Commissie: Energie
Categorie: Overig
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
606455/679714
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument klaagde dat de aanbieder de salderingsregeling verkeerd toepaste bij een dynamisch energiecontract. De aanbieder verrekende de waarde van verbruik en teruglevering per maand, maar volgens de wet moet eerst het aantal kWh op jaarbasis worden verrekend. De commissie oordeelt dat de aanbieder niet juist heeft gehandeld en dat de klant gelijk heeft. De aanbieder moet een nieuwe jaarnota maken volgens de juiste methode en het klachtengeld van € 52,50 terugbetalen. Ook krijgt de consument € 326,58 uit het depot.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Het geschil gaat over het toepassen van de salderingsregeling in het geval van een dynamisch energiecontract. De commissie komt tot het oordeel dat de aanbieder de salderingsregeling niet juist heeft toegepast.
Beoordeling
Achtergrond van het geschil
De klant heeft per 10 september 2021 een energiecontract bij de aanbieder. De klant neemt elektriciteit af van de aanbieder op basis van een dynamisch tarief dat maandelijks wordt vastgesteld. De klant beschikt over zonnepanelen en levert daarmee elektriciteit terug aan het net. In de overeenkomst staat het volgende opgenomen over het salderen van door de klant opgewekte elektriciteit:
4. Wekt u ook zelf elektriciteit op?
4.1. Wekt u op uw adres zelf (duurzame) elektriciteit op,
bijvoorbeeld met zonnepanelen, dan verminderen wij uw afgenomen elektriciteit met de door u teruggeleverde elektriciteit.
4.2. Wekt u zelf meer elektriciteit op dan u heeft verbruikt, dan ontvangt u hiervoor van ons de afgesproken terugleververgoeding.
Op 28 juli 2024 heeft de klant een jaarrekening ontvangen van de aanbieder met betrekking tot de periode september 2022-september 2023. Daarin is de geleverde elektriciteit gesaldeerd met de teruggeleverde elektriciteit door de op basis van de wisselende prijs tot stand gekomen waarde van de geleverde elektriciteit per maand weg te strepen tegen de in die maand gerealiseerde waarde van de geleverde elektriciteit. Dit resulteert in een door de klant te betalen bedrag v. De klant meent dat dit niet de juiste wijze van salderen is. Volgens de klant moeten eerst de binnen het betreffende jaar geleverde (3.360) en teruggeleverde (4.541) kilowatturen tegen elkaar worden weggestreept en dient er dan te worden afgerekend over de netto teruggeleverde kilowatturen.
De aanbieder is van oordeel dat hij op de juiste wijze heeft gesaldeerd.
Oordeel van de commissie
Het gaat in deze zaak om toepassing van de salderingsregeling. Deze regeling staat wettelijk beschreven in artikel 31c Electriciteitswet:
“Voor afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid [commissie: met een aansluiting van ten hoogste 3*80A], die duurzame elektriciteit invoeden op het net, berekent de leverancier het verbruik ten behoeve van de facturering en inning van de leveringskosten door de aan het net onttrokken elektriciteit te verminderen met de op het net ingevoede elektriciteit, waarbij de vermindering maximaal de hoeveelheid aan het net onttrokken elektriciteit bedraagt.”
Uit de tekst van dit wetsartikel blijkt dat salderen inhoudt dat de onttrokken elektriciteit dient te worden verminderd met de ingevoede elektriciteit en dus niet dat de waarde van de onttrokken elektriciteit wordt verminderd met de waarde van de ingevoede electriciteit. Dit betekent dat de wijze van salderen die door de aanbieder is toegepast, niet strookt met artikel 31c lid 1 elektriciteitswet. Vervolgens doet zich de vraag voor of een aanbieder van een dynamisch contract van de wettelijke salderingsregeling mag afwijken. Voor zover een afwijkende regeling mogelijk is, zal op zijn minst vereist zijn dat de aanbieder de klant daarover duidelijk informeert in de overeenkomst of de algemene voorwaarden. In het onderhavige geval heeft de aanbieder dat niet gedaan. De hierboven geciteerde tekst uit de algemene voorwaarden verwijst op geen enkele wijze naar de wijze van salderen die in de eindafrekening is gehanteerd. Daarin staat immers dat de terugeleverde “elektriciteit” in mindering wordt gebracht op de afgenomen “elektriciteit”. Pas als er meer elektriciteit wordt teruggeleverd dan is afgenomen, wordt er afgerekend op basis van een terugleververgoeding.
De volgende vraag is hoe er dan afgerekend moet worden. Gelet op het voorgaande dient eerst de op jaarbasis hoeveelheid ingevoede en de hoeveelheid onttrokken elektriciteit tegen elkaar weggestreept te worden. Het aantal kWh dat resteert, onttrokken dan wel ingevoed, wordt gefactureerd. Op dit moment is niet wettelijk vastgelegd op welke wijze dit dient te gebeuren in een situatie waarbij het tarief in de factuurperiode varieert. In afwachting van nadere regelgeving op dit punt heeft de commissie ook al in eerdere uitspraken (volgens de uitspraak met referentiecode:
• Voor het geval er meer verbruik is dan teruglevering op jaarbasis: het verbruik van een tariefperiode, gedeeld door het totale verbruik op jaarbasis, vermenigvuldigd met het saldo na verrekening op jaarbasis (= resultaat van de saldering). Het aldus aan een tariefperiode toegerekend verbruik wordt afgerekend tegen het tarief van de betreffende periode;
• Voor het geval er minder verbruik is dan teruglevering op jaarbasis: de ingevoede stroom van een tariefperiode, gedeeld door het totaal van de ingevoede stroom op jaarbasis, vermenigvuldigd met het saldo na verrekening op jaarbasis (=resultaat van de saldering). De aldus aan een bepaalde maand toegerekende invoeding wordt afgerekend tegen het invoedingstarief van die maand, uitgaande van het maandgemiddelde.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De aanbieder stelt een nieuwe jaarnota voor de klant op langs de lijnen als hiervoor uiteengezet.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend.
Depotverrekening, bedrag aan ondernemer € 0,--
Depotverrekening, bedrag aan consument € 326,58
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. H.F.R. van Heemstra, voorzitter, de heer drs. G.J. Visser en mevrouw J.M.A. van Haren, leden, op 13 januari 2025.