Ongegrond. Voortijdige terugkeer vanwege bosbranden in Frankrijk.

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Reizen    Categorie: Aansprakelijkheid    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: REI03.1901

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 28 januari 2003 via een boekingskantoor met de reisorganisator totstandgekomen overeenkomst, waarbij de reisorganisator zich verplicht heeft tot het leveren van een eigen vervoersreis voor 4 personen naar Frejus in Frankrijk met verblijf op een camping voor de periode van 25 juli 2003 t/m 9 augustus 2003 voor de som van € 1.428,–.   Standpunt van klager   Het standpunt van klager luidt in hoofdzaak als volgt.   [Naam camping] moest in de nacht van 28 op 29 juli 2003 worden ontruimd vanwege bosbranden. Ons is geen duidelijke informatie gegeven voor, tijdens en na de evacuatie. Er was niemand aanwezig van de [naam reisorganisator] voor de nodige hulp of beantwoording van vragen of om te controleren dat alle mensen die bij [naam reisorganisator] geboekt hadden ook daadwerkelijk weer terug waren op de camping. Er was geen directe hulplijn (noodlijn). Na telefonisch contact te hebben gehad met de reisorganisator hebben we geen telefoontje meer gekregen over wat het Calamiteitenfonds had besloten. Een negatief reisadvies is uitgegeven aan derden. Tegen ons werd gezegd dat er niets aan de hand was.   Als gevolg van ademhalingsmoeilijkheden (rook/neerdwarrelende as) en mede als gevolg van een paniekaanval bij een van onze kinderen hebben we besloten om naar huis te gaan. Op 30 juli hebben we uitgecheckt bij de balie en de volgende dag hebben we de reisorganisator gebeld dat wij weg waren uit het rampgebied. Volgens de reisorganisator hebben we nooit gebeld. Van woensdag op donderdag is er weer een evacuatie geweest. Wij waren toen op weg naar huis. Volgens de reisorganisator is dit niet doorgegeven en hebben we helaas maar één nacht teruggekregen wat de evacuatie betreft.   Klager stelt niet tevreden te zijn met het door de reisorganisator gedane aanbod van 2 september 2003, maar verlangt een hogere vergoeding, te weten € 1.428,–.   Standpunt van de reisorganisator   Het standpunt van de reisorganisator luidt in hoofdzaak als volgt.   Na aankomst van klager op [naam camping] ontstonden in de omgeving van Frejus branden waardoor evacuatie van een aantal campings, waaronder [naam camping], noodzakelijk bleek. Voor [naam camping] gold dat evacuatie gedurende de nacht van 28 juli op 29 juli 2003 noodzakelijk was. Vanaf 29 juli was het weer mogelijk om veilig op de camping te verblijven. Vanaf die dag was de camping dan ook weer volledig in bedrijf.   [Naam camping] is op 28 juli op last van de brandweer ontruimd vanaf 18.00 uur. De plaatselijke autoriteiten verklaarden het gebied en de camping weer veilig vanaf de volgende ochtend (29 juli). Vanaf dat moment was namens [naam reisorganisator] onze regiomanager aanwezig op de camping. Daarmee wilden wij zeker stellen dat de camping inderdaad weer veilig was voor de gasten van de [naam reisorganisator].   Het standpunt van het Calamiteitenfonds was niet direct bekend. Daardoor kon hierover niet direct duidelijkheid worden gegeven aan de [naam reisorganisator]gasten die ter plaatse waren. Bovendien dienden alle getroffenen zich persoonlijk en schriftelijk te melden om voor compensatie in aanmerking te komen. De uitspraak van het Calamiteitenfonds voorzag in een restitutie van 2 ongenoten dagen. Er gold geen vergoeding voor op eigen initiatief afgebroken reizen. Vervolgens werd een bedrag van € 190,40 overgemaakt. Tijdens de evacuatie was er sprake van een plotselinge dreiging die steeds groter werd. Zelfs de lokale autoriteiten hadden op dat moment geen inzicht in de uiteindelijk te verwachten omvang van de calamiteit. Daardoor was ook de informatievoorziening moeizaam op de avond van 28 juli.   Wij hebben niet doorgegeven dat er sprake zou zijn van een negatief reisadvies voor [naam camping].   Wij realiseren ons dat de ervaringen ter plaatse voor veel mensen zeer ingrijpend zijn geweest. Wij zijn ons er ook van bewust dat de bosbranden en de daarmee gepaard gaande rookontwikkeling van invloed zijn geweest op de kwaliteit van de lucht gedurende de dagen rond 29 juli. Wij beweren nergens dat klager geen contact heeft opgenomen met ons hoofdkantoor. Wij beseffen dat de vakantie-ervaring van klager en zijn familieleden een vervelende is geweest en wij leven dan ook met hen mee. De oorzaak van de mislukte vakantie is echter te kwalificeren als een calamiteit waarvoor wij zeker niet aansprakelijk zijn. Het besluit om naar huis te gaan, is door klager zelf genomen. Zoals hierboven aangegeven was [naam camping] vanaf 29 juli 2003 weer volop in bedrijf, zodat een vertrek niet noodzakelijk was.   De reisorganisator heeft op 2 september 2003 een vergoeding betaald van € 190,40, zijnde het bedrag dat door het Calamiteitenfonds is vergoed.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   Zeer invoelbaar is dat klager en zijn gezin een vervelende vakantie hebben gehad als gevolg van de bosbranden die afgelopen zomer in alle hevigheid hebben gewoed in het zuiden van Frankrijk. De commissie is echter van oordeel dat van een reisorganisator onder dit soort hectische omstandig­heden, waarbij wanorde en onzekerheid de boventoon voeren, niet meer mag en kan worden verwacht dan datgene wat hij heeft gedaan.   Verder merkt de commissie op dat klager om hem moverende redenen heeft besloten om de vakantie vroegtijdig af te breken, terwijl daartoe op zich geen noodzaak bestond. Vanaf 29 juli was de camping immers weer vol in bedrijf. Weliswaar was de lucht vervuild (rook/neerdwarrelende as) als gevolg van branden in de directe omgeving, maar daarin ziet de commissie onvoldoende reden om vervroegd huiswaarts te gaan, temeer niet daar dit voor vele andere gasten op de camping blijkbaar geen aanleiding was om te vertrekken.   Gelet op het voorgaande zal de klacht ongegrond worden verklaard.   Derhalve wordt beslist als volgt.   Beslissing   De commissie verklaart de klacht ongegrond en wijst derhalve het door klager verlangde af.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Reizen op 29 december 2003.