Ondernemer moet €250 betalen wegens slechte communicatie

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Jaarafrekening    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: bindend advies na tussen advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 1232266/1272661

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De commissie oordeelt dat de ondernemer de consument jarenlang onduidelijk en verwarrend heeft geïnformeerd over verbruikscorrecties en jaarnota’s na problemen met een defecte meter. De consument kreeg meerdere nota’s die later weer werden ingetrokken, bedragen werden afgeschreven en verrekend zonder begrijpelijke uitleg, en de ondernemer kon ook in tweede instantie geen helder overzicht geven. Hoewel de consument inmiddels met de netbeheerder tot een oplossing is gekomen, blijft de klacht tegen de ondernemer gegrond omdat zijn gebrekkige communicatie veel onrust en onzekerheid veroorzaakte. Daarom moet de ondernemer een vergoeding van €250 betalen en het klachtengeld terugstorten.

De volledige uitspraak

Nader standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument is met de netbeheerder tot een schikking gekomen. Dat is niet gelukt met de ondernemer. De netbeheerder heeft een nieuwe berekening gemaakt, maar de stukken die de consument van de ondernemer heeft ontvangen, komen daarmee niet overeen. De consument vindt de bedragen die zij heeft betaald niet terug in de nieuwe berekening van de ondernemer. Er was geen achterstand omdat de consument alle termijnbedragen heeft betaald. Zij begrijpt niet goed waarom het verbruik in 2022 verschilt met het verbruik in 2023-2025. Telefonisch werd de consument meegedeeld dat zij een bedrag van in totaal € 700,- zou terugontvangen. Zonder een goede uitleg kan de consument daarmee niet akkoord gaan.

Nader standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 4 september 2025 stuurde de ondernemer de volgende uitleg aan de consument:

“De jaarnota van 19 maart 2024 met een te ontvangen bedrag van € 406,52 is teruggetrokken en gecorrigeerd. Dit bedrag heeft u dus onterecht ontvangen, maar heeft u al in zijn geheel terugbetaald. Op 15 mei en 16 juni 2025 zijn hiervoor de bedragen afgeschreven.

De jaarnota van 17 april 2025 is eveneens teruggetrokken en gecorrigeerd. Op deze jaarnota had u een bijbetaling van € 2.083,61. Op 16 juni 2025 is een bedrag van € 257,51 afgeschreven. Een deel van € 199, 01 is geboekt op de jaarnota van 2024 en een deel van € 8,50 is geboekt op deze jaarnota. Vervolgens is er op 15 juli en 15 augustus 2025 opnieuw een bedrag van € 257,51 afgeschreven en verrekend met deze jaarnota. U heeft dus in totaal € 423,52 afgelost en dit bedrag is in mindering gebracht op allereerst het termijnbedrag van september 2025 en vervolgens de gecorrigeerde jaarnota met een bij te betalen bedrag van € 1.213,18.

Het klopt dus dat er € 959,66 openstaat.”

In een e-mail van 11 december 2025 laat de ondernemer aan de consument weten dat de netbeheerder bij zeer hoge uitzondering coulance heeft getoond en de verbruikscorrectie heeft herzien. Door de correctie is sprake van een door de consument te ontvangen bedrag van € 539,34. Dat betekent dat niet alleen de jaarnota van 19-03-2024, maar ook de jaarnota van 17-04-2025 is komen te vervallen. De bedragen die de consument daarvoor heeft betaald zijn inmiddels aan haar uitgekeerd. Naast het bedrag van de jaarnota, heeft de consument ook een bedrag van € 253,52 ontvangen. Alles is dus met een openstaand termijnbedrag verrekend of terugbetaald aan de consument. Er is op dit moment geen openstaand saldo.

Bij bericht van 22 december 2025 geeft de ondernemer uitleg aan de consument over de wijze waarop de betaalde voorschotbedragen op de jaarnota’s worden verrekend.

Beoordeling
De commissie heeft het volgende overwogen.

In haar tussenadvies van 17 oktober 2025 heeft de commissie onder meer de netbeheerder in de procedure betrokken teneinde meer duidelijkheid te verschaffen over de berekende correcties in verband met de niet werkende meter.

Uit de aan haar overgelegde stukken blijkt dat de consument en de netbeheerder in overleg zijn getreden en dat dit heeft geleid tot een schikking van partijen, zodat de commissie niet toe komt aan een oordeel over het handelen van de netbeheerder. Die zaak is afgedaan.

Voor wat betreft de klacht van de consument tegen de ondernemer is de commissie van oordeel dat deze gegrond is.

Ook in tweede instantie is de ondernemer niet in staat gebleken een behoorlijke uitleg te geven over de noodzaak en de inhoud van de verschillende verbruikscorrecties en de gevolgen daarvan voor de betalingsverplichtingen van de consument. Als gevolg hiervan werd de consument geconfronteerd met meerdere jaarnota’s, die vervolgens weer werden teruggetrokken, maar die wel al deels door de consument waren voldaan, hetgeen weer resulteerde in verrekeningen met termijnbedragen van onduidelijke bedragen. Ook was aanvankelijk nog steeds sprake van een volgens de ondernemer zeer aanzienlijk openstaand bedrag. Uiteindelijk heeft er een laatste verbruikscorrectie plaatsgevonden en werd een jaarnota van 11 december 2025 opgemaakt met een door de consument te ontvangen bedrag van
€ 539,34. Dit bedrag zou aan de consument zijn uitbetaald, tezamen met enkele andere openstaande bedragen.

De door de netbeheerder uitgevoerde correctieberekeningen zijn door de ondernemer niet overgelegd.

Tot op heden ontbreekt ook een duidelijke en begrijpelijke uitleg van de laatste jaarnota en de te ontvangen bedragen, maar de commissie stelt vast dat de consument over de bedragen als zodanig niet (meer) klaagt, maar wel over de voor haar niet te begrijpen gang van zaken.

De commissie volgt haar daarin. De enkele nadien gegeven uitleg van de ondernemer over de gebruikelijke wijze van het verrekenen van voorschotbedragen raakt evenmin de kern van de klacht de consument.

De commissie is dan ook van oordeel dat de ondernemer ernstig tekortgeschoten is in de communicatie met de consument over de gevolgen van het corrigeren van het verbruik wegens de defecte meter, hetgeen tot zeer veel onrust en onzekerheid voor de consument heeft geleid. Als gevolg van dit ongerief acht de commissie een door de ondernemer aan de consument te betalen vergoeding, welke zij naar billijkheid begroot op € 250,-, passend en geboden.
Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De ondernemer betaalt de consument een vergoeding van € 250,-. Betaling dient plaats te vinden binnen
4 weken na de verzenddatum van dit bindend advies.

De commissie wijst het meer of anders verlangde af.

Bovendien dient de ondernemer het door de consument betaalde klachtengeld van € 52,50 aan haar te vergoeden en zal voorts aan de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bijdrage in de behandelingskosten in rekening worden gebracht.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard, de heer mr. drs. M.J. Ziepzeerder, leden, op 6 januari 2026.

Opslaan als PDF