Commissie: Installerende bedrijven
Categorie: -
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
278239/381465
De uitspraak:
Waar gaat de zaak over?
De consument had in 2019 een zonnepaneelinstallatie laten plaatsen. Vanaf 2022 waren er problemen met de elektra en in 2023 viel het systeem steeds uit bij regen. De ondernemer wilde de omvormer repareren, maar weigerde de gebreken aan de elektrische installatie te herstellen. Volgens een deskundige was de installatie niet volgens de regels gemonteerd: kabels en connectoren lagen te laag en niet waterdicht, waardoor kortsluiting en schade ontstonden. De commissie oordeelde dat dit een fout van de ondernemer was en dat de overeenkomst daarom ontbonden wordt. De ondernemer moet de consument € 6.260,56 betalen: dit bedrag bestaat uit terugbetaling van de koopprijs (na aftrek van afschrijving), plus kosten voor verwijdering van de installatie en gemiste opbrengst. De consument moet de ondernemer nog 14 dagen de kans geven om de verwijderde onderdelen op te halen. Daarnaast moet de ondernemer € 127,50 klachtengeld vergoeden en de behandelingskosten aan de commissie betalen.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft een op 1 oktober 2019 gesloten overeenkomst van opdracht met betrekking tot het leveren en monteren van een zonnepaneel installatie van 16 panelen met toebehoren voor de prijs van
€ 5.142,16.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De zonnepaneel installatie is geleverd op 21 november 2019. In 2022 hebben zich problemen voorgedaan met de elektra. Deze zijn door de ondernemer hersteld. Op 21 april 2023 heeft de consument opnieuw geklaagd over problemen aan het systeem dat herhaaldelijk uitviel bij regenachtig weer en er daarna lang over deed om opnieuw op te starten. De ondernemer heeft aangeboden de omvormer kosteloos te repareren waarmee de consument akkoord ging. Toen de ondernemer de installatie onderzocht, zijn er forse gebreken geconstateerd aan de elektrische installatie. De ondernemer weigert deze gebreken te herstellen en is van mening dat hij niet verantwoordelijk is voor waterschade aan de elektrische installatie. De aansluitingen van de zonnepaneel installatie zijn echter te laag gemonteerd en niet waterdicht afgesloten. Hierdoor is vermoedelijk regenwater in de pluggen gelopen en is kortsluiting ontstaan, met schade aan de gehele installatie tot gevolg. De ondernemer weigert de gebreken te erkennen of te herstellen. De consument eist ontbinding van de overeenkomst met schadevergoeding.
Standpunt van de ondernemer
De ondernemer heeft geen verweer gevoerd. Uit de stukken blijkt dat hij zich op het standpunt stelt dat de verbindingsconnector waarschijnlijk in een plas water heeft gelegen door slechte afwatering op het dak, waarvoor hij niet verantwoordelijk is.
Het deskundigenonderzoek
De deskundige [naam] heeft de klacht onderzocht en op 28 januari 2025 rapport uitgebracht van zijn bevindingen. Deze luiden onder meer als volgt:
De deskundige heeft geconstateerd dat de bekabeling op het dak (DC-gedeelte van de PV) niet is aangesloten volgens genormeerde regelgeving. Deze schrijft o.a. voor dat PV-installatieonderdelen op plaatsen, waar deze zijn gemonteerd, deugdelijk en veilig moeten zijn aangelegd zoals voorgeschreven door fabrikanten/leveranciers. Dit ook voor het uitsluiten van risico op brand (wettelijk kader Bouwbesluit 2012 en opvolger). Het gedeelte van de installatie op het dak dient geschikt te zijn voor alle mogelijke weersinvloeden en hebben een bepaalde mate van waterdichtheid. Echter betekent dit dat de waterdichtheid van het materieel (IP waarde) niet genormeerd is op langdurig verblijf in ‘plassen met water’ en dat geldt voor bekabeling maar nog meer voor connectoren. Bekabeling en verbindingsconnectoren dienen zodanig te zijn gemonteerd en opgebonden, dat permanent op de grond liggen van dit elektrisch materieel moet worden voorkomen. Dit dient dan ook zodanig te zijn dat dit langdurig stand houdt en niet na tijdsbestek van enkele jaren door weersinvloeden teniet wordt gedaan. Garantietermijn van 10 jaar betekent dus ook voor dit gedeelte van de installatie. Onderzoek (en foto’s) tonen aan dat hieraan niet is voldaan. Deskundige heeft geconcludeerd dat het verbranden van de connector, met als gevolg uitval van de installatie bij regenachtig weer, de enige juiste conclusie is en dat deze wordt veroorzaakt door de wijze van monteren. Slecht afwateren van het dak is in deze situatie niet van toepassing is. Daarnaast tonen foto’s aan dat er ook geen rekening wordt gehouden met mogelijk insnijden/beschadiging van kabels langs scherpe randen van het onderconstructie materieel. Hierdoor kunnen mogelijk parallelle vlambogen ontstaan welke op langere termijn een brandrisico vormen. Deugdelijke montage van bekabelingen is wellicht de belangrijkste factor om brandrisico te minimaliseren.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De commissie conformeert zich aan de onweersproken beoordeling door de deskundige [naam] waaruit volgt dat het niet naar behoren functioneren van de zonnepaneel installatie is te wijten aan de gebrekkige wijze van monteren door de ondernemer. Deze gebrekkige montage levert een aan de ondernemer toe te rekenen tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst van 1 oktober 2019 op die ontbinding van die overeenkomst rechtvaardigt nu de ondernemer zich ook niet bereid heeft verklaard tot deugdelijk herstel van de installatie over te gaan. Die ontbinding zal dan ook worden uitgesproken.
De ontbinding brengt mee dat de ondernemer aan de consument terug dient te betalen het door deze onder de overeenkomst betaalde prijs verminderd met een afschrijving voor de duur dat de installatie in gebruik is geweest, te weten van november 2019 tot november 2023, welke afschrijving door de commissie wordt begroot op € 1.370,–, zodat per saldo € 3.771,– door de ondernemer moet worden terugbetaald.
Voorts komen voor vergoeding in aanmerking de door de consument gestelde en deugdelijk onderbouwde schadeposten van € 1.271,– wegens verwijderingskosten van de bestaande installatie en € 1.218,56 wegens misgelopen energie opbrengst sedert november 2023.
De consument dient na ontvangst van voormelde bedragen ad totaal € 6.260,56 de ondernemer schriftelijk gedurende 14 dagen in de gelegenheid te stellen de verwijderde installatie elementen tot zich te nemen. Indien de ondernemer van die gelegenheid geen gebruik maakt, kan de consument daarover naar eigen goeddunken beschikken.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
Daarom wordt als volgt beslist.
Beslissing
De tussen partijen op 1 oktober 2019 gesloten overeenkomst wordt ontbonden.
De ondernemer dient binnen veertien dagen na verzending van dit bindend advies aan de consument te betalen € 6.260,56.
De consument dient na ontvangst van voormelde bedrag ad € 6.260,56 de ondernemer schriftelijk gedurende 14 dagen in de gelegenheid te stellen de verwijderde installatie elementen tot zich te nemen. Indien de ondernemer van die gelegenheid geen gebruik maakt, kan de consument daarover naar eigen goeddunken beschikken
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van
€ 127,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Installerende Bedrijven, bestaande uit de heer mr. R.J. van Boven, voorzitter, de heer R.A. Timmer, mevrouw mr. W. van den Berg, leden, op 27 februari 2025.