Ondernemer moet gegevens voor aansluiten eigen modem op website publiceren en gebruik ervan faciliteren

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Telecommunicatiediensten    Categorie: Modems en randapparatuur    Jaartal: 2021
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 34975/42070

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De consument klaagt dat hij van de ondernemer niet zijn eigen modem/router op het netwerk van de ondernemer mag aansluiten. Hij wil dat de ondernemer de gegevens voor het aansluiten van een eigen modem/router op de coax-aansluiting op haar website publiceert en het gebruik ervan faciliteert. De ondernemer verstaat onder netwerkaansluitpunt het aansluitpunt op de door de ondernemer geleverde modem/router dat verbonden wordt met het eindpunt van de in de woning van de consument uitkomende kabel. Het is alleen mogelijk om een eigen router aan te sluiten om het door de ondernemer geleverde modem en niet het netwerk. De commissie oordeelt dat de Europese regelgever met het netwerkaansluitpunt bedoeld heeft het eind van de kabel die het huis van een consument binnenkomt. De consument heeft vanaf dit punt zelf de mogelijkheid om te kiezen voor een eigen modem/router. De klacht is gegrond en de vordering van de consument wordt toegewezen. De ondernemer moet binnen 21 dagen na de uitspraak de gegevens voor het aansluiten van een eigen modem/router op de coax-aansluiting op zijn website publiceren en het gebruik van een eigen modem/router faciliteren volgens het Besluit eindapparaten.

Volledige uitspraak

Behandeling van het geschil
De Geschillencommissie Telecommunicatiediensten (verder te noemen: de commissie) heeft bij tussenadvies d.d. 6 oktober 2020 de eindbeslissing aangehouden.

De inhoud van dit tussenadvies is hieronder ingevoegd.

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Telecommunicatiediensten (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 6 oktober 2020 te Den Haag.

De behandeling heeft met instemming van partijen plaatsgevonden buiten hun aanwezigheid.

Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft artikel 2 Besluit eindapparaten.

Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer weigert nog steeds om mijn eigen modem/router aan te sluiten op haar netwerk. Haar eigen routers zijn te beperkt, en bij bridge mode met een eigen router krijg je geen IPv6, wat geen optie is. Hiermee gaat de ondernemer regelrecht in tegen economische basisprincipes van de Europese Unie. Op basis van deze principes zijn de richtlijnen 88/301/EEG en 2008/63/EG tot stand gekomen, en daarmee dus ook het Besluit eindapparaten. Deze principes kunnen nagelezen worden in de preambule van richtlijn 2008/63/EG.

De consument verlangt dat de ondernemer binnen 21 kalenderdagen na onderhavige uitspraak de gegevens voor het aansluiten van een eigen modem/router op de coax-aansluiting op haar website publiceert en het gebruik van een eigen modem/router faciliteert, een en ander conform de artikelen 2 en 3 van het Besluit eindapparaten.

Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Wij doen een beroep op niet-ontvankelijkheid van consument nu de Autoriteit Consument en Markt (ACM) bezig is haar beleid inzake toezicht op de nakoming van artikel 2 Besluit eindapparaten te bepalen. De ACM heeft in september 2020 een concept-beleidslijn gepubliceerd waarop een consultatieronde van marktpartijen plaatsvindt. In afwachting van een definitieve beleidslijn dient consument niet ontvankelijk verklaard te worden in zijn klacht.

Inhoudelijk: in artikel 2 van meergenoemd Besluit moet onder netwerkaansluitpunt (ook) verstaan worden het aansluitpunt op de door ons geleverde modem/router dat verbonden wordt met het eindpunt van de in de woning van consument uitkomende kabel. Op het door ons geleverde modem kan de router-functie uitgezet worden. Het modem is essentieel voor de adresseerbaarheid van de klant in de gedeelde architectuur van een coax-netwerk. Desgewenst kan een consument zijn eigen router aansluiten op het door ons geleverde modem. Dat heeft als consequentie dat wij niet gehouden zijn de gegevens van het eindpunt van de kabel te publiceren, maar wel de gegevens van het aansluitpunt op onze router.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

Met het beroep op niet-ontvankelijkheid doelt de ondernemer kennelijk op artikel 5 van het toepasselijk Reglement. Dat artikel bepaalt wanneer een zaak niet-ontvankelijk is en luidt, voor zover relevant:

d. indien het een geschil betreft waarover de consument reeds bij de rechter een procedure aanhangig heeft gemaakt of waarin de rechter reeds een uitspraak over de inhoud heeft gedaan;

Van de in dat artikel bedoelde situatie is geen sprake. De ACM is geen geschil beslechtende instantie (tot haar kan men zich wenden met verzoeken tot handhaving), zodat ook bij een ruimer begrip van “rechter” niet toegekomen wordt aan niet-ontvankelijkheid. Consument is dan ook ontvankelijk in zijn klacht.

De commissie gaat over tot inhoudelijke beoordeling.

Artikel 2 van het Besluit eindapparaten luidt als volgt:

Een aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk publiceert de technische specificaties van de netwerkaansluitpunten op genoegzame wijze op de eigen internetpagina, voordat via deze netwerkaansluitpunten diensten aan het publiek beschikbaar worden gesteld.

Waar het in deze zaak om gaat is dat consument verlangt dat de ondernemer genoemde technische specificaties publiceert, waarbij het netwerkaansluitingspunt gedefinieerd wordt als – vanuit het openbare netwerk bezien – het fysieke punt aan het einde van de kabel dat de aanbieder van een openbaar elektronisch communicatiedienst op locatie van de eindgebruiker binnen heeft gebracht, zoals de ACM in de beleidsregel vrije keuze modem en andere eindapparaten van 8 juli 2020 als concept heeft gepubliceerd.

Vooropgesteld wordt dat consument niet een algehele publicatie kan verlangen. Een klacht kan alleen betrekking hebben op de relatie tussen consument en ondernemer, derhalve kan de klacht van consument klacht alleen betrekking hebben op bekendmaking naar hem toe van technische specificaties.

Het is de commissie bekend dat de toezichthouder ACM zich beraadt over een grotere mate van modemvrijheid. Zolang dat niet het geval is, bestaat een situatie waarin van geval tot geval beoordeeld moet worden wat redelijk is. Het verlangen van de ondernemer om bij voorkeur een door haar ter beschikking gesteld modem te gebruiken is vanuit haar bedrijfsoptiek begrijpelijk te noemen. Anderzijds is verdedigbaar dat niet een bepaald modem wordt voorgeschreven als het ook met een ander modem kan; dat zou de vrijheid van de consument nodeloos beperken.

Het is de commissie niet duidelijk in hoeverre de ondernemer bereid is, hangende de vaststelling van de beleidsregel door de ACM, aan consument bekend te maken welke in de markt beschikbare modems/routers zonder problemen aangesloten kunnen worden op het netwerkaansluitpunt zoals gedefinieerd in de concept-beleidslijn van de ACM. De commissie zal de zaak aanhouden om de ondernemer in de gelegenheid te stellen zich daarover uit te laten. Daartoe zal een termijn van maximaal één maand na verzending van deze tussenbeslissing gesteld worden. Consument zal vervolgens kunnen reageren.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie stelt de ondernemer in de gelegenheid zich binnen één maand na verzending van deze tussenbeslissing uit te laten over de vraag welke in de markt verkrijgbare modems/routers zonder problemen aangesloten kunnen worden op het aansluitpunt zoals gedefinieerd in het concept-besluit van de ACM.

De hiervoor verlangde aanvullende informatie wordt na ontvangst door de commissie in afschrift aan de consument gezonden. Deze wordt in de gelegenheid gesteld daarop binnen één maand een schriftelijke reactie aan de commissie kenbaar te maken. De commissie zal vervolgens zonder nadere mondelinge behandeling op basis van de stukken bindend adviseren.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Telecommunicatiediensten, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, mevrouw mr. Y.S.H. Schers en mevrouw mr. M.E.A. Möhring, leden, op 6 oktober 2020.

 

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen.

Ter zitting werd de ondernemer vertegenwoordigd door [namen van de vertegenwoordigers ondernemer]

Voor het onderwerp van het geschil en de standpunten van partijen verwijst de commissie naar de hierboven genoemde tussenbeslissing. De commissie neemt over en gedraagt zich naar hetgeen in die beslissing is overwogen en beslist.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen:

In de tussenbeslissing stelde de commissie de ondernemer in de gelegenheid zich uit te laten over de vraag welke in de markt verkrijgbare modems/routers zonder problemen kunnen worden aangesloten op het aansluitpunt zoals gedefinieerd in de concept-beleidslijn van de ACM. Beide partijen hebben zich ter zake uitgelaten. Samenvattend heeft de ondernemer geen modems/routers genoemd zoals bedoeld in voorgaande vraagstelling. De commissie dient dan ook nu tot een inhoudelijke behandeling over te gaan.

In de tussenbeslissing is overwogen hetgeen consument verlangt: de ondernemer dient binnen 21 kalenderdagen na onderhavige uitspraak de gegevens voor het aansluiten van een eigen modem/router op de coax-aansluiting op zijn website te publiceren en het gebruik van een eigen modem/router te faciliteren, een en ander conform de artikelen 2 en 3 van het Besluit eindapparaten (verder: het Besluit).

Artikel 2 van het Besluit luidt als volgt:

Een aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk publiceert de technische specificaties van de netwerkaansluitpunten op genoegzame wijze op de eigen internetpagina, voordat via deze netwerkaansluitpunten diensten aan het publiek beschikbaar worden gesteld.

Artikel 3 van het Besluit luidt als volgt:

Een aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk zorgt er voor dat eindapparaten die voldoen aan de bij of krachtens het Besluit elektromagnetische compatibiliteit 2016 onderscheidenlijk het Besluit radioapparaten 2016 gestelde eisen, op daartoe geschikte netwerkaansluitpunten kunnen worden aangesloten en kunnen blijven worden gebruikt.

Het Besluit is gebaseerd op de Telecommunicatiewet die in artikel 1.1 het netwerkaansluitpunt als volgt definieert:

Fysiek punt waarop een abonnee de toegang tot een elektronisch communicatienetwerk wordt geboden (…)

Ter discussie in deze zaak staat de vraag wat onder netwerkaansluitpunt verstaan moet worden. De consument betoogt dat zulks het punt is waar de kabel zijn huis binnenkomt. De ondernemer betoogt dat zulks is het aansluitpunt op zijn modem/router die verbonden is met het punt waar de kabel het huis van consument binnenkomt.

De commissie overweegt dat in de wet- en regelgeving geen antwoord gevonden kan worden op de vraag die partijen verdeeld houdt. De regering heeft, toen zij advies aan de Raad van State vroeg omtrent het Besluit, in de toelichting -samengevat- vermeld dat, indien het aansluitpunt gedefinieerd zou worden als het aansluitpunt op de door het ondernemer geleverde modem, zulks onverenigbaar is met de doelstelling en werking van richtlijn 2008/63/EG, aangezien het eindgebruikers de mogelijkheid ontneemt om hun eindapparatuur vrij te kiezen. In de uiteindelijk in het Staatsblad gepubliceerde toelichting is die zin echter niet terug te vinden. Kennelijk heeft de regelgever ervoor gekozen om daarover een consultatieronde in te lassen.

Die consultatieronde vindt inmiddels in het kader van haar handhavingsbeleid plaats door de ACM die daaraan voorafgaande een concept-beleidslijn heeft gepubliceerd. In die concept-beleidslijn wordt het netwerkaansluitpunt gedefinieerd als -vanuit het openbare netwerk bezien- het fysieke punt aan het einde van de kabel dat de aanbieder van een openbaar elektronisch communicatiedienst op locatie van de eindgebruiker binnen heeft gebracht. Een definitieve beleidslijn heeft de ACM nog niet gepubliceerd. Anders dan de ondernemer betoogt is die definitieve beleidslijn niet bepalend voor de uitleg van de wet- en regelgeving. Als al in de tussenbeslissing overwogen is de ACM een handhavende instantie en een handhaver beslist niet over hoe de regelgeving luidt.

De commissie overweegt voorts dat voor de uitleg van wat onder aansluitpunt verstaan moet worden te rade gegaan kan worden bij de Europese regelgever, nu het Besluit ingevoerd is op basis van de Europese richtlijn 2008/63/EG. Daarin staat (preambule onder 3) dat met name de snelle groei van de verschillende typen eindapparatuur en van de vele gebruiksmogelijkheden ervan het noodzakelijk maakt dat de gebruikers een vrije keuze uit deze typen wordt geboden zodat zij ten volle van de technologische vooruitgang op dit terrein kunnen profiteren.

De commissie overweegt voorts dat Berec ter zake richtsnoeren heeft uitgegeven. Het Berec-bureau is een orgaan van de EU dat begeleiding en ondersteuning verleent aan Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie. Dat bureau ziet erop toe dat de EU-wetgeving op dit gebied goed wordt toegepast, zodat de EU een goed functionerende interne markt voor elektronische communicatie heeft. In de “Guidelines on Common Approaches to the Identification of Network Termination Point in different Network Topologies” van 5 maart 2020 concludeert Berec onder 3.2.4, althans daarop komt het neer, dat het aansluitpunt aan het eind van de in het huis van consument binnenkomende kabel het meest innovatie en concurrentie in de telecommunicatiemarkt bevordert. Dat zou alleen anders kunnen zijn indien daartoe een objectieve technologische noodzaak is.

De commissie concludeert dat, nu het Besluit is ingevoerd op grond van de Richtlijn 2008/63/EG waarin als uitgangspunt genomen wordt de vrije keuze van consumenten betreffende eindapparatuur en de conclusie van voornoemd EU-agentschap erop neerkomt dat innovatie en concurrentie het meest gediend is indien het netwerkaansluitpunt gedefinieerd wordt als het eind van de in het huis van een consument binnenkomende kabel, het netwerkaansluitpunt als zodanig gedefinieerd dient te worden.

Resteert de vraag of een objectieve technologische noodzaak daartoe in de weg staat. Hoewel de ondernemer enkele bezwaren noemt, waaronder hoge kosten die overigens geen technologische noodzaak impliceren en veiligheidsoverwegingen, neemt de commissie in aanmerking dat andere providers in Nederland het netwerkaansluitpunt al zo definiëren en dus geen objectieve technologische noodzaak daartoe kennelijk in de weg staat. Bovendien wordt in een tweetal EU-landen (Duitsland en Italië) het netwerkpunt al zo gedefinieerd, zodat ook daar kennelijk evenmin een objectieve technologische noodzaak aan een dergelijke definiëring van het netwerkaansluitpunt in de weg staat. De ondernemer specificeert de objectieve technologische noodzaak die zijns inziens aan een andere definiëring van het netwerkaansluitpunt dan hij voorstaat niet, althans onvoldoende.

De commissie komt dan ook tot het oordeel dat de Europese regelgever met het netwerkaansluitpunt bedoeld heeft het eind van de kabel die het huis van een consument binnenkomt. Die uitleg dient dan ook aan het netwerkaansluitpunt in de Nederlandse wet- en regelgeving, als immers gebaseerd op een Europese richtlijn, gegeven te worden. Dat betekent dat de vordering van consument toegewezen zal worden. De ondernemer heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van de in de vordering genoemde termijn, zodat die termijn als onweersproken eveneens toegewezen zal worden.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is. De ondernemer zal dan ook het klachtengeld aan consument dienen te vergoeden.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie beslist dat de ondernemer binnen 21 kalenderdagen na onderhavige uitspraak de gegevens voor het aansluiten van een eigen modem/router op de coax-aansluiting op zijn website dient te publiceren en het gebruik van een eigen modem/router dient te faciliteren, een en ander conform de artikelen 2 en 3 van het Besluit eindapparaten.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 50,– aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Telecommunicatiediensten, bestaande uit R.J. Paris, voorzitter, de heer drs. H.W. Vrolijk en de heer mr. P. P. van der Neut, leden, op 30 maart 2021.