Ontbinding overeenkomst door consument als gevolg van (fout)parkeren auto’s.

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Recreatie    Categorie: Huurovereenkomst m.b.t. seizoenstandplaatsen    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: REC03-0161

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil
 
Het geschil betreft restitutie van de huursom na tussentijdse opzegging door de consument.
 
Standpunt van de consument
 
Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.
 
De consument huurde een seizoenstandplaats bij de ondernemer voor de periode van 15 maart 2003 tot en met 31 oktober 2003. Eind mei/begin juni ondervond de consument overlast van door derden geparkeerde auto’s voor en zelfs op zijn standplaats.
 
Toen een van de mederecreanten zijn auto parkeerde op de standplaats van de consument en weigerde deze auto weg te halen, heeft de consument dit bij de beheerder gemeld. Het duurde tot de volgende morgen voordat de ondernemer actie ondernam en er voor zorgde dat de verkeerd geparkeerde auto werd weggehaald. De consument is zeer verbolgen over het feit dat de ondernemer pas zo laat tot actie overging. Hierdoor ontstond een explosieve situatie op het kampeerterrein.
 
De consument ondervond ook overlast van auto’s die vlak voor zijn standplaats werden geparkeerd in plaats van op een ieders eigen standplaats. In de kampregels staat geen bepaling over het parkeren van auto’s. De consument verwachtte dat auto’s, zoals algemeen gebruikelijk is, op de eigen standplaats worden geparkeerd. De consument keek nu uit op de auto’s van anderen. Bovendien was er nu onvoldoende ruimte om zijn eigen auto naast zijn caravan te parkeren. De consument verzocht de ondernemer om ook tegen deze overlast op te treden, maar de ondernemer weigerde dit.
 
Na ongeveer een uur is de consument nogmaals naar de receptie gegaan, maar de mening van de ondernemer was niet veranderd. De consument wilde toen de camping verlaten en verzocht om terugbetaling van de huursom over de resterende periode. De ondernemer weigerde dit.
 
Door dit onduidelijke parkeerbeleid zijn de onderlinge verhoudingen op de camping ontwricht. Daarom deelde de consument op 16 juni 2003 de ondernemer schriftelijk mee dat hij de overeenkomst wilde ontbinden wegens wanprestatie en op 17 juni zijn caravan van de camping zou verwijderen. Hij verzocht opnieuw restitutie van de huursom over de resterende periode.
 
De ondernemer heeft op 26 juni op dit schrijven gereageerd. In dit schrijven verwijst de ondernemer naar een afspraak met de consument. Volgens de consument is er geen afspraak gemaakt. Voorts vermeldt de ondernemer dat van restitutie alleen sprake kan zijn, indien de standplaats van de consument opnieuw verhuurd zou kunnen worden. Indien de ondernemer hem een vervangende plaats had willen aanbieden, zoals hij stelt, had verwacht mogen worden dat de ondernemer dit in zijn brief zou hebben vermeld.
 
De consument verlangt restitutie van de huursom over de nog niet verstreken periode, te weten een bedrag van € 555,00 plus vergoeding van zijn onkosten ad € 50,00 en rente ad € 50,00.
 
Standpunt van de ondernemer
 
Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

De ondernemer heeft de kampeerder die zijn auto foutief, op de standplaats van de consument had geparkeerd, gesommeerd zijn voertuig elders te parkeren. Ter zitting licht de ondernemer toe dat de melding van het foute parkeren om 16.30 uur plaatsvond. De ondernemer had het toen te druk om direct hieraan iets te doen. Daarna ging de receptie dicht. De ondernemer heeft de volgende morgen direct actie ondernomen.
 
De consument bleek ook een probleem te hebben met tegenover zijn standplaats geparkeerde auto’s. De ondernemer stelt niet de eis dat auto’s op de standplaats geparkeerd moeten worden, omdat sommige standplaatsen niet groot genoeg daarvoor zijn. De consument had een standplaats aan het einde van een veldje en dan gebeurt het inderdaad dat recreanten hun auto achter op het veld parkeren. De ondernemer heeft de consument toen voorgesteld te verhuizen naar een andere plek waar dit probleem zich niet zou voordoen en heeft wel 10 vergelijkbare standplaatsen aangeboden. De consument wilde hiervan geen gebruik maken.

Toen heeft de ondernemer toegezegd te trachten de standplaats van de consument aan een ander te verhuren. In dat geval zou hij restitutie van de huursom over de resterende huurperiode kunnen krijgen. Dit is helaas niet gelukt.
 
Beoordeling van het geschil
 
De commissie heeft het volgende overwogen.
 
In de Recron-voorwaarden voor seizoenplaatsen van 2003 wordt het volgende vermeld ten aanzien van voortijdig vertrek van de recreant: “De recreant is de volledige prijs voor de overeengekomen tariefperiode verschuldigd”.
 
Dit zou anders zijn, indien de ondernemer zodanig is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen dat ontbinding van de overeenkomst door de consument gerechtvaardigd zou zijn. Hiervan zou sprake kunnen zijn, indien de ondernemer niet-handhaving van zijn reglement verweten zou kunnen worden. De commissie constateert dat toen de consument klaagde over de op zijn standplaats geparkeerde auto, de ondernemer weliswaar niet onmiddellijk actie heeft ondernomen. Maar er is niet zo veel tijd overheen gegaan dat naar het oordeel van de commissie sprake is van een zodanig tekortschieten door de ondernemer dat dit ontbinding van de overeenkomst door de consument rechtvaardigt.
 
De commissie kan zich wel voorstellen dat de consument het vervelend vond dat er ook auto’s werden geparkeerd voor zijn standplaats. Het reglement van de ondernemer schrijft echter niet voor dat alle auto’s op de eigen standplaats geparkeerd moeten worden. Bovendien meent de commissie dat de consument de ondernemer niet de kans heeft geboden het probleem op te lossen door het bieden van een andere standplaats. In zijn brief van 16 juni 2003 verzoekt de consument immers niet om een andere standplaats, maar zegt hij de overeenkomst te willen ontbinden en zijn caravan van de camping te zullen verwijderen.
 
De commissie is derhalve van oordeel dat de consument geen recht heeft op restitutie van de huursom over het resterende deel van de huurperiode.
 
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
 
Beslissing
 
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Recreatie op 17 november 2003.