Onduidelijkheid over het betalen van de prijs, zorgt niet voor een dusdanige ernstige redenen dat van de ondernemer niet verwacht kan worden de lesovereenkomst te continueren. De onduidelijkheid over de prijs is door gebrekkige communicatie aan de zijde van de ondernemer ontstaan.

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Rijopleidingen    Categorie: Algemene voorwaarden    Jaartal: 2018
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 114380

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op of omstreeks 21 september 2017 tussen partijen totstandgekomen lesovereenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het verzorgen van een lespakket.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

De ondernemer komt zijn verplichtingen jegens mij niet na, door mij uit de planning voor lessen en examens te halen en dit niet te willen herstellen. De ondernemer belet mij om mijn opleiding bij hem af te maken. Gezien artikel 6 van de algemene voorwaarden van de ondernemer kan hij de lesovereenkomst slechts beëindigen vanwege een dusdanig ernstige reden, dat van hem niet verlangd kan worden dat ik de opleiding afmaak. Van een dusdanig ernstige reden is echter geen sprake.
Op zaterdag 18 november 2017 heeft de ondernemer mij per e-mail meegedeeld dat ik uit de planning wordt gehaald. Ik heb diezelfde dag nog uitgebreid per e-mail gereageerd en de ondernemer de mogelijkheid gegeven op zijn wellicht overhaaste schreden terug te keren. Hier is niet op gereageerd. Op 20 november 2017 zou ik om 11.00 uur les hebben. Bij aankomst op de rijschool bleek de ondernemer te willen volharden in het mij beletten de opleiding af te maken. Ook bleek er inmiddels al iemand anders gevonden om op dat tijdstip te lessen. Na telefonisch overleg met mijn advocaat heb ik de ondernemer meermalen verzocht om een oplossing. Die wilde de ondernemer mij niet geven. Ik heb meegedeeld dat ik anders de schade op hem moest gaan verhalen, maar ook dat motiveerde niet. Ook op een sommering per e-mail om de boel te herstellen is vervolgens niet door de ondernemer gereageerd. Ik vind dit erg vervelend, omdat ik nu op zoek moet naar een andere rijschool, om toch nog op korte termijn examen te kunnen doen. Hoe later examen, hoe later aan het werk tenslotte. Er bleek maandag 18 november 2017 wel € 818,74 te zijn teruggestort op mijn rekening. Voorts vond ik een creditnota voor dat bedrag van [NAAM OPLEIDING] in mijn spambox. Uit de mail van de ondernemer van 18 november 2017 begrijp ik, dat het bedrag dat de ondernemer heeft gehouden voor 22 lessen en 1 toets zou moeten zijn. Ik ben het daar niet mee eens, omdat de ondernemer hierbij opeens verhoogde prijzen hanteert nu er sprake is van een BTW vrije opleiding. Aangezien bedrijven niet zomaar prijzen mogen verhogen en veranderen door aftrek BTW, lijkt het me dat we kunnen uitgaan van de kosten zoals we die voor aanvang hebben afgesproken. Dat de ondernemer deze afspraken niet betwist, blijkt uit de hoogte van de rekeningen waarop ook BTW was vermeld. Deze zijn conform offerte. We mogen er dus vanuit gaan dat dit de geldende en juiste prijzen zijn voor deze overeenkomst.

Volgens mijn berekeningen is de ondernemer mij voor wat betreft de lessen en 1 toets nog € 215,16 aan mij verschuldigd, nu de ondernemer zijn verplichtingen niet is nagekomen. Ook lijd ik schade doordat de ondernemer zijn verplichtingen niet is nagekomen. Daarom verlang ik voorts € 1.454,03
(€ 480,61 plus € 121,33 plus € 852,09, zie onderbouwing vorderingen d.d. 6 februari 2018) van de ondernemer.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

De consument heeft op 13 april 2017 het contactformulier op de website van [NAAM OPLEIDING] BV ingevuld. Op 18 april 2017 heeft [NAAM OPLEIDING] de mail beantwoord met de mededeling dat [NAAM OPLEIDING] de chauffeursopleiding C en CE laat uitvoeren door de ondernemer en dat zij van dit bedrijf een offerte zal krijgen. Op 18 april 2017 heeft [NAAM OPLEIDING] de gegevens van de consument doorgestuurd naar de ondernemer met de vraag om de offertes voor de consument te maken. Deze offertes zijn door de ondernemer op 19 april 2017 naar de consument gemaild. Deze offertes zijn 30 dagen geldig. De consument mailt op 27 april 2017 dat ze de offertes heeft ontvangen en dat ze probeert om via het CVW de opleiding gefinancierd te krijgen. Op 1 mei 2017 stuurt de ondernemer de benodigde stukken voor de aanvraag retour naar de consument.

Na telefonisch contact met de ondernemer wordt er op 21 september 2017 een inschrijfformulier naar de consument gestuurd. Het getekende formulier wordt op 21 september 2017 door de consument teruggemaild. Op 22 september heeft de ondernemer zijn planning gemaild. Op 2 oktober 2017 mailt de ondernemer een gewijzigde planning naar de consument, dit naar aanleiding van haar mail van 30 september 2017. De consument kan via een app op haar telefoon en via [naam website] op de website van de ondernemer inloggen en op die manier haar planning, facturen enz. bekijken, dit wordt haar
op 3 oktober gemaild. Voor de verschillende onderdelen van de opleiding ontvangt ze op 10 oktober allerlei stukken. De factuur van de opleiding wordt door de ondernemer op 12 oktober naar haar gemaild. De ondernemer heeft uit coulance de prijzen genoemd in de offerte van april doorberekend. De factuur moet voor 20 oktober 2017 betaald worden, dat is echter niet gebeurd. De consument geeft later aan dat de factuur in haar spambox terecht is gekomen.

Op 1 november 2017 vraagt de heer de ondernemer aan de consument of zij de factuur wil betalen omdat deze nog open staat, zij geeft aan dat ze dat gaat doen. Helaas betaalt ze de nog openstaande facturen niet. Op 2 november 2017 mailt de consument dat ze had afgesproken dat ze geen BTW
zou betalen, de facturering zou via [NAAM OPLEIDING] lopen. Omdat ze zich bij de ondernemer heeft ingeschreven heeft ze ook een factuur van de ondernemer gekregen. Als van te voren duidelijk was geweest dat ze een BTW vrije opleiding wilde volgen, had ze zich echter bij [NAAM OPLEIDING] moeten aanmelden. [NAAM OPLEIDING] is een zusterbedrijf van het bedrijf van de ondernemer, zij hebben een BTW vrije en een BTW plichtige BV. Om haar toch tegemoet te komen heeft de ondernemer aan de consument gemaild dat ze de beide facturen mag weggooien en dat ze een nieuwe factuur van [NAAM OPLEIDING] krijgt. [NAAM OPLEIDING] is echter een zelfstandig bedrijf dat andere prijzen hanteert dan de ondernemer. De ondernemer crediteert de gemaakte facturen en de consument krijgt op 6 november 2017 een factuur van [NAAM OPLEIDING]. Op 15 november 2017 heeft de consument rijles en op diezelfde dag spreekt de ondernemer haar aan op het feit dat ze de factuur nog steeds niet heeft betaald. De consument geeft aan geen factuur te hebben ontvangen of dat deze waarschijnlijk in haar spambox terecht is gekomen. Toen heeft de ondernemer aangegeven dat ze dan iets vaker in haar spambox moet kijken of haar instellingen aanpassen om te checken of ze een mail van de ondernemer had gekregen. Op donderdag 16 november 2017 belt de consument naar de ondernemer met de mededeling dat de factuur van [NAAM OPLEIDING] niet klopt, deze valt hoger uit dan zij had gedacht. Er wordt uitgelegd dat dat komt omdat de prijzen van [NAAM OPLEIDING] anders zijn dan die van de ondernemer. Door de ondernemer wordt opnieuw uitgelegd hoe het een en ander tot stand is gekomen. Uiteindelijk is het gesprek beëindigd omdat de consument niet begrijpt of niet wil begrijpen waarom het op deze manier is gegaan. Omdat de consument in het telefoongesprek op 16 november 2017 heeft aangegeven dat zij niet van plan is te gaan betalen, belt de ondernemer haar binnen 10 minuten na het voorgaande gesprek terug. Ze neemt de telefoon niet op, waarop de ondernemer op haar voicemail inspreekt dat als zij de factuur niet gaat betalen de ondernemer genoodzaakt is haar planning eruit te halen. Hierop ontvangt de ondernemer geen reactie. Op 17 november 2017 is de factuur nog steeds niet betaald en daarop haalt de ondernemer de lessen van de consument uit de planning. Dit kan zij zien in haar app en via [naam website]. De consument stuurt ’s middags een mail met de mededeling dat zij de factuur van [NAAM OPLEIDING] pas op 16 november in haar brievenbus heeft ontvangen en dat de factuur andere bedragen bevat dan die op de factuur van de ondernemer staan. Ze geeft aan dat ze een bedrag van € 2.805,94 naar de rekening van [NAAM OPLEIDING] heeft overgemaakt. Op 18 november 2017 reageert de ondernemer hierop via een mail waarin wordt aangegeven dat [NAAM OPLEIDING] BTW vrijgesteld is en dat zij niet kan volstaan met het verminderen van de BTW op de factuur van de ondernemer. Haar lessen zijn uit de planning gehaald en zij krijgt een creditnota voor de niet genoten lessen incl. het examen en de toets.

Maandag 20 november 2017 staat de consument om 11:00 uur bij de balie waar ze door de ondernemer te woord wordt gestaan. De consument geeft aan dat ze niet begrijpt waarom haar lessen eruit gehaald zijn en dat ze heeft betaald wat met haar is afgesproken. De ondernemer legt opnieuw uit dat de prijzen die door [NAAM OPLEIDING] gehanteerd worden anders zijn dan die van de ondernemer en dat ze niet kan volstaan met het verminderen van de BTW op de factuur van de ondernemer terwijl ze een factuur van [NAAM OPLEIDING] heeft ontvangen. Het gesprek wordt afgekapt omdat het
uitloopt op een welles nietes verhaal. De consument loopt naar buiten en komt binnen 10 minuten terug. Ze vraagt om een oplossing en blijft volhouden dat ze gelijk heeft. De ondernemer blijft bij zijn standpunt. De consument zegt dat de ondernemer contractbreuk pleegt en ze gaat weg. ’s Avonds stuurt de consument een mail naar de ondernemer waarin ze aangeeft dat ze verwacht had dat de ondernemer zijn planning zou herstellen. Ze sommeert de ondernemer om haar lessen, examen en toets weer in de planning op te nemen. Zo niet, dan is ze genoodzaakt de opleiding bij een ander
rijschool te vervolgen en gaat ze de geleden schade op de ondernemer verhalen. Op woensdag 22 november 2017 stuurt de consument een mail met de vraag of ze een gespecificeerde creditnota mag hebben, [NAAM OPLEIDING] mailt deze op 23 november 2017 naar haar. Naar aanleiding van deze creditnota stuurt de consument een mail met de mededeling dat ze geen prijsafspraken heeft met [NAAM OPLEIDING] maar wel met de ondernemer en dat ze nog een resterend bedrag van € 215,16 terug verwacht.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Naar het oordeel van de commissie draait de kern van het geschil om de tussen partijen gemaakte prijsafspraken met betrekking tot de lesovereenkomst. De commissie zal dan ook allereerst haar oordeel vellen over de vraag welke prijsafspraken tussen partijen tot stand zijn gekomen met betrekking tot deze lesovereenkomst. Hierbij is het de vraag welke betekenis partijen over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen, gedragingen en uitlatingen terzake mochten toekennen en hetgeen zij redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. De commissie stelt in dit verband allereerst vast dat de in eerder in april 2017 uitgebrachte offerte genoemde bedragen, gezien de stellingen van partijen, bij de totstandkoming van de lesovereenkomst niet meer ter discussie hebben gestaan.

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, alsmede op grond van de in zoverre niet weersproken inhoud van de producties, staat tussen partijen het volgende vast. De ondernemer heeft op 12 oktober 2017, uitgaande van de in deze offerte genoemde prijzen, een factuur naar de consument heeft gemaild waarin prijzen zijn vermeld inclusief BTW. Nadat daarvan kennis te hebben genomen, heeft de consument op 2 november 2017 per email aan de ondernemer laten weten: “Ik zou geen BTW betalen hadden we afgesproken. Dat zou dan via [naam opleiding] lopen. Ik ontvang graag een nieuwe rekening.” Hierop heeft consument een email d.d. 3 november 2017 afkomstig van [naam opleiding] ontvangen met de tekst: “De beide facturen mag je weggooien, ik heb ze hier ook verwijderd. Deze bestaan niet meer. Maandag krijg je een nieuwe factuur van [NAAM OPLEIDING].”

Gezien deze gang van zaken, met name gezien het feit dat zowel de ondernemer als [NAAM OPLEIDING] in hun email van 3 november 2017 hebben nagelaten een kanttekening te plaatsen bij de daarbij berekende prijs, behoefde de consument naar het oordeel van de commissie niet te verwachten dat op deze nieuwe factuur andere prijzen ex BTW zouden worden gehanteerd dan de eerder gehanteerde prijzen. Naar het oordeel van de commissie is de klacht van de consument op dit onderdeel dan ook gegrond.

Voorts is de vraag aan de orde of de ondernemer gerechtigd was om zijn verplichtingen voortvloeiende uit de lesovereenkomst niet meer na te komen en de facto de lesovereenkomst te beëindigen door de lessen van de consument uit de planning te halen en een creditnota voor de niet genoten lessen incl. het examen en de toets te versturen.

In dit verband verwijst de commissie naar de door de ondernemer bij de dossierstukken gevoegde algemene voorwaarden behorende bij de lesovereenkomst van Bovag Rijscholen. Tussen partijen staat niet ter discussie dat deze voorwaarden van toepassing zijn op de lesovereenkomst die partijen met elkaar zijn aangegaan. Gezien artikel 6 van deze algemene voorwaarden kan de ondernemer de lesovereenkomst slechts beëindigen vanwege dusdanig ernstige redenen, dat van hem niet verwacht kan worden deze te continueren. Voorts is de ondernemer op grond van artikel 3 lid 3 van voornoemde voorwaarden bij niet betaling van verschuldigde bedragen gerechtigd tot opzegging van de lesovereenkomst over te gaan wanneer de leerling schriftelijk in gebreke is gesteld en in verzuim is door verloop van de bij ingebrekestelling gestelde termijn.

Naar het oordeel van de commissie is in het onderhavige geschil niet komen vast te staan dat er sprake is (geweest) van een dusdanig ernstige redenen, dat van de ondernemer niet verwacht kan worden de lesovereenkomst te continueren. Voorts is niet komen vast te staan dat de ondernemer de consument schriftelijk in gebreke heeft gesteld en de consument in verzuim is komen te verkeren door verloop van de bij ingebrekestelling gestelde termijn. Gezien het voorgaande is de ondernemer door de lessen eenzijdig te beëindigen toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de lesovereenkomst, in verzuim komen te verkeren en daardoor verplicht de schade die de consument tengevolge van deze tekortkoming heeft geleden te vergoeden.

Bij brief van 7 februari 2018 heeft de consument haar vordering tot schadevergoeding nader onderbouwd. De ondernemer is vervolgens in de gelegenheid gesteld daarop schriftelijk te reageren, hetgeen de ondernemer bij brief van 12 februari 2018 heeft gedaan. Nu de ondernemer de vordering van consument ten bedrage van € 1.454,03 niet althans onvoldoende gemotiveerd heeft weersproken, ligt deze vordering voor toewijzing gereed.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van € 1.454,03.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van
€ 77,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Het meer of anders verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit mr. D.P.C.M. Hellegers, voorzitter, mr. P.B. Vos en R. Vlasveld, leden, op 31 januari 2018.