Ondernemer schond zorgplicht bij tewaterlating – schade voor helft vergoed

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Waterrecreatie    Categorie: (On)Zorgvuldig handelen    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 642292/876064

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over ?

Een consument klaagde omdat haar boot zwaar beschadigd raakte nadat de ondernemer deze te water had gelaten. De boot liep vol water doordat een slang zonder dop en met open kraan water doorliet. De commissie stelde vast dat er wél een stallingscontract was en dat de HISWA‑voorwaarden golden. De ondernemer had bij het te water laten geen goede controle gedaan, de consument niet op de hoogte gebracht van de exacte tewaterlatingsdatum en pas na 28 uur ontdekt dat er iets mis was. Daarmee heeft de ondernemer zijn zorgplicht geschonden. Tegelijk vindt de commissie dat de consument zelf ook deels schuld had, omdat zij de ondernemer niet had geïnformeerd over de openstaande kraan, geen sleutel had afgegeven en niet zelf proactief had gecontroleerd. De commissie oordeelt daarom dat beide partijen ieder voor 50% verantwoordelijk zijn. Van de totale schade van € 9.056,13 moet de ondernemer € 4.528,07 vergoeden. Daarnaast hoefde de consument het in rekening gebrachte liggeld van € 1.117 niet te betalen, omdat daarvoor geen geldige grond bestond. Ook moet de ondernemer het klachtengeld aan de consument vergoeden.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft de schade aan de boot van de consument, die is ontstaan nadat de ondernemer de boot te water heeft gelaten.

De consument heeft een bedrag van € 1117,– niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Om een timmerklus uit te laten voeren door een scheepstimmerman, die aan het terrein van de ondernemer is verbonden, moest de boot van de consument daar op de kant voor de winterstalling. Het contact daarover is via de timmerman verlopen. Eind september 2023 heeft de consument een e-mail van de ondernemer ontvangen. In deze e-mail is gerefereerd aan een nieuwsbrief en de opmerking gemaakt dat de HISWA-voorwaarden en het havenreglement van toepassing zouden zijn. De consument heeft geen formele overeenkomst gesloten met de ondernemer, zij heeft wel gebruik gemaakt van de diensten van de ondernemer voor winterstalling.

De ondernemer heeft zijn zorgplicht niet vervuld na tewaterlating van de boot van de consument. Deze is na de tewaterlating volgelopen. De ondernemer heeft de consument pas 28 uur na de tewaterlating gemeld dat de boot te water was gelaten. Deze stond toen al vol water. Hierdoor is schade ontstaan aan motor, componenten en elektra. De reparatiekosten daarvan bedroegen € 9.056,13. De ondernemer heeft zelf onvoldoende gecontroleerd en de consument niet in gelegenheid gesteld bij of kort na de waterlating controles te doen en te handelen. Als hij dit wel had gedaan, was er geen schade ontstaan.

De ondernemer heeft voorts onaangekondigd een factuur voor liggeld gestuurd à € 1.117,–.

De consument verzoekt de commissie te bepalen dat zij de openstaande factuur niet hoeft te betalen. Voorts verzoekt zij de commissie haar een passende compensatie toe te kennen voor de schade die zij door toedoen van de ondernemer heeft geleden.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De boot van de consument heeft, wel degelijk met een overeenkomst, in het winterseizoen 2023/2024 bij de ondernemer in de winterstalling gestaan. De consument is bij de ondernemer gekomen via de timmerman die op het terrein van jachthaven een werkplaats heeft, maar niet verbonden is aan de jachthaven. De ondernemer is niet in de boot geweest. De boot heeft alleen bij hem in stalling gestaan en is geen moment bij hem in beheer geweest voor het uitvoeren van werkzaamheden. De ondernemer heeft via de e-mail contact gehad met de consument. In alle correspondentie van de ondernemer worden de HISWA-voorwaarden genoemd en wordt daarnaar verwezen. De consument heeft de factuur van de ondernemer voor winterstalling betaald. Daardoor is zij akkoord gegaan met de stallingsovereenkomst, die haar via de timmerman is aangeboden, en met de HISWA-voorwaarden. De consument heeft aan de timmerman laten weten akkoord te zijn met de ontvangst van winterstallingsinformatie. De boot is door de ondernemer vakkundig in de grote loods in winterstalling geplaatst. De consument heeft geen klachten geuit over de winterstallingplek, niet vooraf, niet tijdens en niet direct na de stalling. Het is aan de klant om, nadat de boot op haar stallingsplek staat, te controleren of alles naar tevredenheid is.

Op 19 maart 2024 is de boot rond 13:00 uur het water ingegaan, volgens de planning tewaterlating waarvan de consument op de hoogte was. De timmerman is op de avond van de tewaterlating nog buiten op de boot geweest en heeft geen afwijkingen geconstateerd. De ondernemer controleert zonder nadrukkelijk verzoek nooit de binnenzijde van de boot. De consument verwijt de ondernemer dat zij geen gelegenheid heeft gehad om bij de tewaterlating te zijn. Een dergelijk verzoek hiervoor is nimmer correct – via de e-mail – bij de ondernemer gedaan. Als deze e-mail er wel was geweest had er, in afwijking van het schema, een afspraak met de consument kunnen worden gemaakt om bij de tewaterlating aanwezig te zijn. Op 20 maart 2024 heeft de havenmeester olie of vettigheid in de haven geconstateerd. De boot van de consument leek iets verdiept in het water te liggen. De havenmeester heeft direct contact opgenomen met de timmerman, de tussenpersoon van de boot, om de consument hiervan in kennis te stellen. De havenmeester is na de constatering ook direct aan de slag gegaan met beredderen. De timmerman is naar de boot gekomen, heeft de boot betreden en is naar binnen gegaan. Ter plekke heeft hij telefonisch contact gehad met de consument die heeft aangegeven: “kijk eens in het keukenkastje, misschien ben ik vergeten de afsluiter van de blauwe slang dicht te doen, stom stom stom”. De consument heeft aangegeven jarenlang met een afgedopte slang en geopende buitenboordkraan te hebben rondgevaren. Tijdens de winterstalling heeft de consument zelf de kraan kunnen controleren. Inderdaad bleek de oorzaak van de lekkage daar te liggen. De ondernemer heeft aangeboden de boot weer naar de kraan te slepen en deze uit het water te halen. Dit is door de consument niet nodig geacht. De consument heeft op dat moment laten weten het zelf verder te kunnen afhandelen en heeft de aangeboden hulp geweigerd.

Op grond van artikel 12 van de HISWA-voorwaarden is de ondernemer niet aansprakelijk voor de schade aangezien geen sprake is van een tekortkoming die is toe te rekenen aan de ondernemer of de personen die voor hem werken. Het betreft een technisch probleem aan de binnenzijde van de romp. Conform artikel 13 van de HISWA-voorwaarden had de consument de klacht tijdig moeten indienen. De ondernemer is pas na ruim vijf maanden aansprakelijk gesteld. De verzekeraar van de consument heeft geen aansprakelijkheid bij de ondernemer neergelegd, terwijl er wel een expert bij de boot is geweest.

De ondernemer heeft contact gehad met de monteur. Deze gaf aan dat na de eerste bereddering een afspraak voor verdere reparatie door de consument is geannuleerd. Pas veel later is een nieuwe afspraak ingepland. Vermoedelijk heeft de niet tijdige eindreparatie van het geheel ernstig bijgedragen aan het explosieve bedrag van de totale reparatie.

De ondernemer verzoekt de commissie de klacht van de consument ongegrond te verklaren.

Reactie van de consument op het standpunt van de ondernemer

1. Oorzaak van de schade
Er kwam water binnen door een slang, waarvan de kraan open stond. Aangezien de slang was afgedopt voordat de boot uit het water ging, dacht de consument dat het geen probleem was dat de kraan open stond. De dop bleek echter verdwenen. De consument heeft de ondernemer niet aansprakelijk gesteld voor het verdwijnen van de dop en het binnenkomen van het water. Het is namelijk niet te achterhalen hoe de dop van de slang kan zijn geraakt. Wel heeft de consument zolang de boot in haar bezit is, er altijd voor gezorgd dat een openstaande kraan niet direct leidt tot binnenstromend water.

2. Aanwezigheid bij de tewaterlating
De consument heeft mondeling bij het havenkantoor de mogelijkheid verkend om bij de tewaterlating te zijn. Haar is meegedeeld dat de dag en het tijdstip of dagdeel van geplande tewaterlating niet aan haar kon worden gecommuniceerd, vanwege de benodigde flexibiliteit van de haven. Zij kreeg de indruk dat de ondernemer de eigenaar van een boot er ook eigenlijk niet bij wil hebben. Het havenkantoor heeft de consument niet gewezen op de mogelijkheid om per e-mail aan te geven dat zij aanwezig wilde zijn; zij heeft deze mogelijkheid ook nergens anders gelezen.

3. Zorgplicht
De ondernemer heeft gekozen voor een werkwijze waarbij hij de boten te water laat, zonder dat de eigenaar daarbij aanwezig is. Bovendien informeert de ondernemer de eigenaar achteraf in principe niet zodra de boot te water is gelaten. Hiermee neemt de ondernemer een zorgplicht op zich. De ondernemer heeft deze zorgplicht niet vervuld en de consument niet in de gelegenheid gesteld om zelf tijdig proactieve controles te doen: de ondernemer heeft pas 28 uur na de tewaterlating controles uitgevoerd, reactief naar aanleiding van ‘olie in de haven’. De ondernemer heeft de consument geïnformeerd dat de boot 28 uur eerder te water was gelaten, pas toen en alleen omdat de boot volgelopen werd aangetroffen.

4. Omvang schade
De ondernemer suggereert dat de schade is verergerd door de tijd die er tussen het vollopen en de reparatie zit. De consument heeft in goed overleg met diverse experts en onder begeleiding de contactpersoon voor de schadeverzekering de juiste acties ondernomen. De omvang van de schade is ontstaan doordat de motor en componenten geheel onder water zijn komen te staan. Dit is veroorzaakt doordat er 28 uur lang water in de boot heeft kunnen lopen. Als de consument bij of vlak na de te waterlating controles had kunnen doen, was dit niet aan de orde geweest.

5. Opstelling van en communicatie met de ondernemer
De ondernemer stelt aan de ene kant de timmerman niet aan de haven verbonden is. Aan de andere kant baseert de ondernemer zich wel op communicatie met de timmerman voor het sluiten van de overeenkomst en hulp van de timmerman na het vollopen van de boot, als ware het communicatie en hulp van de ondernemer zelf.

De consument heeft nooit bereidheid en verantwoordelijkheidsgevoel van de ondernemer ervaren na het vollopen van de boot. De timmerman heeft geen boodschappen van de ondernemer aan de consument overgebracht. De timmerman heeft haar ook meerdere keren expliciet aangegeven er niet tussen in te willen staan. De consument is nog steeds verbaasd dat de ondernemer nooit direct contact met haar heeft willen leggen, na het voorval.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Bevoegdheid
Nu de consument heeft gesteld dat er geen overeenkomst is tussen haar en de ondernemer, dient de commissie allereerst – ook ambtshalve – te toetsen of zij bevoegd is om te beslissen in het geschil tussen partijen. Immers, voor de bevoegdheid van de commissie is een overeenkomst vereist. Dit volgt uit artikel 3 van het Reglement van de commissie. Daarin is – voor zover van belang – het volgende bepaald:
De commissie heeft tot taak geschillen tussen consument en ondernemer te beslechten, voor zover deze betrekking hebben op de totstandkoming of de uitvoering van overeenkomsten met betrekking tot door de ondernemer te leveren of geleverde diensten en/of zaken”.

De commissie stelt vast dat de ondernemer in de e-mail van 27 september 2023 de aanvraag voor winterstalling – die door de timmerman namens de consument is gedaan – aan de consument heeft bevestigd. Vervolgens heeft de ondernemer op 29 september 2023 een factuur voor de winterstalling gestuurd, die de consument – zoals zij ter zitting desgevraagd heeft verklaard – heeft betaald. Vaststaat voorts dat de consument van de winterstalling gebruik heeft gemaakt. Naar het oordeel van de commissie is aldus genoegzaam komen vast te staan dat er tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen voor winterstalling van de boot van de consument bij de ondernemer. Dat er – zoals de consument stelt – geen formele overeenkomst is gesloten en dat de ondernemer, behoudens voormelde e-mail en via nieuwsbrieven, niet rechtstreeks met de consument heeft gecommuniceerd, doet daaraan niet af.

De commissie stelt voorts dat zowel in de e-mail van 27 september 2023 als op de factuur van 29 september 2023 is vermeld dat de ‘HISWA-voorwaarden’ van toepassing zijn. Gelet op de aard van de overeenkomst zijn dit: de ‘HISWA Algemene Voorwaarden Huur en Verhuur Lig- en/of Bergplaatsen” (hierna te noemen: de HISWA-voorwaarden).

In deze algemene voorwaarden staat eveneens een voor de bevoegdheid van de commissie relevante bepaling, te weten:
ARTIKEL 15 – GESCHILLENREGELING
1. Als de consument en de ondernemer een geschil hebben, kan elk van beiden dit geschil voorleggen aan de Geschillencommissie Waterrecreatie, Bordewijklaan 46, Postbus 90600, 2509 LP Den Haag (www.sgc.nl). Hiervoor gelden de volgende voorwaarden:
a. Het geschil gaat over de totstandkoming of de uitvoering van een overeenkomst tussen de ondernemer en de consument.
b. De overeenkomst betreft diensten of zaken die de ondernemer aan de consument gaat leveren of heeft geleverd.
c. Op de overeenkomst zijn deze algemene voorwaarden van toepassing”.

Uit het voorgaande volgt dat de commissie bevoegd is het geschil van partijen te behandelen en om daarin met bindend advies te beslissen. Daarbij overweegt de commissie allereerst dat zij de termijn van vijf maanden die is verlopen tussen het ontstaan van de schade en de aansprakelijkstelling van de ondernemer door de consument, niet onredelijk acht. De commissie stelt voorts vast dat de consument vervolgens tijdig – binnen de termijn van twaalf maanden die is genoemd in artikel 6 lid 1 sub b van het reglement van de commissie – het geschil aan de commissie heeft voorgelegd.

Schade en aansprakelijkheid
Tussen partijen bestaat in grote lijnen overeenstemming over hetgeen is gebeurd. Het inhoudelijke geschil spitst zich toe de vraag of de ondernemer aansprakelijk kan worden gesteld voor het feit dat de boot van de consument na de tewaterlating schade heeft opgelopen. Het gaat derhalve in feite om de vraag, wat de reikwijdte is van de aansprakelijkheid van de ondernemer uit hoofde van de verhuur van een lig- of bergplaats.

Van belang is artikel 12 lid 1 van de HISWA-voorwaarden, dat als volgt luidt: “De ondernemer is tegenover de consument alleen aansprakelijk voor schade aan het vaartuig of andere gestalde zaken, als die schade het gevolg is van een tekortkoming die is toe te rekenen aan de ondernemer of aan personen die voor hem werken. Hieronder vallen zowel personen die bij de ondernemer in dienst zijn als personen die door de ondernemer zijn aangesteld voor de uitvoering van werkzaamheden”. Daaruit volgt dat de verhuurder van een lig- of bergplaats weliswaar een zekere verantwoordelijkheid draagt, doch geen volledig risico. Er dient sprake te zijn van een bepaalde mate van verwijtbaarheid van de ondernemer. In nauwe samenhang hiermee bepaalt artikel 11 lid 1 van de HISWA-voorwaarden dat de ondernemer verplicht is om behoorlijk toezicht te houden om de goede gang van zaken op het haventerrein en op de vaartuigen te handhaven.

Ter zitting heeft de commissie in dit verband reeds aangegeven dat zij de vraag dient te beantwoorden of de ondernemer aan zijn zorgplicht heeft voldaan.

Op basis van de stukken en het verhandelde ter zitting is de commissie van oordeel dat dit niet het geval is. Daarbij acht de commissie de volgende omstandigheden van belang:
– de ondernemer heeft de consument uitsluitend via nieuwsbrieven van december 2023 en maart 2024 geïnformeerd over de tewaterlating. Daarbij is slechts algemene informatie gegeven over het schema van de tewaterlating, met vermelding van weeknummer en naam van de loods. De consument heeft geen specifieke informatie ontvangen over de exacte datum waarop haar boot het water in zou gaan;
– de ondernemer heeft de tewaterlating uitgevoerd buiten aanwezigheid van de consument (of de timmerman). Het is zijn gebruikelijke werkwijze om de huurders van de ligplaatsen niet bij de tewaterlating aanwezig te laten zijn. De ondernemer heeft aangegeven dat indien zij wel aanwezig willen zijn, zij dit via de e-mail aan de ondernemer kenbaar moeten maken. Dit heeft de consument niet gedaan. De consument heeft gemotiveerd betwist dat de ondernemer haar op de hoogte heeft gebracht van deze mogelijkheid. De consument heeft daartegen aangevoerd dat zij telefonisch contact heeft gehad over de tewaterlating en dat haar te kennen is gegeven dat zij daar niet bij kon zijn.
– de ondernemer heeft de boot niet aan een controle onderworpen, alvorens deze te water te laten.
– de ondernemer heeft de consument niet om een sleutel gevraagd om de boot in te kunnen gaan voor het geval er iets mis zou gaan met de tewaterlating;
– de ondernemer heeft ook na de tewaterlating geen controle uitgevoerd. Dat de boot vol met water was gelopen, is pas geconstateerd nadat de havenmeester olie op het water zag drijven en er vervolgens is gezocht naar de oorzaak daarvan;
– de ondernemer heeft de consument pas achteraf – na het ontstaan van de schade – geïnformeerd dat haar boot te water was gelaten.

Zoals hiervoor is overwogen, draagt de ondernemer geen volledig risico. Naar het oordeel van de commissie kan de consument ook een verwijt worden gemaakt. Van haar had een proactieve houding mogen worden verwacht; zij had de ondernemer ook uit eigen beweging een sleutel kunnen aanbieden en hem erop kunnen wijzen dat extra oplettendheid bij de tewaterlating was vereist omdat de buitenkranen niet allemaal waren afgesloten en dat een leiding met openstaande buitenkraan was afgedopt.

Sprake is van “eigen schuld” in de zin van artikel 6:101 van het Burgerlijk Wetboek, welk artikel bepaalt dat de schadevergoedingsplicht verminderd kan worden als de schade mede het gevolg is van een omstandigheid die aan de benadeelde kan worden toegerekend.

Alle omstandigheden afwegend, acht de commissie het redelijk de schuld van beide partijen als gelijkwaardig te kwalificeren. De schuldverdeling wordt daarom gesteld op: 50% schuld bij de ondernemer en 50% eigen schuld bij de consument. Dit betekent dat de ondernemer 50% van de schade kan worden toegerekend. De schade bedraagt blijkens de door de consument overgelegde facturen van 23 maart 2024 en 26 augustus 2024 in totaal € 9.056,13, welk totaalbedrag in dit geding niet in twijfel is getrokken. De commissie zal bepalen dat de ondernemer 50% van dit bedrag, derhalve € 4.528,07, aan de consument moet vergoeden.

Liggeld
De consument maakt voorts bezwaar tegen betaling van de factuur van de ondernemer van 8 juli 2024, waarbij haar bedrag van € 1.117,– in rekening is gebracht voor het bezetten van een ligplaats na de winterstalling en na genoemde tewaterlating.

Partijen hebben kennelijk geen afspraken gemaakt over de kosten voor het al dan niet noodgedwongen bezetten van de ligplaats.

De juridische grondslag van die vordering van de ondernemer is niet aannemelijk geworden. Daarvoor is ook te weinig gesteld door de ondernemer. Het bezetten van die ligplaats valt niet onder de reikwijdte van de overeenkomst tot winterstalling. Evenmin betreft het zaakwaarneming of beredderingskosten verricht/gemaakt ten behoeve van de consument. Ook kan niet gezegd worden dat het door de ondernemer geleden schade betreft ten gevolge van het vollopen van het schip in de haven van de ondernemer. In dat laatste geval had de ondernemer overigens ook de plicht gehad de schade te verminderen door de consument te verplichten de boot uit de haven te verwijderen.

Naar het oordeel van de commissie had de ondernemer deze kosten niet in rekening mogen brengen bij de consument. Zij zal dan ook bepalen dat de consument het bedrag van € 1.117,– niet verschuldigd is.

Slotsom De commissie komt tot de conclusie dat de klacht van de consument (grotendeels) gegrond is.

Klachtengeld en behandelingskosten
De commissie ziet aanleiding de ondernemer te veroordelen tot vergoeding van het door de consument betaalde klachtengeld van € 127,50

Bovendien dient de ondernemer – overeenkomstig het reglement van de commissie – de bijdrage in de behandelingskosten van de commissie te voldoen aan het secretariaat van de commissie. Die bijdrage wordt de ondernemer separaat bij factuur in rekening gebracht.

Hetgeen partijen ieder voor zich verder nog naar voren hebben gebracht, behoeft geen verdere bespreking, nu dat niet tot een ander oordeel kan leiden.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is.

Derhalve wordt beslist als volgt.

Beslissing

De commissie:

– verklaart de klacht van de consument grotendeels gegrond;
– bepaalt dat de consument het door de ondernemer in rekening gebrachte bedrag van € 1.117,– niet gehouden is te betalen aan de ondernemer. Met inachtneming hiervan wordt het depot aan de consument gerestitueerd;
– bepaalt dat de ondernemer de schadevergoeding van € 4.528,07 en het klachtengeld van € 102,50 aan de consument moet vergoeden. Betaling dient plaats te vinden binnen veertien dagen na verzending van dit bindend advies;
– Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 102,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
– Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
– De commissie wijst het meer of anders verzochte af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Waterrecreatie, bestaande uit de heer mr. M.L.J. Koopmans, voorzitter, de heer J. Zetzema, mevrouw J.M.A. van Haren, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. drs. I.M. van Trier, secretaris, op 28 mei 2025.

Opslaan als PDF