Onjuiste informatie over visum verschaft.

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Reizen    Categorie: Informatie schriftelijk    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: REI08-1104

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 23 juni 2008 met de reisorganisator tot stand gekomen overeenkomst. De reisorganisator heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een vliegreis voor vier personen naar Alanya in Turkije met verblijf in een hotel op basis van half pension, voor de periode van 27 juni 2008 t/m 11 juli 2008 voor de som van € 1.984,–.   Klager heeft op 14 juli 2008 de klacht voorgelegd aan de reisorganisator.   Standpunt van klager   Het standpunt van klager luidt in hoofdzaak als volgt.   Voorafgaand aan het boeken van de reis heb ik op 23 juni 2008 telefonisch contact gehad met de reisorganisator. Ik heb meegedeeld dat we geen Nederlands paspoort hebben maar dat we wel beschikken over een reisdocument. De medewerker heeft gevraagd naar het nummer van het reisdocument en dat heb ik doorgegeven. Ik werd vervolgens teruggebeld met de mededeling dat we bij aankomst in Turkije tegen betaling van € 10,– per persoon het vereiste visum zouden krijgen. Bij aankomst in Turkije werden onze reisdocumenten echter geweigerd. Ons werd medegedeeld dat we bij de Turkse ambassade in Nederland een visum hadden moeten aanvragen. Na het betalen van € 420,– kregen we alsnog een visum. Omdat we door de reisorganisator verkeerd zijn geïnformeerd hebben we schade geleden.   Ter zitting heeft klager verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   Ik heb aan de reisorganisator telefonisch gemeld dat we over een vreemdelingenpaspoort beschikken. Dat is een paspoort voor vreemdelingen die geen nationaliteit hebben. Het nummer van het paspoort heb ik doorgegeven aan de reisorganisator. We hadden de reis nooit geboekt, als we geweten hadden dat we voor de visa € 304,– zouden moeten betalen.   Klager verlangt een vergoeding van € 415,–.   Standpunt van de reisorganisator   Het standpunt van de reisorganisator luidt in hoofdzaak als volgt.   Klager heeft bij ons aangegeven niet te beschikken over de Nederlandse nationaliteit, maar wel te beschikken over de juiste documenten om naar Turkije te reizen. Daarop heeft onze medewerker aangegeven dat de inreis dan geen problemen zou moeten opleveren. Naar blijkt heeft klager niet de juiste informatie aan ons doorgegeven. De reisdocumenten waren klaarblijkelijk niet in orde voor een standaardvisum. Hiervoor zijn we niet verantwoordelijk.   Met de reisdocumenten waarover klager beschikte had klager, bij voorkeur vooraf, bij het Turkse consulaat een visum moeten aanschaffen. De kosten hiervan zouden € 76,– per persoon hebben bedragen, derhalve in totaal € 304,–.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   Desgevraagd heeft de reisorganisator ter zitting medegedeeld dat niet meer achterhaald kon worden welke medewerker het telefoongesprek met klager heeft gevoerd. Wel staat vast dat het de medewerker van de reisorganisator, met wie klager heeft gesproken, duidelijk was dat klager en haar reisgenoten niet over een Nederlands paspoort beschikten. Door vervolgens, zoals de reisorganisator in het verweerschrift van 19 december 2008 stelt, op basis van de mededeling van klager dat zij beschikt over de juiste documenten om naar Turkije te reizen, te melden dat de inreis in dat geval geen problemen oplevert, heeft de reisorganisator naar het oordeel van de commissie onzorgvuldig jegens klager gehandeld. Dit geldt te meer nu gesteld noch gebleken is dat de reisorganisator bij klager navraag heeft gedaan naar de precieze aard en inhoud van deze documenten. In het feit klager dat klager en haar reisgenoten niet beschikten over een Nederlands paspoort had de reisorganisator aanleiding behoren te zien zich van verdere informatie te onthouden en klager door te verwijzen naar de Turkse ambassade of het Turkse consulaat hier te lande. Dat is niet gebeurd.   Juist is, zoals de reisorganisator heeft gesteld, dat de reiziger zelf verantwoordelijk is voor het in bezit hebben van de juiste reisdocumenten. Dat betekent echter niet dat, wanneer de reisorganisator onjuiste informatie verschaft, de reisorganisator niet aansprakelijk kan worden gehouden voor de schade die daarvan het gevolg is.   De klacht is derhalve gegrond en de reisorganisator is gehouden de schade van klager te vergoeden.   De reisorganisator heeft naar voren gebracht dat, indien klager vooraf bij het Turkse consulaat de visa zou hebben aangeschaft, de kosten daarvan in totaal € 304,– zouden zijn geweest. Kennelijk wil de reisorganisator hiermee zeggen dat, indien hij wel de juiste informatie zou hebben verschaft, klager het bedrag van € 304,– ook had moeten betalen. Dit betoog faalt. Klager heeft immers gesteld dat, indien zij vooraf zou hebben geweten dat zij voor de visa € 304,– zou moeten betalen, zij de reis niet geboekt zou hebben. In dat geval zou klager de kosten ook niet hebben gemaakt.   Vaststaat dat klager voor de visa ter plaatse in Turkije € 420,– heeft betaald. Daarop komt een bedrag van € 40,–, de kosten van een standaard toeristenvisum, in mindering. Nu klager voorts in het vragenformulier meldt dat zij € 35,– aan telefoonkosten heeft gemaakt en de reisorganisator dat niet in twijfel heeft getrokken, zal het door klager verlangde worden toegewezen.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   De reisorganisator betaalt aan klager een vergoeding van € 415,–. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.   Bovendien dient de reisorganisator overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 75,– aan klager te vergoeden ter zake van het klachtengeld.   Overeenkomstig het reglement van de commissie is de reisorganisator aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 205,–.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Reizen op 19 januari 2009.