OnStar-service maakt deel uit van tussen consument en ondernemer gesloten overeenkomst

  • Home >>
  • Voertuigen >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Voertuigen    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2021
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 102613/113636

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De consument klaagt dat de OnStar-service van de bij de ondernemer gekochte auto is gestopt. Volgens de consument had de ondernemer bij de verkoop van de auto aan moeten geven dat de OnStar-service per 31 december 2020 zou stoppen. De consument vindt dat er sprake is van non-conformiteit en wil dat de overeenkomst ontbonden wordt. Volgens de ondernemer is de OnStar-service een dienst die de ondernemer niet zelf aanbiedt, maar de fabrikant van de auto. De dienst zou dan ook geen deel uitmaken van de met de consument gesloten overeenkomst. De ondernemer ziet geen aanleiding voor ontbinding. De commissie oordeelt dat de OnStar-service wel deel uitmaakt van de overeenkomst tussen de consument en de ondernemer. Door de OnStar-service te beëindigen is de ondernemer toerekenbaar tekortgeschoten in de uitvoering van de overeenkomst met betrekking tot de aanschaf van de auto. De tekortkoming is echter te gering om over te gaan tot ontbinding. Ook heeft de consument niet aangetoond hoeveel schade hij zou hebben geleden. Van een schadevergoeding is dus geen sprake. De klacht is ongegrond.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een op 27 oktober 2017 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een Opel Insignia voor de prijs van € 3.8282,92. De overeenkomst is uitgevoerd op/omstreeks bovengenoemde datum.

Standpunt consument
De klacht betreft het niet meer functioneren van OnStar en eCall. Dealer geeft aan deze niet te kunnen herstellen.

Het systeem functioneerde tot en met 31 december 2020. De ondernemer geeft aan, dat de consument had kunnen weten dat het systeem per 31 december 2020 zou stoppen. De consument zou niet weten waarop de ondernemer dit feit baseert, aangezien de consument, ruim op tijd telefonisch en persoonlijk contact heeft gehad met de dealer [ondernemer] gevestigd te [plaatsnaam]. Daarbij kreeg de consument van de [ondernemer] te horen dat men zich niet kon voorstellen, dat er geen alternatieve oplossing zou komen. Geen enkele reden om hier aan te twijfelen. De [ondernemer] was echter, wel op de hoogte van het stoppen van dit onderdeel, maar heeft bij de verkooponderhandelingen hier geen woord over gezegd. Dus als iemand het wist en dit had moeten vermelden was dit, tijdens de gesprekken voor de verkoop de [ondernemer]. De consument heeft na de kennisgeving over het systeem, zelf kunnen beslissen of de koop wel of niet door zou gaan. De non-conformiteit is dus echter, zeker nu op zijn plaats. De verwijzing naar art. 7:23 lid 2 BW is hier niet van toepassing

Standpunt ondernemer
In 2017 koopt de consument bij de ondernemer een nieuw te leveren Opel Insignia. Deze auto wordt begin 2018 geleverd. Kort daarna, in mei 2018, stelt Opel Nederland de consument ervan op de hoogte dat ‘OnStar Europe Ltd.’ per 31 december 2020 geen OnStar-services abonnement meer zal aanbieden. De consument neemt die boodschap ter kennisgeving aan, en laat de zaak daarna rusten. Uiteindelijk gaat de consument met Opel Nederland in discussie over het verdwijnen van het abonnement. Opel Nederland biedt de consument een compensatie aan, die volgens hem onvoldoende is. Uiteindelijk beklaagt de consument zich (pas) begin 2021 voor het eerst bij de ondernemer over het verdwijnen van Opel Onstar-services. De consument verzoekt de ondernemer nog om de auto te ‘herstellen’, en geeft aan de koopovereenkomst te zullen ontbinden als de ondernemer ‘OnStar-services’ – een dienst die de ondernemer niet zelf aanbiedt – niet functioneel zou krijgen. De ondernemer meent dat het bij een derde partij afgenomen abonnement geen onderdeel is van de koopovereenkomst en het verdwijnen van dat abonnement dus geen non-conformiteit oplevert. Bovendien rechtvaardigt de gestelde tekortkoming geen algehele ontbinding, te meer nu [consument] (zelfs goedkopere) alternatieven voor Opel Onstar-services ter beschikking staan. De vordering tot ontbinding dient volgens de ondernemer dus te worden afgewezen.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie heeft kennis genomen van de standpunten van partijen en de inhoud van het dossier. Naar het oordeel van de commissie heeft de OnStar-service deel uitgemaakt van de overeenkomst die met de ondernemer is gesloten. Door die service te beëindigen is de ondernemer tekort geschoten in de uitvoering van de overeenkomst met betrekking tot de aanschaf van de auto. Deze tekortkoming is echter te gering van gewicht om tot een ontbinding te geraken. De consument kan echter niet aangeven welke en hoeveel schade hij daardoor zou hebben geleden. Slechts het abonnementsgeld wordt genoemd maar van betaling daarvan kan geen bewijs worden overgelegd. De commissie kan dus niet tot toewijzing van schadevergoeding komen.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht niet anders dan ongegrond kan worden verklaard.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. J. van der Groen, voorzitter, mr. P.B. Vos en A. Vis, leden, op 6 oktober 2021.