Ondeugdelijke keuring paardentrailer leidt tot gedeeltelijke terugbetaling

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Schadeherstelbedrijven    Categorie: Keuring    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 769539/983052

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een consument liet op 20 maart 2024 een onderhoudsbeurt en keuring uitvoeren aan zijn paardentrailer. Hij vroeg daarbij expliciet om ook de bodem van de trailer te controleren. Volgens het keuringsrapport van de ondernemer waren er alleen opmerkingen over de banden en werd de trailer verder in orde bevonden. De consument verkocht daarna de trailer aan een andere partij. Kort na de verkoop ontdekte de koper echter ernstige gebreken aan de trailer. Een ander bedrijf onderzocht de trailer en stelde vast dat de vloer op meerdere plekken rot was en dat verschillende onderdelen sterk versleten waren, zoals remschoenen, lagers en remkabels. Ook bleek dat bepaalde onderdelen niet waren gereinigd of gesmeerd tijdens de onderhoudsbeurt. De consument moest de koper hiervoor € 440 vergoeden en vroeg de ondernemer om deze schade te betalen. De ondernemer reageerde niet inhoudelijk op de klacht en voerde ook geen verweer in de procedure. De commissie stelde vast dat de bevindingen van het andere bedrijf worden ondersteund door foto’s en dat de ondernemer deze bevindingen niet heeft betwist. Daarom oordeelde de commissie dat de ondernemer tekortgeschoten is in de uitvoering van de onderhoudsbeurt en keuring. De ondernemer heeft dus wanprestatie geleverd. De overeenkomst wordt daarom ontbonden. De ondernemer moet het bedrag van € 357,13 dat voor de onderhoudsbeurt en keuring was betaald terugbetalen. De commissie vindt echter niet bewezen dat de vergoeding van € 440 die de consument aan de koper heeft betaald direct door de ondeugdelijke keuring is veroorzaakt. Dat deel van de vordering wordt daarom afgewezen. De klacht wordt wel gegrond verklaard en de ondernemer moet ook € 52,50 aan klachtengeld vergoeden.

De uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft een op 20 maart 2024 door de ondernemer uitgevoerde onderhoudsbeurt en keuring van de paardentrailer van de consument.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument heeft zijn paardentrailer laten keuren door de ondernemer in [plaats]. De consument heeft toen expliciet gevraagd om het beoordelen van de bodem van de trailer. De trailer was goed bevonden door de ondernemer. De consument heeft toen de trailer verkocht en de kopende partij kwam er later achter dat er gebreken waren aan de bodem van de trailer. Dit is vastgesteld door [ander bedrijf] die ook contact heeft gehad met de ondernemer. Tijdens dit gesprek gaf [ander bedrijf] aan dat de ondernemer op bezoek kon komen vanwege deze bevindingen. Uiteindelijk is er niets gedaan met dit aanbod. De consument heeft de kopende partij de schade vergoed en heeft verzocht aan de ondernemer om de schade te vergoeden dat het gevolg is van de ondeugdelijk uitgevoerde keuring. Dit leverde niets op.

In deze procedure verzoekt de consument om de geleden schade te vergoeden, die in totaal € 797,13 bedraagt.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken.

Alhoewel de ondernemer daartoe in de gelegenheid is gesteld, heeft de ondernemer geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om verweer te voeren of het standpunt kenbaar te maken.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Bij factuur van 20 maart 2024 heeft de ondernemer € 357,13 in rekening gebracht voor een onderhoudsbeurt aan de trailer van de consument. In het keuringsrapport van diezelfde datum heeft de ondernemer alleen ten aanzien van de banden reparatie aanbevolen, maar verder alle overige toepasselijke punten in orde bevonden.

Dat staat in schril contrast met de bevindingen van [ander bedrijf], die de trailer heeft bekeken nadat de consument deze aan een derde had verkocht. Na inspectie van de trailer heeft [ander bedrijf] namelijk het volgende geconstateerd:

– Vloer op meerdere plekken slecht/rot
– Diverse slijtagedelen versleten: kogelkoppeling (indicator staat op het randje +/-), alle remschoenen versleten en voering laat los, alle lagers zijn lek, alle remkabels zijn verroest
– Verder zijn de slijtageonderdelen niet gereinigd en opnieuw gesmeerd tijdens de “Bovag-Onderhoudsbeurt”.

Deze bevindingen vinden steun en onderbouwing in de uitgebreide reeks aan fotomateriaal die door de consument is ingestuurd. Bovendien heeft de ondernemer het kennelijk niet nodig geacht om een en ander te weerspreken.

Daarmee staat voor de commissie vast dat de ondernemer toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van zijn verbintenis jegens de consument. Dat betekent dat de ondernemer wanprestatie heeft geleverd. Ook heeft de ondernemer geen gebruik gemaakt van de geboden gelegenheid om de trailer bij [ander bedrijf] op te halen of te bekijken of zelfs maar contact op te nemen. Ook na de gebrekkige prestatie is de ondernemer dus in verzuim gebleven om enige actie tot herstel te ondernemen.

De consequenties voor de consument zijn meer dan alleen financieel nadelig geweest, zo is door de consument ter zitting uitvoerig toegelicht. Terecht heeft de consument opgemerkt dat hij van een BOVAG-lid meer had mogen verwachten.

Het totaalbedrag dat de consument van de ondernemer in deze procedure vordert is € 797,13, dat bestaat uit € 357,13 voor de factuur van de ondernemer en uit € 440,00 voor de compensatie die de consument heeft betaald aan de kopers.

De commissie is van oordeel dat de ondernemer het bedrag van € 357,13 voor de factuur moet terugbetalen aan de consument. De tekortkoming van de ondernemer rechtvaardigt namelijk gehele ontbinding van de overeenkomst. De prestatie aan de kant van de ondernemer wordt door de commissie op een waarde van nihil oftewel als waardeloos ingeschat, nu de consument geen enkele baat bij de onderhoudsbeurt en keuring heeft gehad. Er bestaat voor de consument daarom geen verplichting om enige prestatie ongedaan te maken of terug te betalen, terwijl de ondernemer het door hem ontvangen bedrag wel moet terugbetalen.

De commissie komt niet tot het oordeel dat het bedrag van € 440,– (compensatie voor de kopers) schade is die door de ondernemer is veroorzaakt. De commissie kan namelijk niet vaststellen dat door de waardeloze keuring de trailer € 440,– minder waard is geworden, noch dat de trailer zonder de waardeloze keuring meer waard zou zijn geweest. Daarom komt de commissie niet tot toewijzing van het gehele gevorderde bedrag.
Op grond van het voorgaande is de commissie wel van oordeel dat de klacht gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De klacht is gegrond.

De ondernemer heeft wanprestatie geleverd.

De overeenkomst met de ondernemer met betrekking tot de onderhoudsbeurt en de keuring wordt als ontbonden beschouwd. In het kader van wederzijds ongedaan maken moet (alleen) de ondernemer aan de consument een bedrag van € 357,13 terugbetalen.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Schadeherstelbedrijven, bestaande uit de heer mr. J.P.C. van Dam van Isselt, voorzitter, de heer R. Vlasveld, de heer A. van Aldijk, leden, op 16 mei 2025.

 

Opslaan als PDF