Ondernemer niet gehouden om de eerste energieovereenkomst (en zijn daarbij behorende tarieven) gestand te doen. Consument kan geen geslaagd beroep doen op gerechtvaardigd vertrouwen.

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Energie    Categorie: Overeenkomst    Jaartal: 2016
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 99578

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de door de consument aan de ondernemer verschuldigde energietarieven; de  consument verwijst daarbij naar het eerste tussen partijen gesloten energiecontract van ultimo augustus 2015 en de ondernemer naar de door hem gewijzigde energietarieven in de energieovereenkomst van 19 september 2015.
 
De consument heeft de klacht op 21 september 2015 voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

De consument is telefonisch benaderd om voor de levering van energie en gas over te stappen naar de ondernemer. De consument is op dat aanbod ingegaan waarna hij op 27 augustus 2015 een leveringsovereenkomst verkreeg. Tot zijn verbazing ontving de consument op 19 september 2015 een brief van de ondernemer met een nieuwe leveringsovereenkomst waarin kenbaar werd gemaakt dat de eerdere leveringsovereenkomst niet juist was omdat daarin de BTW en de overheidsheffingen niet waren meegenomen. In die tweede leveringsovereenkomst werden de energietarieven dan ook verhoogd. Dat de eerste energieovereenkomst niet zou kloppen was de consument bepaald niet duidelijk.

Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

Ik verkeerde in de veronderstelling dat ook in de eerste overeenkomst alle tarieven waren meegenomen; zo was dat ook vermeld. Ik heb de tarieven die vermeld waren op Pricewise niet bekeken. Toen de ondernemer mij de tweede gewijzigde leveringsovereenkomst toestuurde was het voor mij onduidelijk. Ik heb zelf met de ondernemer moeten bellen om erachter te komen, terwijl ik tevens ook de beide leveringsovereenkomsten naar de ondernemer heb moeten sturen omdat de ondernemer die niet meer zou hebben; dat vind ik een raar verhaal. Ik kreeg de mogelijkheid van de ondernemer om kosteloos over te stappen naar een andere leverancier, maar die tweede leveringsovereenkomst kreeg ik pas drie dagen voor de beoogde overstap. Dan zou ik te weinig tijd hebben gehad om daadwerkelijk nog te kunnen overstappen.

De consument verlangt dat de ondernemer ter zake het verbruik van de consument de energietarieven zal hanteren zoals zijn bepaald in de eerste overeenkomst van 27 augustus 2015 en dat de ondernemer eveneens de reiskosten voor de zitting aan hem zal vergoeden, alsmede een kostenvergoeding voor alle tijd die de consument in het geschil heeft gestoken.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

De ondernemer heeft op 26 augustus 2015 via Pricewise een aanmelding ontvangen voor de levering van gas en stroom aan het adres aan de consument. De ondernemer heeft op 27 augustus 2015 een bevestiging en een leveringsovereenkomst aan de consument toegestuurd waarin per abuis de kale tarieven als inclusieve tarieven aan de consument zijn gecommuniceerd. De ondernemer is daar voor het daadwerkelijk van start gaan van de overeenkomst achtergekomen en hij heeft de consument op 19 september 2015 van de juiste tarieven op de hoogte gesteld. Daarna had de consument nog de gelegenheid om de overeenkomst kosteloos te ontbinden. De levering is per 22 september 2015 van start gegaan. De per 27 augustus 2015 foutief weergegeven tarieven waren voor gas 0,26582 euro inclusief BTW per m2 en voor stroom hoog 0,05027 euro, voor laag 0,03720 euro en voor enkel 0,04450 inclusief BTW. Bij deze tarieven zijn per abuis de BTW en de energiebelasting niet meegenomen. De daadwerkelijke tarieven zijn per 19 september 2015 aan de consument verzonden en die zijn voor gas 0,56182, voor stroom hoog 0,020991 euro, laag 0,19409 euro en voor enkel 0,20293 euro, allen inclusief energiebelasting en BTW. De ondernemer beroept zich in dit verband op een kennelijke onjuistheid van de eerder gecommuniceerde tarieven, onder verwijzing naar de tarieven zoals deze door de Belastingdienst aan de consument worden opgelegd. De consument had bij ontvangst van de juiste tarieven ervoor kunnen kiezen om de overeenkomst terstond te ontbinden. Omdat de overeenkomst niet is ontbonden door de consument en de ondernemer tot op heden energie aan het adres van de consument levert, heeft de ondernemer aan de consument voorgesteld om de overeenkomst zonder boete te beëindigen en heeft de ondernemer tevens een eenmalig voorstel gedaan om € 50,– te crediteren op het moment dat de consument besloot om de overeenkomst die een vaste looptijd heeft tot 30 september 2016 te eerbiedigen. Dat voorstel is met het aanhangig maken van het geschil komen te vervallen. De ondernemer is van mening dat hij redelijke tarieven factureert, die vallen onder een budgetovereenkomst. Handhaving van de onjuiste tarieven is wat de ondernemer betreft, onredelijk en onbillijk.

Ter zitting is namens de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

In de eerste overeenkomst is sprake geweest van het kale tarief, dat wil zeggen ex BTW, ex energiebelasting en ex SDE/ODE, allemaal overheidsheffingen. Grosso modo bedroeg het verschil tussen de eerste en de tweede energieovereenkomst € 0,15 op elektriciteit hoog, € 0,16 op elektriciteit laag, € 0,16 op elektriciteit enkel en € 0,30 voor gas. De ondernemer wijst er verder nog op dat de juiste tarieven wel genoemd werden door/bij Pricewise. Ook ter zake het aan de consument in rekening gebrachte voorschot (van € 178,– per maand) is uitgegaan van de juiste tarieven. De eerste energieovereenkomst is inderdaad een fout geweest die wij zelf hebben ontdekt en wel voor de levering; er is toen een hele badge fout gegaan met onjuiste tarieven. Het verschil is bepaald groot te noemen, hoewel het uiteraard om centen gaat. Als er goed naar gekeken was dan was duidelijk geworden dat het niet klopte. Wij leveren nog steeds aan de consument.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De vraag is of de ondernemer gehouden is om de eerste energieovereenkomst (en zijn daarbij behorende aanbod met tarieven) jegens de consument gestand te moeten doen. De commissie is van oordeel dat dat niet het geval is. Een overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding daarvan (ex artikel 6:217 lid 1 BW). Het aanbod (en overigens ook de aanvaarding) is een rechtshandeling waarbij een op rechtsgevolg gerichte wil zich door een verklaring moet hebben geopenbaard, dat wil zeggen er moet sprake zijn van een wilsuiting die in een daarmee overeenstemmende verklaring is neergelegd. Daarvan is bij het door de ondernemer gedane aanbod geen sprake geweest. De verklaring van de ondernemer (het aanbieden van de daarin gehanteerde energietarieven) berustte niet op een dienovereenkomstige wil (de ondernemer wenste niet die tarieven aan te bieden) zodat aldus geen rechtshandeling (aanbod) en derhalve ook in principe geen overeenkomst tussen partijen tot stand zou zijn gekomen. Dat uitgangspunt lijdt echter uitzondering in het geval dat de consument er in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs gerechtvaardigd op heeft mogen vertrouwen dat tussen partijen desalniettemin een perfecte overeenkomst tot stand zou zijn gekomen, zodat de ondernemer geen beroep toekomt op het ontbreken van wilsovereenstemming (artikel 3:35 BW).

De commissie is van oordeel dat de consument geen beroep op dat gerechtvaardigd vertrouwen toekomt. Daarbij spelen de navolgende omstandigheden een rol. Allereerst heeft te gelden dat de juiste energietarieven (inclusief de verschuldigde overheidsheffingen) wel vermeld waren bij/via Pricewise en de omstandigheid dat de consument die tarieven niet heeft bekeken komt in dat opzicht voor zijn eigen rekening en risico. Verder heeft te gelden dat het aan de consument in rekening gebrachte maandelijkse voorschot (van € 178,–) gebaseerd was op de juiste tarieven, terwijl verder de verschillen in prijzen (exclusief en inclusief de verschuldigde overheidsheffingen) toch aanmerkelijk zijn waarbij het ook nog eens gaat om aan de overheid verschuldigde heffingen/belastingen en het dus niet gaat om de eigen energietarieven van de ondernemer zelf die onjuist zouden zijn, terwijl ten slotte de ondernemer er verder voorafgaand aan de ingangsdatum van de beoogde levering achter de fout is gekomen en de consument daarover heeft verwittigd en hem de mogelijkheid heeft geboden om kosteloos naar een andere energieleverancier over te stappen. Daarnaast is ook geenszins gebleken dat de aanvankelijk overeengekomen zeer lage energietarieven door een andere energieaanbieder zijn of worden aangeboden zodat ook om die reden de prijsstelling/tarifering niet aannemelijk was. In het licht van de omstandigheden van het geval en ook rekeninghoudend met de in de rechtspraak gehanteerde vaste maatstaf van een gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende consument had het voor de consument duidelijk kunnen en moeten zijn dat het aanbod van de ondernemer een vergissing/fout inhield. Aldus kan de ondernemer zich onder de gegeven omstandigheden erop beroepen dat sprake is geweest van een kennelijke onjuistheid/vergissing zodat de ondernemer niet gebonden is aan de tarifering in de eerste energieovereenkomst. De klacht van de consument wordt dan ook ongegrond bevonden. Daaruit volgt dat de consument ook geen aanspraak kan maken op reiskosten en/of vergoeding van anderszins gemaakte kosten, eens temeer omdat uit het reglement van de commissie volgt dat die kosten voor eigen rekening van de consument/partijen komen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie op 22 februari 2016.