Onterecht per direct opzeggen overeenkomst door ondernemer. Door consument verlangde schadevergoeding niet toegekend.

  • Home >>
  • Kinderopvang >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Kinderopvang    Categorie: Bewijs / Opzegging overeenkomst    Jaartal: 2023
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 204239/225417

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Het geschil gaat over het per direct opzeggen van de overeenkomst door de ondernemer. Volgens de consument is zijn zoontje weggestuurd zonder voorafgaande kennisgeving en waarschuwing en de ondernemer geeft aan dat het zoontje zich niet veilig voelt in de opvang van de ondernemer. De ondernemer geeft voor de opzegging per direct aan dat de ondernemer het zoontje niet langer wilde laten lijden en de schade op het gebied van sociaal-emotionele veiligheid niet tot onaanvaardbare omvang wilde laten toenemen. De commissie wijst erop dat in de Algemene Voorwaarden van de ondernemer staat dat zowel de consument als de ondernemer de overeenkomst met inachtneming van een termijn van een maand mag opzeggen. Vervolgens staat vermeld dat een kind in verband met schadelijk gedrag de toegang tot de opvang kan worden geweigerd, echter ook met inachtneming van een opzegtermijn van een maand. Op grond hiervan concludeert de commissie dat de ondernemer de overeenkomst niet per direct had mogen opzeggen. De ondernemer heeft niet aannemelijk gemaakt dat het beëindigen van de opvang met onmiddellijke ingang noodzakelijk was. Dat sprake zou zijn van schade in verband met sociaal-emotionele veiligheid van onaanvaardbare omvang, bij het nog een maand langer opvangen, is naar het oordeel van de commissie niet aangetoond. Verlangde schadevergoeding wordt niet toegekend, vanwege gebrek aan bewijs en ontbreken causaal verband.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft de volgens de consument onterechte opzegging van de kinderopvangovereenkomst met onmiddellijke ingang, die in strijd is met de algemene voorwaarden die de ondernemer hanteert en welke opzegging het gezin van de consument veel stress heeft bezorgd.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken en de verklaring ter zitting. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Het zoontje van de consument, [naam kind], heeft gedurende drie maanden gebruikt gemaakt van de kinderopvang van de ondernemer. Na drie maanden heeft de ondernemer (tijdens een gesprek op 6 februari 2023), zonder inachtneming van de opzegtermijn van één maand en zonder argumenten, de overeenkomst per direct opgezegd. Deze is beëindigd per 6 februari 2023.

De overeenkomst had voor een rechtsgeldige beëindiging volgens de consument begin januari 2023 moeten worden opgezegd. De consument heeft verzocht de kosten van de opvang van januari 2023 (de opzegmaand) van € 1.422,85 aan hem te vergoeden. Volgens de consument is zijn zoontje weggestuurd zonder voorafgaande kennisgeving en waarschuwing en beweerde de ondernemer dat zijn zoontje een aandoening heeft, die echter door geen enkele specialist is gediagnosticeerd en waarover de consument vóór 6 februari 2023 niet is geïnformeerd door de ondernemer.

De ondernemer heeft de consument geen tijd gegeven om zich voor te bereiden op het beëindigen van de opvang.

Gedurende de eerste maand van opvang huilde [naam kind] veel, omdat hij moeite had om te wennen aan het kinderdagverblijf. Volgens de leidinggevende van de kinderopvang was dit normaal. Van 11 december 2022 tot 1 januari 2023 zijn de ouders met hun zoontje in Spanje bij familie verbleven. Dit was volgens de ondernemer geen wenselijke situatie, omdat het net wat beter ging met [naam kind] op de opvang, maar de ondernemer had wel begrip voor de wens van de ouders om tijd met hun familie door te brengen. Gedurende de eerste week van opvang na terugkomst in Nederland huilde [naam kind] veel en had hij moeite met slapen. De ondernemer adviseerde een slaapcoach in te schakelen. De ouders van [naam kind] hebben twee weken met een slaapcoach gewerkt, maar het resultaat bleef uit. Volgens de consument was dit het geval, omdat de ondernemer het door de slaapcoach voor [naam kind] opgestelde slaapschema niet heeft uitgevoerd. Volgens de consument ontvingen hij en zijn partner tegenstrijdige signalen van de ondernemer over de situatie van [naam kind]. Volgens de ene medewerker was het gedrag van [naam kind] normaal en zou hij zich uiteindelijk wel aanpassen, volgens de ander zou [naam kind] op de opvang nooit goed kunnen aarden.

Een door de ondernemer ingeschakelde pedagogische coach heeft de consument op 31 januari 2023 geïnformeerd dat ze het gedrag van [naam kind] op de opvang observeerde en dat de manager hem en zijn partner hierover nader zou informeren. Op 6 februari 2023 hebben de ouders van [naam kind] een gesprek met de vestigingsmanager gehad. In dat gesprek heeft de manager medegedeeld dat [naam kind] niet geschikt is voor deze vorm van opvang, omdat hij zich niet veilig voelt en daarom veel huilt. Volgens de manager lijdt [naam kind] aan ‘overgevoeligheid’ en zou hij een trauma kunnen oplopen als de opvang zou worden voortgezet. [naam kind] kan zich niet aanpassen aan het ritme in de opvang en heeft één op één aandacht nodig in een rustige ruimte. De pedagogische coach heeft [naam kind] twee keer geobserveerd en heeft dit bevestigd. De manager heeft vervolgens aan de ouders medegedeeld dat ze het contract beëindigd en dat ze de betaling van februari 2023 zal terugstorten, hetgeen op 7 februari 2023 is gebeurd.

Volgens de consument had zijn zoontje thuis ook slaapproblemen, maar was hij daar niet onrustig. Volgens de consument had er niet eerder een gesprek als op 6 februari 2023 met hem en zijn partner plaatsgevonden en waren ze niet gewaarschuwd dat als de situatie van [naam kind] niet verbeterde, de opvangovereenkomst zou worden opgezegd. Volgens de consument heeft de ondernemer op geen enkel moment geprobeerd samen met hen een verbeterplan op te stellen.

[naam kind] is na 6 februari 2023 door henzelf en door een nanny opgevangen. Midden 2023 is het gezin terugverhuisd naar Spanje.

Door de plotselinge beëindiging van de opvangovereenkomst hebben de ouders van [naam kind] veel stress ervaren en moesten ze veel vrije dagen opnemen van hun werk.

Wat betreft schadevergoeding verzoeken de ouders de kosten van de opvang van de maand januari 2023 aan hen te vergoeden, maar ook de kosten van de slaapcoach omdat de coach op advies van de ondernemer is ingeschakeld. Uit een bijgevoegde factuur blijkt dat de kosten van de slaapcoach € 325,– bedragen. In totaal verzoeken de ouders € 1.747,85 aan hen te vergoeden.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken en de verklaring ter zitting. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Vanaf het begin van de opvang op 1 november 2022 verloopt het wennen moeizaam. Er is op diverse manieren geprobeerd om [naam kind] zich veilig en vertrouwd te laten voelen op de groep. [naam kind] wordt onrustig van andere kinderen en drukte om zich heen, zoals ook door geluiden. Om hem rustig te krijgen moesten medewerksters van de opvang zich met [naam kind] terugtrekken in het kantoor zonder andere aanwezigen en met de deuren dicht. Het was qua personeelsbezetting en gebruik van het kantoor door anderen niet altijd haalbaar voor de medewerkers om zich alleen met [naam kind] terug te trekken in het kantoor. Omdat het wennen niet lukte, is door de ondernemer een pedagogisch coach ingeschakeld. De coach heeft [naam kind] en de groep geobserveerd en heeft diverse tips gegeven. Dit heeft echter niet voldoende verbetering opgeleverd om zowel [naam kind] als ook de andere kinderen in de groep goede zorg te kunnen bieden. Volgens de ondernemer is in een vroeg stadium van de opvang aan de ouders duidelijk gemaakt dat kinderen die op de opvang niet willen eten, niet willen slapen en veel huilen, schade wat betreft sociaal-emotionele veiligheid kunnen oplopen.

Volgens de ondernemer is er elke dag door een pedagogisch medewerker bij de overdracht aan de ouders medegedeeld hoe de dag van [naam kind]  was verlopen. Daarnaast kon in de bitcare-app onder andere worden bekeken wat [naam kind] had gegeten, wanneer hij had gegeten en wanneer hij had geslapen. Volgens de ondernemer werd er na twee weken al naar ouders gecommuniceerd dat het wennen moeilijk ging, maar was er bij [naam kind] de hoop dat hij na drie à vier weken gewend zou zijn. In die beginperiode is met de ouders van [naam kind] afgesproken dat de opvang qua uren langzaam zou worden opgebouwd. Als [naam kind] een zware dag had op de opvang, werd met de ouders gebeld of [naam kind] eerder kon worden opgehaald. Er is aan de ouders gecommuniceerd dat [naam kind] het dagritme van de opvang niet aankon. Naast overdrachtsgesprekken door de pedagogisch medewerkers hebben er telefoongesprekken en chatconversaties plaatsgevonden met de ouders van [naam kind]. Volgens de ondernemer had [naam kind] thuis ook moeite met slapen.

De ondernemer heeft verklaard te hebben geadviseerd een slaapcoach in te schakelen, maar de ouders niet in contact te hebben gebracht met een slaapcoach of hen contactgegevens van een slaapcoach te hebben verstrekt. Volgens de ondernemer zijn de adviezen van de slaapcoach wat betreft tijden waarop [naam kind] moest proberen te slapen, opgevolgd. Wat betreft het gestelde over dat door medewerkers van de opvang zou zijn gezegd dat [naam kind] een aandoening heeft in de zin van overgevoeligheid en overprikkeld zijn, heeft de ondernemer verklaard dat is geadviseerd om [naam kind] te laten onderzoeken, omdat er misschien iets met hem aan de hand was.

De ondernemer heeft verklaard dat zij de opvang van [naam kind] op 6 februari 2023 per direct heeft  beëindigd om te voorkomen dat er (meer) schade aan de sociaal-emotionele veiligheid van [naam kind] zou ontstaan. [naam kind] voelde zich niet veilig in de opvang van de ondernemer. [naam kind]  kon alleen nog maar op kantoor worden opgevangen, hetgeen niet haalbaar was, maar ook niet is toegestaan door de GGD. Volgens de ondernemer wilden zij [naam kind] niet langer laten lijden.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

In artikel 6 lid 4 van de Algemene Voorwaarden van de ondernemer is opgenomen dat zowel de consument als de ondernemer de overeenkomst met inachtneming van een termijn van een maand mag opzeggen. In artikel 7 lid 5 van de Algemene Voorwaarden is vervolgens vermeld dat een kind in verband met schadelijk gedrag de toegang tot de opvang kan worden geweigerd, echter ook met inachtneming van een opzegtermijn van een maand.

Op grond hiervan concludeert de commissie dat de ondernemer de overeenkomst op 6 februari 2023 niet per direct had mogen opzeggen. De ondernemer had de consument in ieder geval een maand de gelegenheid moeten geven om vervangende opvang voor [naam kind] te vinden. Afgezien van het feit dat de  overeenkomst op grond van de algemene voorwaarden niet per direct mocht worden opgezegd, heeft de ondernemer naar het oordeel van de commissie ook niet aannemelijk gemaakt dat het beëindigen van de opvang met onmiddellijke ingang noodzakelijk was. De problemen van [naam kind] op de opvang waren vanaf aanvang aan min of meer hetzelfde en de situatie was in januari 2023 niet ineens sterk verslechterd. Dat voortzetting van de opvang met nog een maand de gestelde schade wat betreft sociaal-emotionele veiligheid tot een onaanvaardbare omvang zou doen toenemen, is naar het oordeel van de commissie niet aangetoond.

De commissie is van oordeel dat de situatie waarin de overeenkomst per direct is opgezegd, had kunnen worden voorkomen als de ondernemer de ouders van [naam kind] meer had meegenomen in hun beoordeling van de situatie van [naam kind]. Het had op de weg van de ondernemer gelegen om in persoonlijke voortgangsgesprekken met de ouders hen te informeren over hoe het met hun zoon op de kinderopvang ging en duidelijk te maken dat als de situatie niet verbeterde, in de zin van dat [naam kind] op de opvang rustiger werd, minder huilde en beter sliep en at, de opvang beëindigd zou worden. Ook moest duidelijk zijn op welke termijn de opvang in dat geval zou worden beëindigd. De telefoon- en chatgesprekken en de gesprekken bij de overdracht aan het einde van de dag waren daarvoor ontoereikend. De commissie is van oordeel dat de ondernemer is tekortgeschoten.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

Wat betreft de vordering tot betaling van schadevergoeding in de zin van het terugbetalen van de kosten van de opvang van januari 2023 is de commissie van oordeel dat die vordering moet worden afgewezen, nu de kosten van die opvang ook hadden moeten worden betaald als de opzegtermijn van een maand door de ondernemer in acht was genomen. Het causaal verband tussen het tekortschieten door de ondernemer en de gestelde schade ontbreekt. Ten aanzien van de kosten van de slaapcoach is de commissie van oordeel dat de consument die kosten zelf dient te dragen, nu de consument de slaapcoach heeft ingeschakeld en het slaapprobleem zich ook thuis voordeed, zodat de consument ook thuisvoordeel had van het inschakelen van een slaapcoach. Bovendien heeft de ondernemer niet bemiddeld bij het inschakelen van de slaapcoach. Het verzoek tot toekenning van schadevergoeding voor betaling van de kosten van de slaapcoach zal de commissie dan ook afwijzen.

De commissie constateert dat de consument voor het overige niet om toekenning van schadevergoeding heeft verzocht en mogelijke andere geleden schade ook niet heeft onderbouwd.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:

–             verklaart de klacht gegrond;

–             wijst de vordering tot toekenning van schadevergoeding af;

–             bepaalt dat de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van  €25,– aan de consument dient te vergoeden ter zake van het klachtengeld;

–             bepaalt dat betaling van het klachtengeld binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies dient plaats te vinden.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang, bestaande uit de heer mr. J.M.P. Drijkoningen, voorzitter, mevrouw mr. S.A.M.F. Sjoukes, mevrouw E.C. Rosemünd, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. C. Koppelman, secretaris, op 13 oktober 2023.