Ondernemer moet eindafrekening corrigeren: saldering moet op jaarbasis plaatsvinden

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Jaarafrekening    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 548439/621963

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument had een energiecontract van augustus 2022 tot augustus 2023 en ontving daarna een eindafrekening van de ondernemer. Volgens de consument is bij die afrekening de wettelijke salderingsregeling niet goed toegepast. De salderingsregeling houdt in dat de afgenomen en teruggeleverde stroom op jaarbasis tegen elkaar moeten worden weggestreept. De ondernemer heeft dit niet gedaan en heeft per factuurperiode gesaldeerd, wat nadelig kan uitpakken voor de consument. De commissie verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is vastgesteld dat saldering op jaarbasis moet plaatsvinden, zonder rekening te houden met het tarief. Pas daarna mag het resterende verbruik of overschot worden afgerekend tegen het tarief van de betreffende periode. Omdat uit de eindafrekening niet blijkt dat deze methode is gevolgd, verklaart de commissie de klacht gegrond. De ondernemer moet binnen 30 dagen een nieuwe eindafrekening opstellen volgens de juiste salderingsmethode. Daarnaast moet hij € 52,50 klachtengeld aan de consument vergoeden en de behandelingskosten van de commissie betalen.

De volledige uitspraak

Samenvatting
De consument is voor de periode van 21 augustus 2022 tot en met 1 augustus 2023 een overeenkomst aangegaan voor levering en teruglevering van energie. In verband hiermee heeft de ondernemer op 2 augustus 2023 aan de consument een eindafrekening verzonden.
Volgens de consument heeft de ondernemer verzuimd bij de eindafrekening de salderingsregeling toe te passen.

Beoordeling
Bij bindend advies van 28 november 2022 in de zaak 183496/187832 heeft de Geschillencommissie Energie geoordeeld dat uit artikel 31c Elektriciteitswet 1998 voor kleinverbruikers volgt dat het hele jaarverbruik met de in dat jaar teruggeleverde stroom gesaldeerd moet worden. Dat brengt mee dat de ondernemer op jaarbasis eerst de hoeveelheid onttrokken en teruggeleverde elektriciteit tegen elkaar moet wegstrepen en daarna het restant aan de consument mag debiteren of crediteren.
Voor de wijze waarop dient te worden omgegaan met het factureren van het hetgeen na de jaarlijkse saldering resteert, verwijst de commissie naar hetgeen daartoe is geformuleerd in voormelde bindend advies van 28 november 2022, waarbij voor “kwartaal” in dit geval gelezen moet worden “factuurperiode”:

“Het komt de commissie redelijk en billijk voor dat het aantal kWh dat resteert nadat de op jaarbasis de hoeveelheid ingevoede en de hoeveelheid onttrokken elektriciteit tegen elkaar zijn weggestreept voor zover niet voor alle kwartalen eenzelfde invoedingstarief geldt wordt berekend aan de hand van de formule:
• Voor het geval er meer verbruik is dan teruglevering op jaarbasis: het verbruik van een kwartaal, gedeeld door het totale verbruik op jaarbasis, vermenigvuldigd met het saldo na verrekening op jaarbasis (= resultaat van de saldering). Het aldus aan een kwartaal toegerekend verbruik wordt afgerekend tegen het tarief van het betreffende kwartaal;
• Voor het geval er minder verbruik is dan teruglevering op jaarbasis: de ingevoede stroom van een kwartaal, gedeeld door het totaal van de ingevoede stroom op jaarbasis, vermenigvuldigd met het saldo na verrekening op jaarbasis (=resultaat van de saldering). De aldus aan een bepaald kwartaal toegerekende invoeding wordt afgerekend tegen het invoedingstarief van dat kwartaal.”

Uit de voorliggende eindafrekening van 2 augustus 2023 blijkt niet dat de ondernemer voormelde methodiek heeft toegepast. In zoverre is de klacht van de consument gegrond. De ondernemer dient een gecorrigeerde eindafrekening op te stellen waarbij op jaarbasis wordt gesaldeerd. Wat kan worden gefactureerd met betrekking tot hetgeen resteert, dient te worden berekend aan de hand van de formule zoals opgenomen in voormelde beslissing van 28 november 2022.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De ondernemer dient binnen 30 dagen na de datum van verzending van dit bindend advies een gecorrigeerde eindafrekening op te stellen waarbij op jaarbasis wordt gesaldeerd. Wat kan worden gefactureerd met betrekking tot hetgeen resteert, dient te worden berekend aan de hand van de formule zoals opgenomen in voormelde beslissing van 28 november 2022.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. van Boven, voorzitter, de heer R.A. Timmer , de heer drs. E.J.M. Polman, leden, op 8 november 2024.

Opslaan als PDF