Ondernemer schiet tekort door het niet gebruiken van de afgesproken producten

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Afbouw    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2018
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 115005

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De gietvloer is niet gelegd met de afgesproken producten.

Samenvatting uitspraak

De client heeft met de ondernemer afgesproken dat deze een gietvloer aanlegt. In de overeenkomst staat welk product, welke kleur en welk merk de ondernemer zal gebruiken. Na oplevering dient de client een klacht in, onder andere over het product dat de ondernemer gebruikt heeft. Dit is niet hetzelfde als is afgesproken en dit zou gevoeliger zijn voor beschadigingen en krassen.
De ondernemer geeft toe een ander product te hebben gebruikt, maar is niet duidelijk over welk product dan wel is gebruikt. Daarom is dit voor de deskundige en commissie niet goed te vergelijken met wat is afgesproken. De ondernemer schiet tekort, daarom ontbindt de commissie de overeenkomst gedeeltelijk. De consument hoeft het openstaande deel van de factuur niet te betalen en krijgt bovendien een schadevergoeding. Deze bedragen opgeteld moeten voldoende zijn om de vloer door iemand anders te laten herstellen.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een op 28 februari 2017 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het aanbrengen van een PU Full Color gietvloer, kleur S 4000-N, tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 7.262,55.

De werkzaamheden zijn verricht op of omstreeks 12 juni 2017.

De consument heeft een bedrag van € 1.262,55 niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.

De consument heeft op 19 juni 2017 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument
Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

Mijn klachten over deze gietvloer zijn de volgende:

  • er is niet conform afspraak een strip aangebracht op de houten plint;
  • de gietvloer is deels weggelopen in het gaatje bij de plint, ter plaatse is deze niet egaal en dekkend;
  • er zijn spaanslagen/hobbels zichtbaar;
  • het materiaal is van een andere leverancier dan was overeengekomen (te weten R.). Een goedkoper product is nu toegepast, dat gevoeliger is voor beschadiging en krassen. De ondernemer blijkt niet in staat te zijn om mij duidelijk te maken welk(e) product(en) door hem zijn toegepast in deze vloer;
  • er is sprake van onjuiste weergave van het oppervlak in de offerte. Daarin is genoemd 125 m2 terwijl dat 120 m2 had moeten zijn. De factuur zou aangepast worden; de ondernemer heeft dat toegezegd maar nog niet gedaan.

In reactie op het rapport van de deskundige wordt nog het volgende aangevoerd.

Alleen bij een alsnog nieuw aan te brengen toplaag, sluit deze netjes aan op het alsnog toe te passen metalen profiel. De consument wil daarvoor een derde inschakelen. De consument is de mening toegedaan dat de ondernemer de kosten daarvan moet dragen. De drempel is niet 50 mm maar 25 m hoog. Er is ook geen bewijs dat het merk EPI is toegepast. Er zijn merkloze blikken gebruikt. Het productnummer PU 40 is ook niet bekend bij EPI. De ondernemer spreekt hier dus niet de waarheid over. De consument verlangt bewijs van welk product is toegepast door de ondernemer. De creditering voor 5 m2 minder bedraagt € 276,95 op basis van de door de ondernemer geoffreerde m2 prijs. Niet is te begrijpen dat hier door de deskundige alleen materiaalkosten worden meegenomen en geen manuren.

Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

Ik blijf bij wat door mij is aangevoerd. Het klopt dat ik mijn klacht over het ruitpatroon in het toilet heb ingetrokken in aanwezigheid van de deskundige. Daarover hoeft de commissie niet meer te beslissen.

Ik heb er nog steeds geen vertrouwen in dat mij een deugdelijke gietvloer is geleverd. Ook hier bij de mondelinge behandeling weet de vertegenwoordiger van de ondernemer mij er niet van te overtuigen dat voor het leggen van deze gietvloer kwaliteitsproducten zijn gebruikt. Uit de hier ter zitting door die vertegenwoordiger in het geding gebrachte inkoopfactuur van EPI is niet af te leiden dat het de inkoop betreft die bij mij is gebruikt. Het kan net zo goed inkoop zijn voor anderen. Ik herhaal dat de krasgevoeligheid van de vloer mij erg tegenvalt. Dat had ik van een kwaliteitsproduct niet hoeven verwachten. Verder ben ik bang dat de UV-bescherming van de toplaag niet voldoende is. Dat is voor mij een punt nu wij aan de achterzijde van de woning veel glasoppervlak hebben. De vloer moet goed tegen zonlicht kunnen. Overigens zie ik geen verkleuringen in de vloer ten gevolge van lichtinwerking. Ik heb alle reden om de ondernemer ook hier ter zitting niet te geloven. Er wordt niet eensluidend en overeenkomstig de waarheid verklaard. Hier ter zitting is het verhaal weer anders dan bij de deskundige, te weten dat toch geen EPI product is toegepast. Uit het gesprek vooraf in de showroom heb ik begrepen dat de strip wel degelijk zou worden aangelegd. Ik mocht daarop vertrouwen, ook al zag ik daarvan niets terug in de orderbevestiging. 

Ik blijf er bij dat ik een derde wil inschakelen om de vloer te vervolmaken, zoals ik dat wil. De woonkamervloer alsmede de keukenvloer zullen alsnog moeten worden overlaagd, waarbij dan tegen de alsnog aan te brengen strip kan worden aangewerkt voor een strak resultaat. De kosten daarvan worden door mij begroot op omstreeks € 2.000,– want er kan prima op de bestaande vloer worden gelaagd. De creditering voor 5 m2 te veel, bedraagt in totaal € 276,95.  Daarbij hanteer ik hetzelfde tarief per m2 dat de ondernemer heeft gehanteerd in de offerte. 

Ik verlang dus geen nakoming/herstel meer door de ondernemer maar een financiële oplossing.

Standpunt van de ondernemer
Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt. 

De ondernemer is het standpunt toegedaan dat de drempel eigenlijk niet zo had mogen worden uitgevoerd en de vloer had moeten eindigen voor de houten drempel. Als wij een eindprofiel hadden geplaatst, had dat een lelijk open naadje opgeleverd op de aansluiting profiel-houten drempel. De strip is ook geen deel van de overeenkomst. De ondernemer heeft zich alleen verplicht tot het netjes afwerken op de wijze zoals de consument wilde. Op zich is de plaatsing van een RVS neusprofiel alsnog mogelijk. 

De vloer zou niet vlak zijn. Wij hebben de vloer echter geëgaliseerd inclusief de drempel. Spaanslagen en hobbels vallen reuze mee. De consument vond de vloer bij oplevering prachtig.

Er zou bovendien materiaal zijn weggelopen in een open gaatje. Ik zie een duidelijke onvlakheid in de drempel, en dat is de reden van het ‘kuiltje’. Als de consument de vloer overlaagd wenst, kan dit alsnog worden opgelost en dan wil de ondernemer meedenken in die overlaging. 

Wij hebben inderdaad geen gietvloer van fabricaat Remmers geleverd in verband met leveringsproblemen welke wij hebben ervaren op andere werken in de periode tussen offerte en uitvoering van dit werk. Vanwege die problemen zijn wij overgestapt op producten van EPI, een ander kwaliteitsmerk. In dit geval gaat het om de EPI PU 40 topcoating.

Er dient inderdaad nog een creditering voor 5 m2 plaats te vinden.

Ter zitting heeft de (vertegenwoordiger van de) ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

Ik overhandig de commissie en de consument hier ter zitting een door EPI aan het adres van de ondernemer gerichte inkoopfactuur van 18 mei 2017. Daarop kunt u lezen wat er toen door de ondernemer is ingekocht bij EPI aan kwaliteitsmaterialen. Volgens de ondernemer bevat dit ook de inkoop van de ondernemer ten behoeve van de vloer van de consument. Voorts overhandig ik U een pagina met daarop de volgende tekst over de opbouw van deze vloer; mij is gevraagd dat briefje ter zitting aan de commissie voor te lezen opdat de commissie weet hoe de vloeropbouw is:

Laag 1: primer universeel merk Quartzline;

Laag 2: epoxy bouwhars schraplaag 1 KG per m2 merk Remmers;

Laag 3: kleurechte polyurethaan PU UV D45 2,8 KG per M2 merk Remmers;

Laag 4: Coating pur aqua top M merk Remmers.

De ondernemer blijft bij wat door haar is aangevoerd. Er is bij de consument een keurige en mooie vloer gelegd met kwaliteitsproducten.

Als de consument merkloze/blanco emmers heeft gezien, kan dat kloppen, want dat zijn de emmers waar de twee componenten producten in worden gemengd.

De door de consument gewenste strip is niet afgesproken en is bovendien geen gratis iets. De consument is bevestigd per email welke materialen zouden worden toegepast en welke materialen daarbij worden gebruikt. Het aanbrengen van een strip is daarop niet vermeld. De consument heeft niet op die bevestiging gereageerd, wat toch in de rede had gelegen als iets daarin niet klopte. 

Deskundigenrapport
De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voor zover thans van belang, het volgende vastgesteld.

Partijen waren aanwezig bij het bezoek ter plaatse.

Het geschil gaat over de door de ondernemer aangelegde PU Full Color gietvloer, kleur S 4000-N

Dit betreft een polyurethaan gietvloer (éénkleurige uitvoering), voorzien van een transparante polyurethaan topcoating.

De consument heeft het volgende toegelicht:

In mijn woning is door een aannemer bij het samentrekken van twee panden in 1997 over een dilatatie een houten drempel aangebracht. Deze bestaat uit watervast multiplex. Ik heb opdracht gegeven deze drempel mee af te werken en aan het einde te voorzien van een hoekprofiel. Ik was voornemens dit zelf verder esthetisch af te werken met een strip op de kopse kant van de drempel. De ondernemer heeft ondanks onze afspraak daartoe geen eindprofiel geplaatst en het gevolg daarvan is een onregelmatige, lelijke vloerrand. De ondernemer stelt nu nooit over hout aan te werken, maar wij kwamen anders overeen. Tijdens de werkzaamheden hebben zij mij niet aangegeven voornemens te zijn het hoekprofiel achterwege te laten.

In het vloeroppervlak van het lager gelegen vloerdeel (keuken) zie  ik oneffenheden die ik in het hoger gelegen vloerdeel (woonkamer) niet aantref. Ik acht de vloer onvoldoende vlak en ben voornemens de hele vloer opnieuw te laten overlagen. Gezien de relatie met ondernemer ben ik voornemens dat door een derde partij te laten doen.

Op de hoek van de drempel is een laag liggend deel gietvloer zichtbaar doordat materiaal is weggelopen in een gaatje bij de plint, dat zou worden afgesloten en niet is afgesloten. Dat afsluiten was toegezegd door het uitvoerend personeel, maar is toch niet gedaan. Het gaatje op zich zal te zijner tijd onder de plint wegvallen, dus dat is geen probleem.

De klacht ten aanzien van ruitpatronen in het oppervlak van de toiletvloer trek ik in.

Ik heb ter plaatse vastgesteld dat materiaal van Remmers, zoals beschreven in de bijlage bij offerte op grond waarvan de overeenkomst tot stand is gekomen, niet werd verwerkt. Het materiaal was verpakt in blanco bussen en navraag bij Remmers leerde mij dat zij hun materialen niet zo verzenden, ondanks wat de compagnon van de heer N. daarover verklaarde. Mijn vloerafwerking lijkt nu meer te krassen dan in geval Remmers was geleverd.

Door de ondernemer is de volgende toelichting gegeven:

Wij werken normaliter inderdaad niet over hout heen, in verband met de te verwachten werking in hout. Ik ben van mening dat ons personeel de drempel eigenlijk niet zo had mogen uitvoeren en de vloer had moeten beëindigen voor de houten drempel. Als wij een eindprofiel hadden geplaatst, had dat een lelijk open naadje opgeleverd op de aansluiting profiel-houten drempel.

De vloer zou vlak zijn. Wij hebben de vloer geëgaliseerd inclusief de drempel.

Op zich is de plaatsing van een RVS neusprofiel alsnog mogelijk (deskundige: consument geeft aan dat een acceptabele oplossing te vinden).

Er zou bovendien materiaal zijn weggelopen in een open gaatje. Ik zie een duidelijke onvlakheid in de drempel, en dat is de reden van het ‘kuiltje’. Als consument de vloer overlaagd wenst, kan dit alsnog worden opgelost en dan wil ik zeker meedenken in die overlaging.

Wij hebben inderdaad geen gietvloer van fabricaat Remmers geleverd in verband met problemen welke wij hebben ervaren op andere werken in de periode tussen offerte en uitvoering van dit werk. Vanwege die problemen zijn wij overgestapt op producten van EPI, een ander kwaliteitsmerk. In dit geval gaat het om de EPI PU 40 topcoating.

De bevindingen en conclusies van de deskundige: 

Ter plaatse is door de deskundige een polyurethaan gietvloer met een transparante topcoating aangetroffen. De vloerafwerking is op twee afwerkhoogten aangebracht, gescheiden door een drempel van circa 50 mm hoog. De bovenzijde van deze drempel is niet voorzien van een eindprofiel, waardoor materiaal over de rand is gelopen en een rafelige knik heeft opgeleverd. Hierover zou alsnog een profiel kunnen worden gemonteerd, hetgeen de herkenbaarheid van het aanwezige hoogteverschil ook zou verduidelijken.

Aan één zijde van de drempel is een kuiltje zichtbaar. Naar de mening van de deskundige is hier geen sprake van weggelopen materiaal, maar van een oplopende rand van de drempel. Langs de drempel is een lichte ader zichtbaar in de vloerafwerking (dit is geen klacht), welke aangeeft dat er wel degelijke sprake lijkt te zijn van enige werking in het hout. Consument geeft aan dat deze reeds in de egalisatie laag zichtbaar was, doch dat is vanwege het vloeibaar karakter van een gietvloer eigenlijk niet mogelijk.

Het gaatje bij de plint zal inderdaad onder een nog aan te brengen plint wegvallen.

Consument wijst op spaanslagen in de keukenvloer. Daarbij wordt de vloer vanuit de gang onder invallend strijklicht in een bepaalde hoek beschouwd. Dat is geen gebruikelijke beoordelingsmethode, omdat onder strijklicht de meest geringe oneffenheid versterkt zichtbaar wordt. Onder dit licht heeft deskundige echter vastgesteld dat hier naar inzicht van deskundige géén sprake is van een bovenmatige spaanslag (die normaal gebruikelijk aanwezig zijn bij een in situ aan te brengen product). Zou deze vloer worden overlaagd, dan is het nog maar de vraag of er wel een beter resultaat kan worden gerealiseerd. Dat deze onvlakheid in de woonkamer minder goed zichtbaar is, klopt overigens wel. De lichtinval en kijkhoek kunnen daar namelijk niet gelijkwaardig worden gereproduceerd.

Ten aanzien van de materiaalwijziging geeft ondernemer aan inderdaad een alternatief te hebben toegepast. De producten van EPI zijn zonder meer niet slecht, maar bij gebrek aan gepubliceerde productbladen kan deskundige geen echt vergelijk maken met de Remmers Aqua Top M. Deskundige stelt echter wel vast dat in de beoordeelde vloer geen bovenmatige krasvorming is aangetroffen en dat elk oppervlak bij bekrassing met een harder materiaal (zoals een eenvoudige zandkorrel) een kras zal kunnen vormen. Krasvast zijn van een topcoating is bovendien niet normatief in het werk meetbaar. Deskundige ziet in een en ander samenvattend geen aanleiding om te vermoeden dat van een minder krasvaste gietvloer met topcoating sprake is.

Voor wat betreft het behandeld oppervlak verschillen partijen van mening over 5m². Dit is een afwijking van 4% van het overeengekomen te bewerken oppervlak. Consument heeft geen bouwtekening beschikbaar van deze veelhoekige woning. Deskundige heeft het behandeld oppervlak daarom niet gemeten. De arbeidstijd daarvoor benodigd zou in geen relatie tot de omvang van het geschilpunt staan.

Uit het gesprek ter plaatse en de dossierstukken concludeert deskundige dat een eindprofiel inderdaad was overeengekomen en niet is geplaatst. Dit kan alsnog.

De onvlakheid bij de drempel komt voort uit de drempel zelf, en niet uit weglopen van materiaal. Dit had vooraf aangepast kunnen worden, maar dat is niet gebeurd. Bij een overlaging zoals de consument voorstaat kan dat alsnog gebeuren. 

Deskundige acht geen sprake van bovenmatige onvlakheden door spaanslagen in het vloeroppervlak.

Deskundige ziet geen aanleiding om te stellen dat sprake is van een mindere prestatie ten aanzien van het krasvast zijn van de vloerafwerking.

Herstel is mogelijk, en wel als volgt:

Een eindprofiel kan eenvoudig alsnog worden gerealiseerd, en feitelijk zelfs op een esthetisch meer verantwoorde wijze dan door het oorspronkelijk voorziene hoekprofiel.

De onvlakheid op de hoek van de drempel laat zich niet door spot-repair herstellen. Dit vereist aanpassing van de ondergrond en dat herstel kan met een overlaging aan het zicht worden onttrokken. De ernst van dit punt acht deskundige gering en niet een volledige overlaging van het hoog liggende vloerdeel rechtvaardigen. Voor zover een verwijtbaarheid van ondernemer door de Commissie aan de orde wordt geacht, acht deskundige dan een waardevermindering van € 250,– inclusief BTW adequaat.

In de overeenkomst kwam deskundige geen verrekenbaarheid van bewerkt oppervlak tegen. Indien de commissie van mening is dat dit wel verrekenbaar zou zijn, wijst deskundige op het volgende:

Het geringe oppervlakteverschil levert ondernemer geen winst op in arbeidstijd. Het gesteld minderwerk zal daardoor niet meer dan de materiaalkosten bedragen, hetgeen voor 5m² ongeveer overeen zal komen met 5 x € 25,– = € 125,– inclusief BTW (dat is voorbehandeling, egaline, primer, gietvloer en topcoating).

De kosten van het alsnog aanbrengen van een neusprofiel, leveren en aanbrengen € 300,– inclusief BTW

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

De bevindingen en conclusies van de deskundige worden integraal door de commissie onderschreven, tenzij hierna alsnog anders wordt beslist.

Op basis van wat de ondernemer zelf heeft verklaard ten overstaan van de deskundige over de opbouw van de vloer, moet de conclusie zijn dat door de ondernemer niet is nagekomen de (kennelijk in de productenbijlage bij de geaccepteerde offerte verwoorde) afspraak dat door de ondernemer alleen producten van het merk Remmers zouden worden toegepast.

Voor wat betreft de achtereenvolgens toegepaste materialen heeft te gelden dat de ondernemer niet heeft weten aan te tonen welk materialen van welk merk bij de consument zijn gebruikt. De eerst ter zitting in het geding gebrachte inkoopfactuur van EPI geeft daarover – naar het oordeel van de commissie – evenmin doorslaggevende duidelijkheid, omdat de daarin genoemde materialen net zo goed bij andere consumenten kunnen zijn toegepast en dus niet bij de consument, dit mede gelet op de ingekochte hoeveelheden. Bovendien wordt ter zitting – kennelijk per abuis – toch weer anders verklaard dan door de ondernemer tegenover de deskundige is verklaard: namelijk dat helemaal geen EPI producten zijn toegepast in de vloer van de consument, maar juist in hoofdzaak wel weer producten van Remmers. Ter zitting is door de vertegenwoordiger van de ondernemer ter staving van de vloeropbouw namelijk een korte notitie voorgelezen, welke notitie overigens ook eerder al in het geding was gebracht. Die notitie betreft kennelijk aantekeningen van de beoogde vloeropbouw, genoteerd bij of vlak na acceptatie van de offerte door de consument. De commissie houdt de ondernemer dan ook aan diens woord zoals verklaard ten overstaan van de deskundige van de commissie: namelijk dat in strijd met de afspraak met de consument bij deze vloerafwerking alleen of in hoofdzaak producten zijn toegepast van het Merk EPI.

De conclusie moet in elk geval zijn dat onduidelijk is gebleven welke materialen in deze vloer zijn toegepast. De kwaliteit van de wel toegepaste producten laat zich hier dan ook niet toetsen aan de gemaakte afspraken.

Dit reeds, levert een toerekenbaar tekortschieten op van de ondernemer, die zich immers heeft verplicht om alleen Remmersproducten te gebruiken, en die dat niet genoegzaam aan kan tonen, terwijl dat wel had gemoeten.

Dit is reden voor de commissie om de overeenkomst van partijen gedeeltelijk te ontbinden, en wel in die zin dat de consument wordt ontheven van de overeengekomen betalingsverplichting om het in depot gestorte bedrag te betalen aan de ondernemer. Daarenboven zal de ondernemer worden verplicht om als aanvullende schadevergoeding aan de consument te betalen het bedrag van 

€ 737,45. Met het totaal van die bedragen (te weten € 2.000,–) moet de consument (ook naar eigen zeggen) in staat worden geacht om een derde in te schakelen om de gewenste vloeren in woonkamer en keuken te overlagen met een deugdelijke toplaag. Voor zich spreekt dat die aanpak tevens meebrengt dat de ondernemer is ontheven van de verplichting om op basis van de voorliggende klachten nakomings-/herstelwerkzaamheden uit te voeren.

Aldus oordelend heeft de consument geen belang meer bij een beoordeling van diens klacht over de krasvastheid van de huidige toplaag en het gemis van de strip. Overigens is terecht door de ondernemer aangevoerd dat het aanbrengen daarvan niet tussen partijen is afgesproken.

Voorts heeft de consument recht op een creditering ten bedrage van € 276,95 inclusief BTW. Door de ondernemer is zulks op zich erkent; alleen de hoogte van het bedrag stond nog niet vast. Door de consument is terecht aangevoerd dat bij de berekening van dat bedrag uit moet worden gegaan van de m2 prijs die de ondernemer heeft gehanteerd in de geaccepteerde offerte.

De commissie acht de klacht derhalve gegrond.

Op grond van het reglement van de commissie is de ondernemer dan ook gehouden het klachtengeld te voldoen aan de consument alsmede om behandelingskosten te voldoen aan het secretariaat van de commissie, welke kosten de ondernemer bij afzonderlijke factuur door het secretariaat van de commissie in rekening zullen worden gebracht.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Ontbindt het door partijen overeengekomene gedeeltelijk en wel aldus:

– de consument wordt ontheven van de verplichting om het nog openstaande bedrag van 

€ 1.262,55 te betalen aan de ondernemer;

– de ondernemer wordt ontheven van de verplichting om op basis van de voorliggende klachten nakomings-/herstelwerkzaamheden bij de consument uit te voeren.

De ondernemer betaalt aan de consument een aanvullende schadevergoeding van € 737,45.

De ondernemer betaalt voorts aan de consument voornoemd bedrag van € 276,95 inclusief BTW, en stuurt daarvoor een creditfactuur aan de consument.

Betaling van de laatstgenoemde twee bedragen dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies. Indien die betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de ondernemer bovendien de wettelijke rente over die bedragen vanaf de verzenddatum van het bindend advies. 

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van 

€ 127,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd dat de ondernemer door het secretariaat van de commissie nog bij afzonderlijke factuur in rekening zal worden gebracht.

Met in achtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag van € 1.262,55 terugbetaald aan de consument.

Wijst af wat meer of anders is verzocht.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Afbouw, bestaande uit 

mr M.L.J. Koopmans, voorzitter, mr W. Van den Berg en ir J.A.A. van Strijp, leden, op 13 juni 2018.