Commissie: Energie
Categorie: Jaarafrekening
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
1318068/1320476
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De commissie oordeelt dat de ondernemer een nieuwe, correcte jaarafrekening moet verstrekken omdat in de bestaande nota een verkeerde berekeningsgrondslag stond vermeld. De consument betwistte de jaarafrekening omdat daarin werd uitgegaan van 133 m² woonoppervlak, terwijl zijn woning 110 m² groot is. Volgens hem leidde dit tot € 126,48 te veel betaalde vaste kosten. De ondernemer legde uit dat in het complex alle vaste kosten al jarenlang via hoofdelijke omslag worden verdeeld: iedere aansluiting betaalt 1/240e deel, ongeacht het aantal vierkante meters. Dat is een toegestane methode volgens NEN 7440. De commissie volgt dit en stelt vast dat de bedragen inhoudelijk juist zijn berekend. Wel moet de ondernemer de jaarafrekening corrigeren omdat de tekst ten onrechte verwees naar een m²‑berekening. De klacht is daarom gegrond voor wat betreft de onjuiste vermelding, maar niet voor het financiële deel. De ondernemer moet een gecorrigeerde nota verstrekken en het klachtengeld van € 52,50 vergoeden.
De volledige uitspraak
Samenvatting
De ondernemer dient een juiste gecorrigeerde nota aan de consument te verstrekken.
Beoordeling
Standpunt van de consument
Op 29 juni 2025 heeft cliënt van [ondernemer] een jaarafrekening ontvangen voor een bedrag van € 520,89. Volgens de berekening van [ondernemer] is cliënt dit bedrag verschuldigd aan vaste kosten voor de levering van warmte. Cliënt betwist deze jaarafrekening, omdat [ondernemer] daarbij is uitgegaan van een woonoppervlak van 133 m². Dit oppervlak is feitelijk onjuist. De werkelijke woonoppervlakte van de woning bedraagt 110 m², hetgeen blijkt uit de door cliënt verstrekte plattegrond en berekeningen. Volgens de jaarafrekening van [ondernemer] zijn de vaste kosten berekend op basis van 133 m². Het bedrag dat [ondernemer] hiervoor in rekening brengt bedraagt € 537,32. Indien echter het juiste oppervlak van 110 m² wordt gehanteerd, moet dit bedrag worden verlaagd naar € 444,40. Dat betekent dat cliënt € 92,92 te veel heeft betaald enkel vanwege het onterecht gehanteerde aantal m². Daarnaast volgt uit de specificatie van de jaarafrekening dat bij de overige vaste kosten een onjuiste berekening is toegepast. Waar volgens de juiste berekeningswijze een bedrag van € 528,82 in rekening zou moeten worden gebracht, heeft [ondernemer] € 562,38 gefactureerd. Dit betekent een aanvullend verschil van € 33,56. In totaal komt het te veel betaalde bedrag uit op € 126,48.
Standpunt van de ondernemer
Het betreffende object, waarvan het adres [straatnaam X, plaatsnaam] onderdeel uitmaakt, bestaat uit 240 aansluitingen. Binnen dit object past [ondernemer] al jarenlang consistent dezelfde verdeelmethode toe: de vaste kosten voor warmte worden hoofdelijk omgeslagen over alle aansluitingen. Dit betekent dat iedere aansluiting 1/240ste deel van de vaste kosten betaalt. Deze methode is een toegestane en gebruikelijke verdeelmethode volgens NEN 7440 (versie 2021). De norm beschrijft meerdere verdeelmethoden, waaronder hoofdelijke omslag. [ondernemer] handelt hiermee volledig conform de geldende richtlijnen.
[ondernemer] is van mening dat de jaarafrekening van juni 2025 inhoudelijk correct is opgesteld en dat de vaste kosten terecht zijn berekend op basis van hoofdelijke omslag. De onjuiste tekstuele verwijzing naar m²-berekening wordt aangepast, maar dit heeft geen invloed op de juistheid van de in rekening gebrachte bedragen.
Oordeel van de commissie
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting onderschrijft de commissie in grote lijnen het standpunt van de ondernemer. De wijze waarop de kosten in rekening worden gebracht is er gebruikelijke methode en in het complex waar de consument woont, is de consument daaraan gebonden. Onder deze omstandigheden kan niet worden gezegd dat de ondernemer aan de consument te veel in rekening heeft gebracht. Wel is de ondernemer gehouden aan de consument een juiste jaarrekening met vermelding van de juiste grondslag van de vaste kosten te verstrekken.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De ondernemer verstrekt binnen zes weken na datum verzending van dit bindend advies aan de consument een juiste gecorrigeerde rekening.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Het meer of anders verlangde wordt afgewezen.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. D.J. Buijs, voorzitter, de heer drs. G.J. Visser, de heer P. van Endhoven, leden, op 11 maart 2026.