Commissie: Waterrecreatie
Categorie: Tekortkoming in de nakoming
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
228285/243774
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument had een boot gehuurd voor een week, maar op de dag van vertrek bleek de boot niet zeewaardig door meerdere gebreken. De ondernemer bood een kleinere vervangende boot aan en beloofde het verschil in huurprijs terug te betalen. Ook zouden schoonmaakkosten worden vergoed, omdat de vervangende boot niet was schoongemaakt. De consument accepteerde het aanbod, maar kreeg geen geld terug en ontving geen reactie op zijn e-mails. De ondernemer voerde geen verweer bij de commissie. De commissie oordeelde dat de klacht gegrond is en dat de ondernemer € 743,39 moet terugbetalen aan de consument, plus € 127,50 aan klachtengeld. Ook moet de ondernemer de behandelingskosten aan de commissie betalen.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft de tekortkoming van de ondernemer in de nakoming van de huurovereenkomst tussen partijen.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dat op het volgende neer.
De consument heeft een boot gehuurd van de ondernemer voor de periode 14 augustus 2023 tot 21 augustus 2023. Op de dag van vertrek was de gehuurde boot echter door meerdere gebreken niet zeewaardig. De ondernemer heeft toen een kleinere boot aangeboden met de mededeling dat de consument het prijsverschil in de huursom van de boten zou terugontvangen. De consument heeft dit aanbod aanvaard. De consument heeft echter tot op heden geen geld ontvangen van de ondernemer. Ook reageert de ondernemer niet op e-mails van de consument.
De consument verzoekt de commissie om te bepalen dat de ondernemer aan de consument € 743,39 dient te betalen. Dit bedrag bestaat uit het prijsverschil in huursom tussen de gehuurde boot en de vervangende boot (€ 2.069,95 -/- € 1.386,58 = € 693,39) en de kosten voor de schoonmaak (€ 50,–) die niet heeft plaatsgevonden op de vervangende boot.
Standpunt van de ondernemer
De ondernemer heeft, ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, geen verweer gevoerd.
Beoordeling van het geschil
De commissie is op basis van de toelichting van de consument en de door hem overgelegde foto’s van oordeel dat het onweersproken verzoek van de consument om te bepalen dat de ondernemer aan hem schadevergoeding dient te betalen haar niet ongegrond of onrechtmatig voorkomt en derhalve toewijsbaar is. Ook ziet de commissie geen aanleiding om te twijfelen aan de hoogte van de verzochte schadevergoeding (€ 693,39 (verschil huurprijs boten) + € 50,00 (schoonmaakkosten) = € 743,39).
De commissie zal dan ook bepalen dat de ondernemer aan de consument € 743,39 dient te betalen.
Klachtengeld
Nu de consument in het gelijk wordt gesteld dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 127,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Behandelingskosten
De commissie zal voorts bepalen dat de ondernemer als de in het ongelijk gestelde partij overeenkomstig het reglement van de commissie behandelingskosten aan de commissie verschuldigd is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
– Verklaart de klacht van de consument gegrond;
– Bepaalt dat de ondernemer aan de consument binnen twee weken na ontvangst van dit bindend advies € 743,39 dient te betalen;
– Bepaalt dat de ondernemer eveneens binnen twee weken het door de consument betaalde klachtgeld van € 127,50 aan hem vergoedt;
– Bepaalt dat de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie aan de commissie behandelingskosten verschuldigd is.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Waterrecreatie, bestaande uit de heer mr. J.N. de Blécourt, voorzitter, de heer M. Bakker, mevrouw mr. M. Lodewijkx – Spithoff, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. R.H.W. Theuns – van Waasdijk, secretaris, op 11 maart 2024.