Ondernemer moet verkeerd aangebrachte rabatdelen volledig vervangen

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Verbouwingen en nieuwbouw    Categorie: Conformiteit / Herstel    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: arbitraal vonnis   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 583192/729378

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument klaagt dat de verf op de houten rabatdelen van haar woning loslaat en dat de ondernemer slechts één zijde heeft hersteld, terwijl ook de andere gevels dezelfde problemen hebben. Uit onderzoek blijkt dat de rabatdelen niet voldoen aan de eisen van goed en deugdelijk werk: er is te weinig ventilatie aangebracht en de ondernemer heeft de rabatdelen zelfs verkeerd om gemonteerd, met de verkeerde zijde van het hout naar buiten. De ondernemer erkent deze fout en stelt zelf voor om alle houten geveldelen te verwijderen en te vervangen door nieuw hout dat wél volgens de juiste voorschriften wordt aangebracht. De commissie volgt dit voorstel en verplicht de ondernemer om alle rabatdelen volledig te herstellen en opnieuw aan te brengen volgens de geldende kwaliteitseisen en ventilatierichtlijnen. De consument kan hiervoor een beroep doen op de BouwGarant‑garantie. De klacht is gegrond, de ondernemer moet het klachtengeld vergoeden en is daarnaast behandelingskosten aan de commissie verschuldigd.

De volledige uitspraak

Ondergetekenden:

de heer mr. R.P.P. Hoekstra te Utrecht, de heer ing. T.C.M. Wever te Waarland, mevrouw mr. C. Muller te Baarn, die in het onderhavige geschil als arbiters optreden, hebben het volgende vonnis gewezen.

Bevoegdheid arbiters en plaats van arbitrage

De bevoegdheid van de Geschillencommissie Verbouwingen en Nieuwbouw (hierna: de commissie) tot beslechting van het geschil berust op een overeenkomst tot arbitrage, zoals opgenomen in artikel 18 lid 1 van de tussen de ondernemer en de consument gesloten aannemingsovereenkomst kavelbouw met toepassing van de BouwGarant Nieuwgarantieregeling Eengezinswoning 2020. Hierin wordt het volgende bepaald:
“Alle geschillen, welke ook – waaronder begrepen die, welke slechts door één der partijen als zodanig worden beschouwd – die naar aanleiding van de aannemingsovereenkomst met toepasselijkheid van de BouwGarant Nieuwbouwgarantieregeling 2020 of van overeenkomsten die daarvan een uitvloeisel mochten zijn, tussen de Opdrachtgever en de Deelnemer mochten ontstaan, worden beslecht door arbitrage conform het Geschillenreglement van de Geschillencommissie Verbouw & Nieuwbouw zoals dat luidt ten dage van de aanhangigmaking van het geschil.”
Er is hiermee voldaan aan de eis van artikel 1021 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De arbiters zijn daarom bevoegd om het geschil te beslechten. Zij dienen gelet op het bepaalde in artikel 30 lid 1 van het reglement van de commissie (hierna: het reglement) te beslissen als goede personen naar billijkheid, met inachtneming van de tussen partijen geldende voorwaarden.

Als plaats van arbitrage is Den Haag vastgesteld.

Onderwerp van het geschil

Het onderwerp van geschil betreft de loslatende verflaag op de rabatdelen van de gevels van de woning.

Behandeling van het geschil

Op 28 maart 2025 heeft te Utrecht de mondelinge behandeling ten overstaan van de arbiters plaatsgevonden, bijgestaan door mevrouw mr. R.H.W. Theuns-van Waasdijk fungerend als secretaris.

Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen om ter zitting te verschijnen. De consument heeft de commissie op 26 maart 2025 bericht dat zij niet aanwezig zal zijn op de zitting. Namens de ondernemer zijn ter zitting verschenen [naam] (directeur Bouw) en [naam] (vervangend projectleider).

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dit erop neer dat de ondernemer tekortgeschoten is in de nakoming van de aannemingsovereenkomst met betrekking tot de rabatdelen van de woning. De consument voert hiertoe, voor zover relevant, het volgende aan.

De gevels van de woning zijn voorzien van rabatdelen. De verflaag op deze rabatdelen laat op verschillende plaatsen los. De ondernemer heeft toegezegd dat hij dit zou herstellen door de rabatdelen grondig te schuren, opnieuw te behandelen en te schilderen. Ook heeft hij toegezegd om extra ventilatieroosters in de kleur van de rabatdelen aan te brengen om het probleem van de stilstaande warme lucht op te vangen. De ondernemer heeft deze herstelwerkzaamheden verricht aan slechts één zijde van de woning, namelijk aan de westzijde. De rabatdelen aan de andere zijdes van de woning heeft hij tot op heden nog niet hersteld.

De consument vordert dat de ondernemer de overige rabatdelen herstelt, op de wijze zoals hij reeds heeft gedaan aan één zijde van de woning.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dit op het volgende neer.

Naar aanleiding van de bevindingen in het deskundigenrapport van 17 februari 2025 heeft de ondernemer geconstateerd dat de door hem voorgestelde herstelwerkzaamheden (opnieuw behandelen van de rabatdelen) niet afdoende zijn, omdat het verval van de gevel nog steeds doorzet. Na contact te hebben opgenomen met de leverancier van de rabatdelen blijkt dat de ondernemer de rabatdelen verkeerd heeft aangebracht. Hij heeft de verkeerde zijde van het hout aan de buitenkant gemonteerd. De ondernemer stelt daarom voor dat hij alle houten geveldelen demonteert en vervangt door nieuw hout, en deze op de juiste wijze en in de juiste kleur aanbrengt.

Deskundigenrapport

De commissie heeft op 10 februari 2025 een onderzoek laten uitvoeren door de heer E.G. Spruitenburg (hierna: de deskundige) naar de rabatdelen van de woning. De deskundige heeft daarover op 17 februari 2025 schriftelijk gerapporteerd aan de commissie. De inhoud van dit rapport geldt – voor zover hierna niet aangehaald – als hier herhaald en ingelast.

Beoordeling van het geschil

Inleiding
Op 4 april 2022 hebben partijen een aannemingsovereenkomst gesloten, met toepassing van de BouwGarant Nieuwbouwgarantieregeling Eengezinswoning 2020, voor het realiseren van de woning aan [adres] te [plaats], voor € 457.097,-. Op de aannemingsovereenkomst zijn van toepassing de Algemene Voorwaarden voor de aannemingsovereenkomst kavelbouw, vastgesteld door de Stichting BouwGarant op 1 januari 2020. De woning is op 7 juli 2023 opgeleverd. Het geschil tussen partijen heeft betrekking op de loslatende verflaag op de rabatdelen van de woning.

De rabatdelen
De commissie stelt vast dat de deskundige in zijn rapport tot de conclusie is gekomen dat de aangebrachte rabatdelen niet voldoen aan de eisen van goed en deugdelijk werk. Volgens de deskundige zijn er door de ondernemer onvoldoende ventilatievoorzieningen aangebracht voor de rabatdelen en voldoen de rabatdelen, wegens de geconstateerde bladder, niet aan de in de Houtwijzer vastgestelde kwaliteitseisen voor gevelbekleding van hout. De deskundige heeft daarom in zijn rapport het volgende hersteladvies gegeven:
“Alle houten geveldelen met bladder of met plamuur opgevulde onvolkomenheden verwijderen. Bij het verwijderen en het herstellen van de gevel zullen de overige geveldelen losgemaakt
moeten worden. De nieuwe houten geveldelen, conform de verwerkingsvoorschriften van gevelbekledingen van deskundig houtinstituut aanbrengen. De nieuwe geveldelen moeten voldoen aan de kwaliteitseisen van NEN 5466 en Houtwijzer Gevelbekleding van deskundig houtinstituut. Voor een optimale ventilatie de onderste geveldeel van een ventilatiespleet van ca. 7 mm of roosters voorzien. Aan de bovenzijde voldoende ventilatieroosters in de kleur van de geveldelen aanbrengen. Zowel onder als boven moet de netto ventilatiedoorlaat ten behoeve van de achterliggende luchtspouw tenminste 200 mm2 per m2 geveloppervlak aanwezig zijn. De nog intact gebleven geveldelen zonder ontoelaatbare onvolkomenheden en beschadigingen mogen weer gebruikt worden. Alle geveldelen opnieuw schilderen conform het bestaande werk. Alle noodzakelijk bijkomende werkzaamheden op een correcte en vakbekwame wijze uitvoeren.”

De commissie constateert dat de door de ondernemer voorgestelde herstelwerkzaamheden – om alle rabatdelen te vervangen door nieuw hout en deze op de juiste wijze en in de juiste kleur aan te brengen – verdergaan dan voornoemd hersteladvies van de deskundige. Gelet hierop zal de commissie de ondernemer veroordelen tot herstel van de rabatdelen, op de wijze zoals hij zelf heeft voorgesteld. De door de ondernemer nieuw aan te brengen rabatdelen dienen daarnaast, conform het advies van de deskundige, te voldoen aan de kwaliteitseisen van NEN 5466 en Houtwijzer Gevelbekleding van deskundig houtinstituut en van voldoende ventilatie te worden voorzien.

Garantieregeling
De arbiters stellen vast dat ten aanzien van de rabatdelen niet is voldaan aan de uit hoofde van de garantienormen te stellen eisen, nu de ondernemer heeft erkend dat hij de rabatdelen verkeerd heeft aangebracht op de gevels van de woning. Voor dit gebrek komt de consument een beroep toe op de BouwGarant Nieuwgarantieregeling Eengezinswoning 2020.

Klachtengeld en behandelingskosten
De klacht van de consument wordt gegrond verklaard. Daarom zal de ondernemer, overeenkomstig het bepaalde in artikel 10 lid 1 van het reglement, aan de consument het door de consument betaalde klachtengeld van € 260,- moeten vergoeden. Bovendien is de ondernemer op grond van hetzelfde artikellid aan de commissie een bijdrage in de behandelingskosten verschuldigd. Die bijdrage wordt de ondernemer separaat bij factuur in rekening gebracht.

Beslissing

De arbiters, als goede personen naar billijkheid, met inachtneming van de tussen partijen geldende voorwaarden, beslissen als volgt:
– verklaren de klacht van de consument gegrond;
– veroordelen de ondernemer tot herstel van de rabatdelen, zoals hierboven overwogen, en zulks uiterlijk op 1 december 2025 op te leveren;
– stellen vast dat aan de consument ter zake de rabatdelen een beroep toekomt op de garantie uit hoofde van de BouwGarant Nieuwgarantieregeling Eengezinswoning 2020;
– veroordelen de ondernemer om aan de consument € 260,- aan klachtengeld te vergoeden;
– bepalen dat de ondernemer behandelingskosten aan de commissie verschuldigd is;
– wijzen af hetgeen meer of anders door de consument is gevorderd.

Opslaan als PDF