Onjuiste informatie over breedbeeldtelevisie maar te laat geklaagd.

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Thuiswinkel    Categorie: Informatie    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: THU06-0003

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 30 mei 2005 tussen partijen totstandgekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren en bezorgen van een breedbeeldtelevisie tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 826,95. De levering en bezorging vonden plaats op of omstreeks 31 mei 2005.   De consument heeft de klacht op 20 december 2005 voorgelegd aan de ondernemer.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   De consument koos voor dit artikel omdat de website van de ondernemer vermeldde dat dit toestel picture in picture-functionaliteit heeft met twee tuners. Bij levering controleerde de consument alleen of het toestel niet defect was, maar pas na de verbouwing van zijn huis testte de consument de picture in picture-functionaliteit. Deze bleek niet te werken en bij navraag bleek het maar één tuner te bevatten. De leverancier gaf aan dat de ondernemer op 8 juni 2005 van de fout in de productomschrijving op de hoogte werd gesteld. De ondernemer beroept zich op de verstreken zichttermijn.   De consument verlangt dat zonder extra kosten een breedbeeldtelevisie wordt geleverd met picture in picture-functionaliteit en twee tuners.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   Van de leverancier werd door de consument vernomen dat het toestel maar één tuner bevat, waardoor de picture in picture-functionaliteit niet werkt. De ondernemer betreurt het dat ondanks zorgvuldige website-samenstelling destijds niet gehele juiste informatie op de internetsite werd vermeld, maar de klacht had volgens de algemene voorwaarden binnen de zichtperiode moeten worden gemeld. De ondernemer kan nooit 100% garantie geven met betrekking tot de aard, juistheid of inhoud van de website-informatie en kan niet aansprakelijk worden gehouden voor onjuiste of onvolledige informatie.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   Blijkens de stellingen van partijen had de op 30 mei 2005 gesloten overeenkomst betrekking op de koop van de breedbeeldtelevisie, maar werd daarbij ook gratis een thuisbioscoop aangeboden en geleverd. De klacht heeft betrekking op de breedbeeldtelevisie.   Artikel 7:46c, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek bepaalt – voorzover hier van belang – dat tijdig voordat de koop op afstand wordt gesloten, aan de wederpartij met alle aan de gebruikte techniek voor communicatie op afstand aangepaste middelen en op duidelijke en begrijpelijke wijze, de gegevens moeten worden verstrekt, waarvan het commerciële oogmerk ondubbelzinnig moet blijken, waaronder de belangrijkste kenmerken van de zaak. De commissie overweegt dat de koper zich een toereikend beeld moet kunnen vormen van hetgeen te koop wordt aangeboden, ook met het oog op de vraag of de afgeleverde zaak aan de overeenkomst beantwoordt. Een zaak beantwoordt immers niet aan de overeenkomst indien zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die van de zijde van de verkopende partij over de zaak zijn gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Nu tussen partijen niet in geschil is dat de website van de ondernemer vermeldde dat het onderhavige toestel picture in picture-functionaliteit heeft met twee tuners, mocht de consument op basis daarvan dus verwachten dat de breedbeeldtelevisie die relevante kenmerken bezit. Waar niet is ontkend dat een picture in picture-functionaliteit met twee tuners bij de afgeleverde breedbeeldtelevisie ontbreken, beantwoordt de afgeleverde zaak niet aan de overeenkomst. Dit kon de consument ten tijde van het sluiten van de overeenkomst niet bekend zijn geweest.   De commissie overweegt voorts dat contractuele bedingen die in strijd zijn met de dwingendrechtelijke bepaling van artikel 7:46c, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek toepassing missen. Dat de ondernemer niet te verwijten valt dat belangrijke informatie omtrent de onderhavige breedbeeldtelevisie destijds onjuist op de internetsite was vermeld, doet er bovendien niet aan af dat dit jegens de consument in beginsel wel voor rekening en risico van de ondernemer komt. De door de ondernemer gehanteerde regel dat een zichttermijn geldt van veertien dagen waarbinnen een bestelling ongebruikt, onbeschadigd en compleet in de originele verpakking kan worden teruggestuurd en dat na het verstrijken van de zichttermijn de koopovereenkomst een feit wordt geacht, kan – nog daargelaten of en in hoeverre die regel voor het overige rechtens steeds te accepteren is – de ondernemer in dit geval bovendien niet baten reeds omdat die door de ondernemer gehanteerde regel er blijkens zijn tekst en inhoud niet toe strekt de consument in hem wettelijk toekomende rechten te beperken.   Nu belangrijke gegevens van de breedbeeldtelevisie niet correct op de website van de ondernemer waren vermeld, had de consument op grond van artikel 7:46d, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek drie maanden na de ontvangst van de zaak het recht de koop op afstand zonder opgave van redenen te ontbinden. De consument heeft daarvan echter geen gebruik gemaakt.   Het vorenoverwogene staat er niet aan in de weg dat een consument in voorkomende gevallen ook na het verstrijken van de voornoemde termijnen er jegens de ondernemer in beginsel een beroep op kan doen dat de afgeleverde zaak niet beantwoordt aan de overeenkomst. Namens de ondernemer is met een verwijzing naar artikel 7:8 van het Burgerlijk Wetboek ter zitting betoogd dat de consument vanwege overschrijding van de redelijke termijn van twee tot drie maanden na de ontvangst van de zaak geen beroep meer toekomt op non-conformiteit, maar de commissie vermag niet in te zien hoe die wettelijke bepaling inzake nieuwbouwwoningen voor de beoordeling van deze zaak relevant kan zijn. Dat laat echter onverlet dat de commissie het in dit geval onredelijk en onbillijk acht dat de ondernemer bij een koop en een zaak als de onderhavige bijna zeven maanden na de aflevering van de zaak pas wordt geconfronteerd met de ingeroepen non-conformiteit, zeker wanneer daarbij in aanmerking wordt genomen dat de consument de breedbeeldtelevisie volgens eigen stellingen bij de aflevering had gecontroleerd, het een zaak betreft die vrijwel steeds meteen na aflevering ook in gebruik pleegt te worden genomen en doorgaans dagelijks wordt gebruikt en ontdekking daarvan dus bij of binnen een redelijk korte termijn na aflevering pleegt te worden gemeld. Dat de consument stelt bij aflevering slechts te hebben gecontroleerd op een defect en het toestel vanwege een verbouwing pas meer dan een half jaar later echt te hebben getest, is in dit geval een omstandigheid waarvan niet is gesteld of aannemelijk geworden dat deze bij de ondernemer bekend was of had moeten zijn.   Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   De commissie wijst het door de consument verlangde af.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Thuiswinkel op 11 april 2006.