maar is niet bereid de oplossingen die de consument aandraagt te volgen. De commissie is met de ondernemer van oordeel dat de oplossing om het elektracontract met terugwerkende kracht op de juiste datum te laten ingaan in strijd is met de geldende regels die dat niet mogelijk maken. Dit voorstel lijkt ook af te stuiten op de praktische onuitvoerbaarheid daarvan, nu daartoe de meterstanden dienen te worden aangepast.

De commissie is van oordeel dat het voorstel van de ondernemer om het contract te verlengen weliswaar mogelijk is, maar de ondernemer heeft niet betwist dat deze oplossing de consument niet volledig compenseert en in feite op een contractverlenging neerkomt die door de consument niet is gewild.

Naar het oordeel van de commissie ligt het dan ook in de rede dat de consument door de ondernemer wordt gecompenseerd met een vergoeding voor de misgelopen saldering en het contract verder ongemoeid wordt gelaten.

De ondernemer heeft de juistheid van de door de consument gemaakte berekening van zijn schade niet betwist, zodat de commissie het door de consument berekende bedrag dat haar niet onredelijk of buitensporig voorkomt, als vergoeding zal toewijzen.

Het reglement voorziet niet in een veroordeling in de kosten van de andere partij en gaat ervan uit dat iedere partij – in beginsel – de eigen kosten draagt, zodat de commissie dit onderdeel van het verlangde van de consument afwijst. De commissie wijst op het bepaalde in artikel 23 van haar reglement.

Op grond van het bovenstaande is de klacht van de consument gegrond.

Derhalve wordt beslist als volgt.

Beslissing

De ondernemer betaalt een bedrag van € 519,85 aan de consument; betaling dient plaats te vinden binnen 4 weken na de verzendatum van dit bindend advies.

De commissie wijst het meer of anders verlangde af.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Voorts zal aan de ondernemer overeenkomstig het reglement een bijdrage in de behandelingskosten in rekening worden gebracht.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, mevrouw mr. W.N. Kip, mevrouw mr. E.J.P.J.M. Kneepkens, leden, op 22 juli 2025.

Opslaan als PDF