Commissie: Verbouwingen en nieuwbouw
Categorie: Kwaliteit geleverde werk / ondeugdelijke levering
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ten dele gegrond
Referentiecode:
242698/380967
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Een consument had klachten over de kwaliteit van de verbouwing van een oud molengebouw, uitgevoerd door een ondernemer. De klachten gingen onder andere over lekkage, slechte afwerking van de achtergevel, ondeugdelijk laswerk en onveilige staalconstructies. De ondernemer was niet aanwezig bij de zitting, maar een deskundige onderzocht het werk en bevestigde meerdere gebreken. De Geschillencommissie oordeelde dat vier van de tien klachten gegrond zijn. De ondernemer moet het plafond in de badkamer herstellen, de achtergevel opnieuw afwerken, het laswerk verbeteren en de staalconstructie laten controleren en herstellen door een deskundige lasser. De overige klachten, zoals over een verwijderd kozijn, een gebroken stalraampje en schoonmaakwerk, zijn ongegrond. De ondernemer moet €130 van het klachtengeld aan de consument terugbetalen en ook bijdragen aan de kosten van de behandeling. De herstelwerkzaamheden moeten binnen drie maanden worden uitgevoerd.
De volledige uitspraak
Betreft: geschil Verbouwing
Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft de kwaliteit van de uitgevoerde verbouwingswerkzaamheden/ renovatie van een voormalig molengebouw.
Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij wege van bindend advies te laten beslechten door de Geschillencommissie Verbouwingen en Nieuwbouw (hierna te noemen: de commissie).
De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.
De mondelinge behandeling van het geschil heeft plaatsgevonden op 25 oktober 2024 te Utrecht.
De consument is op de zitting verschenen, vergezeld van haar zoon en de heer (naam), bouwkundige. De consument heeft zijn standpunt nader toegelicht.
De ondernemer is – hoewel tijdig en behoorlijk opgeroepen – niet op de zitting verschenen.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de consument haar klacht over de urenverantwoording en de kosten van het uitvoerend personeel van de ondernemer ingetrokken. Door de intrekking is deze klacht niet langer aan het oordeel van de commissie onderworpen. Deze klacht zal hierna dan ook niet meer aan de orde komen.
Deskundigenrapport
De commissie heeft een onderzoek laten uitvoeren door de heer van der Velden (hierna te noemen: de deskundige), die daarover op 28 augustus 2024 schriftelijk aan de commissie heeft gerapporteerd. De inhoud van dit rapport geldt – voor zover hierna niet aangehaald – als hier herhaald en ingelast.
Partijen zijn in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op het rapport van de deskundige.
De ondernemer heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt. De consument heeft een reactie achterwege gelaten.
Beoordeling van het geschil
Inleiding
Vaststaat dat tussen partijen op 17 juli 2023 een overeenkomst tot stand is gekomen waarbij de consument aan de ondernemer opdracht heeft gegeven tot uitvoering van werkzaamheden aan het voormalige molengebouw. Op deze overeenkomst zijn de Consumentenvoorwaarden 2010 (Covo 2010) van toepassing.
De deskundige heeft in zijn rapport de standpunten van partijen weergegeven. Naar de commissie aanneemt is die weergave mede gebaseerd op wat partijen aan de deskundige hebben meegedeeld tijdens diens onderzoek. Partijen hebben tegen die weergave geen bezwaar gemaakt, zodat de commissie hierna van die weergave zal uitgaan.
Om de leesbaarheid te bevorderen zal de commissie hierna elk klachtonderdeel afzonderlijk bespreken. Daarbij zal zij achtereenvolgens de standpunten van partijen en voor wat betreft de klachtonderdelen 3. en 7. t/m 10. de bevindingen en het oordeel van de deskundige weergeven. (Bij de overige klachtonderdelen zal het relaas van de deskundige niet worden weergegeven, omdat de deskundige ten aanzien daarvan geen waarnemingen heeft kunnen doen en daarover dus ook geen oordeel heeft kunnen geven). Vervolgens zal de commissie uitleggen wat zij van de betreffende klacht vindt. De commissie doet dit op grond van de door partijen overgelegde stukken, waaronder de stukken die de ondernemer heeft ingebracht nadat hij voor de mondelinge behandeling was uitgenodigd en vóórdat die behandeling werd gesloten, en wat betreft de consument ook op grond van hetgeen zij tijdens de mondelinge behandeling naar voren heeft gebracht, alsmede op grond van het deskundigenrapport. De commissie vindt dat dit rapport voldoende is gemotiveerd en zowel naar zijn wijze van totstandkoming als naar zijn inhoud in overeenstemming is met de eisen die daaraan kunnen en moeten worden gesteld. De commissie acht zich door de inhoud van dit rapport voldoende voorgelicht.
1. Rechterzijgevel: gevelkozijn verwijderd en afgevoerd, sparing gevelmetselwerk dichtgemetseld
Het standpunt van de consument
Het gevelkozijn is ondanks duidelijke afspraak onrechtmatig verwijderd en afgevoerd.
Het standpunt van de ondernemer
Gezien de positie van de nieuw te plaatsen stalen kolom, kon het kozijn niet gehandhaafd worden. Met de consument is besproken dat het kozijn kon worden verwijderd en dat het gevelmetselwerk overeenkomstig het bestaande metselwerk werd aangevuld.
Het oordeel van de commissie
Vast staat dat partijen met elkaar over het kozijn hebben gesproken, maar wat zij daarover hebben afgesproken staat – ook al door het ontbreken van een schriftelijke vastlegging daarvan – niet vast. Voor het oordeel of een klachtonderdeel gegrond is, moet eerst worden vastgesteld welke feiten daaraan ten grondslag gelegd kunnen worden. In dit geval dus welke afspraak partijen met elkaar hebben gemaakt over het kozijn. Die afspraak staat niet vast en daarom kan dit klachtonderdeel niet gegrond worden bevonden.
2. Afvoeren houten buitendeur
Het standpunt van de consument
De houten buitendeur is zonder overleg en zonder toestemming onrechtmatig afgevoerd.
Het standpunt van de ondernemer
De ondernemer stelt dat de houten deur niet door hem is afgevoerd.
Het oordeel van de commissie
De standpunten van partijen staan lijnrecht tegenover elkaar. De commissie is van oordeel dat niet vaststaat dat de ondernemer de houten deur heeft afgevoerd. Dit klachtonderdeel is ongegrond.
3. Hak- en breekwerk buitengevelmetselwerk
Het standpunt van de consument
Er is onzorgvuldig gehandeld zonder beleid en behoud van het metselwerk ter plaatse van de nieuwe sparing in de gevel ten behoeve van het plaatsen van een nieuw gevelkozijn. De stenen, type IJsselsteen, zijn deels beschadigd en vervangen, waardoor er kleurverschillen zijn ontstaan wat afbreuk doet aan de gevel.
Het standpunt van de ondernemer
De ondernemer stelt zorgvuldig te hebben gewerkt en de gevel te hebben aangewerkt c.q. te hebben hersteld waar nodig.
De bevindingen en het oordeel van de deskundige
De deskundige heeft aangewerkt metselwerk in de rechterzijgevel geconstateerd. Bij het plaatsen van een kozijn in gevelmetselwerk is het gebruikelijk het metselwerk in te zagen. De zichtbaar blijvende zaagsnede is een nadeel van deze methode. Het zagen in gevelmetselwerk van IJsselsteentjes is een zeer delicaat werk. Vaak wordt hierbij gekozen voor hakwerk en inboeten, waardoor meer herstelwerk van het metselwerk noodzakelijk is. Het nadeel hiervan is dat door kleurverschil deze aanheling zichtbaar blijft. De deskundige beoordeelt het uitgevoerde werk als deugdelijk. Er is de juiste keuze gemaakt met betrekking tot de toepassing van hakwerk en de aanheling van de IJsselsteentjes.
Het oordeel van de commissie
De commissie volgt het oordeel van de deskundige. Dit klachtonderdeel is ongegrond.
4. Gebroken stalraampje
Het standpunt van de consument
Het uit de gevel verwijderde stalraampje is zodanig beschadigd en los op het bouwterrein teruggevonden, dat dit onherstelbaar is en niet meer volgens plan toepasbaar is in het project.
Het standpunt van de ondernemer
Beschadigingen aan uitkomende materialen c.q. onderdelen komen veelvuldig voor en deze zijn daardoor niet per definitie weer toepasbaar. Uitkomend materiaal uit een bestaande constructie wordt, indien er waarde aan wordt gehecht, in overleg met de klant, behouden of afgevoerd.
Het oordeel van de commissie
Partijen hebben tegenover de deskundige tijdens zijn onderzoek verklaard dat zij geen schriftelijke afspraken hebben gemaakt over het stalraampje. Ook anderszins is niet gebleken van enige afspraak over dit raampje. De commissie kan dan ook niet vaststellen of de ondernemer in de uitvoering van de tussen partijen gesloten overeenkomst is tekortgeschoten. Bij gebreke van enige afspraak kan dit klachtonderdeel niet gegrond worden verklaard.
5. Verwijderen cement- en purvlekken, schoonmaken en opruimen bouw en bouwplaats
Het standpunt van de consument
Volgens de consument heeft zij zeer regelmatig en intensief materialen schoongemaakt en opgeruimd omdat de ondernemer onzorgvuldig en onvoldoende heeft gehandeld tijdens de werkzaamheden.
Het standpunt van de ondernemer
Volgens de ondernemer heeft hij op dit punt regelmatig en voldoende gehandeld.
Het oordeel van de commissie
Partijen hebben tegenover de deskundige tijdens zijn onderzoek verklaard dat zij geen schriftelijke afspraken hebben gemaakt over deze aangelegenheid. Ook anderszins is de commissie niet gebleken of partijen iets – en zo ja wat – zijn overeenkomen over het schoonmaken en opruimen van materialen. De commissie kan dan ook niet vaststellen of de ondernemer in de uitvoering van de tussen partijen gesloten overeenkomst is tekortgeschoten. Dit klachtonderdeel is ongegrond.
6. Lekkage bij twee schuifdeuren
Het standpunt van de consument
De ondernemer heeft deze lekkage geheel hersteld en afgewerkt. De consument heeft nadien ook geen lekkage meer vastgesteld.
Het standpunt van de ondernemer
De ondernemer heeft deze lekkage hersteld en afgewerkt.
Het oordeel van de commissie
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de consument bevestigd dat dit klachtonderdeel tussen partijen is opgelost. Over dit klachtonderdeel hoeft de commissie dan ook geen beslissing meer te nemen.
7. Lekkage en afwerking ‘tussendak’
Het standpunt van de consument
Het dak, geconstrueerd tussen twee bouwdelen, is zeer matig/ deels niet afgewerkt. Door het ontbreken van een deel van de daktrim en de matige afwerking van de loodslabben is er een forse lekkage ontstaan met nog een zichtbare gevolgschade in de badkamer en de verblijfsruimte op de verdieping. De ondernemer heeft de lekkage inmiddels hersteld.
Het standpunt van de ondernemer
De ondernemer erkent dat het platdak in de periode dat de daktrim nog niet geheel was aangebracht, niet afgedekt is geweest om lekkage te voorkomen. De lekkage is inmiddels hersteld.
De bevindingen en het oordeel van de deskundige
De deskundige heeft geconstateerd dat het plafond en de deur van de badkamer zijn beschadigd. De deskundige is van mening dat de schade aan het plafond hersteld en afgewerkt dient te worden en dat de deur van de badkamer vervangen en afgewerkt dient te worden.
Het oordeel van de commissie
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de consument verklaard dat de lekkage is ontstaan doordat de ondernemer het werk heeft verlaten en op vakantie is gegaan zonder het platdak af te dekken tegen regen. Het gaat de consument om de gevolgschade van die lekkage in de badkamer.
De commissie is van oordeel dat de ondernemer het werk om regeninslag te voorkomen niet onbeschermd had mogen achterlaten. Door dit wel te doen is de ondernemer zijn verplichting het werk goed en deugdelijk uit te voeren niet nagekomen. Het werk en de uitvoering daarvan zijn voor risico van de ondernemer tot de dag van oplevering (artikel 5 leden 1 en 6 van de Covo 2010). De ondernemer is aldus toerekenbaar tekortgeschoten. In zoverre is dit klachtonderdeel gegrond. De schade aan het plafond in de badkamer zal hij dan ook dienen te herstellen. Het verlangde herstel aan de badkamerdeur zal worden afgewezen, omdat de commissie onvoldoende aannemelijk acht dat de schade aan die deur een gevolg is van de gestelde lekkage. Met betrekking tot de badkamerdeur is dit klachtonderdeel ongegrond.
8. Afwerking achtergevel t.b.v. nader aanbrengen toplaag
Het standpunt van de consument
De achtergevel moest volgens opdracht vlak en strak worden opgeleverd ten behoeve van een door de consument in eigen beheer aan te brengen toplaag. De achtergevel is echter onzorgvuldig en met foutief materiaal afgewerkt.
Het standpunt van de ondernemer
Volgens de ondernemer heeft hij zand-cement v.v. toevoegingen als pleisterwerk toegepast, hetgeen iets anders is dan de door de consument zelf aan te brengen toplaag.
De bevindingen en het oordeel van de deskundige
Het oppervlak van de achtergevel is (nog) niet gereed voor verdere behandeling en afwerking. Het zandcement pleisterwerk oppervlak is niet vlak en strak opgeleverd ten behoeve van de nader door de consument aan te brengen toplaag. Herstel d.m.v. zandcementbepleistering is goed uitvoerbaar en een deugdelijke methode waarbij de gevel dient te worden gereinigd en scheurtjes en los materiaal verwijderd dienen te worden. De onderzijde dient te worden beschermd tegen opspattende vervuiling en vocht. Partijen dienen de toe te passen materialen en vlakheid nader met elkaar te bespreken.
Het oordeel van de commissie
De commissie volgt het oordeel van de deskundige. De uitgevoerde werkzaamheden getuigen niet van goed en deugdelijk werk, waartoe de ondernemer zich had verplicht. Dit klachtonderdeel is gegrond. Herstel is volgens de deskundige mogelijk, zodat de commissie zal bepalen dat de ondernemer daartoe dient over te gaan met inachtneming van de aanbevelingen van de deskundige.
9. Laswerk staalconstructie
Het standpunt van de consument
Het laswerk van diverse onderdelen van de staalconstructie is zeer matig / slecht uitgevoerd. De consument heeft grote twijfel over de deskundigheid van de lassers.
Het standpunt van de ondernemer
De ondernemer stelt dat zijn eigen mensen plaatselijk divers laswerk op locatie hebben uitgevoerd.
De bevindingen en het oordeel van de deskundige
Visueel beoordeeld is het laswerk onvoldoende deskundig uitgevoerd en aldus niet deugdelijk. Er is plaatselijk onvoldoende en niet overal gelast en er is plaatselijk maar aan één zijde gelast. Er is in verband met de uitvoering en het gebruikte lasmateriaal geen rekening gehouden met de hardheid van het staal (loslaten van de slak). De deskundige acht controle op de uitvoering van het herstel / de verbetering door een deskundige lasser in overleg met de constructeur noodzakelijk.
Het oordeel van de commissie
De commissie volgt het oordeel van de deskundige. Het uitgevoerde laswerk is niet aan te merken als goed en deugdelijk werk. Dit klachtonderdeel is gegrond. De commissie zal bepalen dat het laswerk op basis van een beoordeling door de constructeur hersteld moet worden met inachtneming van het advies van de deskundige.
10. De maatvoering, de uitvoering en de situatie van de staalconstructies
Het standpunt van de consument
De consument is van mening dat de staalconstructie plaatselijk onveilig is en niet deugdelijk is uitgevoerd.
Het standpunt van de ondernemer
De plaats en de maatvoering in de plattegrond van de kolommen is met de constructeur en de consument op locatie besproken, visueel vastgelegd op de binnengevel en vastgelegd op de schetstekening. De hoogtematen zijn gebaseerd op de aanwezige betonvloer verdieping. Voor het verwijderen van deze vloer, waardoor er maatvoeringverschillen ontstonden, is de oplossing gevonden om vulelementen onder de voetplaten te lassen. Het plaatsen van de diverse staalkolommen op een klein draagdeel metselwerkgevel is volgens opgave van de constructeur uitgevoerd. Evenzo het plaatsen van de kolommen in de dragende buitengevels.
De bevindingen en het oordeel van de deskundige
De deskundige heeft geconstateerd dat de staalkolommen door middel van stalen voetplaten met verschillende afmetingen, deels op het gevelmetselwerk zijn geplaatst. Diverse ankers/ draadeind en bouten ter plaatse van de voet- en koplaten zijn plaatselijk niet aanwezig en/of niet volgens opgave van de constructeur aangebracht. Het metselwerk is door het uitfrezen verzwakt. Er zijn geen dilataties in de gevels waargenomen.
De hoogtemaatvoering van de staalkolommen is niet juist; er zijn stalen vulstukken aangebracht en onregelmatig geplaatst. De plaats van de kolommen en de wijze van plaatsing in het metselwerk is onzorgvuldig en deels onjuist.
Naar het oordeel van de deskundige dienen de volgende herstelwerkzaamheden uitgevoerd te worden. De staalkolommen plaatsen in uitgefreesd gevelmetselwerk en zodanig uit te voeren dat er rekening wordt gehouden met ruimte tussen staal en metselwerk. Voorzieningen en bevestigingen dienen goed op elkaar te zijn afgestemd, M16-sparingen in voet- en kopplaten moeten voorzien zijn van M16-draadeind (dus niet van M12) met bijbehorende bouten. Alle bevestigingspunten in de kopplaten moeten voorzien zijn van draadeind en bouten en de kopplaten moeten geheel als dragend oppervlak toegepast worden; het draagoppervlak en de kopplaten met ankers, nader door de constructeur te beoordelen.
De maatvoering van de kolommen is niet afgestemd op de huidige situatie van de stalen liggers en de nieuw geplaatste vloer. De plaats van de voetplaat en de onder gelaste vulelementen zijn slordig uitgevoerd
en niet juist en niet voldoende bevestigd. Het is noodzakelijk dat de plaats en de situatie van de kolommen op elkaar worden afgestemd in verband met voldoende afdracht en draagkracht. Omdat er bij de consument twijfel is ontstaan met betrekking tot de uitvoering, kwaliteit en veiligheid van de staalconstructie dient het geheel nader te worden geïnspecteerd en beoordeeld door de constructeur.
Het oordeel van de commissie
De commissie volgt het oordeel van de deskundige. Het uitgevoerde werk met betrekking tot de staalconstructies is niet aan te merken als goed en deugdelijk werk. De commissie vindt dit klachtonderdeel gegrond en zij zal bepalen dat de ondernemer dit werk op basis van een beoordeling door de constructeur moet laten herstellen door een deskundige lasser met inachtneming van het advies van de deskundige.
Klachtengeld en behandelingskosten
De klachten van de consument zijn gedeeltelijk gegrond. Daarom zal de ondernemer, overeenkomstig het bepaalde in artikel 10 lid 1 sub a van het reglement van de commissie, aan de consument moeten vergoeden een deel van het klachtengeld ad € 260,–, dat de consument aan de commissie heeft betaald voor de behandeling van dit geschil. De commissie bepaalt het te vergoeden bedrag op € 130,–. Bovendien is de ondernemer op grond van hetzelfde artikellid aan de commissie een bijdrage in de behandelingskosten verschuldigd.
Beslissing
De commissie, beslissend naar redelijkheid en billijkheid, met inachtneming van de tussen partijen gesloten overeenkomst en de daarvan deel uitmakende voorwaarden, beslist als volgt:
Verklaart de klachtonderdelen 7. (ten aanzien van het plafond in de badkamer), 8., 9. en 10. gegrond en de klachtonderdelen 1. t/m 5. en 7. (ten aanzien van de badkamerdeur) ongegrond;
Bepaalt dat de ondernemer ter zake van de klachtonderdelen 7., 8., 9. en 10. dient over te gaan tot goed en deugdelijk herstel; ten aanzien van de klachtonderdelen 8., 9. en 10. tevens met inachtneming van het advies van de deskundige en ten aanzien van klachtonderdeel 10. tevens uit te voeren door een deskundig lasser;
Bepaalt dat de ondernemer de hiervoor genoemde herstelwerkzaamheden dient uit te voeren binnen drie maanden na de datum waarop dit bindend advies is verzonden, tenzij partijen over de aanvangsdatum van die werkzaamheden anders overeenkomen;
Bepaalt dat de ondernemer binnen veertien dagen na verzending van dit bindend advies aan de consument een deel van het door deze betaalde klachtengeld moet vergoeden; dit is een bedrag van € 130,–;
Bepaalt dat de ondernemer als bijdrage in de kosten van de behandeling van dit geschil het door de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken voor het jaar 2024 vastgestelde bedrag aan de commissie betaalt;
Wijst af hetgeen door de consument meer of anders is verzocht.
Aldus beslist op 25 oktober 2024 door de Geschillencommissie Verbouwingen en Nieuwbouw, bestaande uit mevrouw mr. M.L. Braaksma, voorzitter, de heer ing. T.C.M. Wever en mevrouw mr. C. Muller, leden, in aanwezigheid van de heer mr. L.G.H. Cox, secretaris.