Onterechte switch; risico ondernemer

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Energie    Categorie: Switchprocedure    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: OPN04-0172

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft een gerezen probleem bij de switch van grijze naar groene stroom.

De consument heeft bij brief d.d. 10 februari 2004 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

In december 2002 belde de ondernemer ons op met de mededeling dat wij konden overgaan op groene stroom. Er zou verder voor ons niets veranderen en de kosten zouden gelijk blijven. Wij zijn daarop ingegaan. In januari 2003 ontvingen wij van de ondernemer een bevestiging. Het door ons steeds betaalde termijnbedrag voor gas en elektriciteit bleef € 170,–. In mei 2003 ontvingen wij de jaarafrekening. Daarop was anders dan gebruikelijk alleen gas vermeld. Nadat wij hierover telefonisch contact hadden opgenomen, ontvingen wij alsnog een afrekening voor elektriciteit. Het termijnbedrag bleef € 170,–. In augustus 2003 meldde de ondernemer ons dat onze stroomleverancier X failliet was gegaan en dat wij weer terug waren bij de ondernemer. Wij kenden het bedrijf X niet en wij begrepen hier dus niets van. Alles liep via de ondernemer, ook de nota’s. In oktober 2003 incasseerde de ondernemer ineens een bedrag van € 250,–. Ook hierover hebben wij meteen gebeld. Het zou in december 2003 gecorrigeerd worden. In januari 2004 ontvingen wij een eindafrekening van de ondernemer over de periode augustus-december 2003. Ook hierover hebben wij gebeld. De ondernemer zei dat wij voor stroom waren geswitcht naar Y. Daar hadden wij echter geen opdracht voor gegeven en navraag bij Y leerde ons dat wij niet in het klantenbestand van dit bedrijf voorkomen. Wij weten nu nog steeds niet waar onze stroom vandaan komt en wij weten ook niet aan wie wij de kosten voor elektriciteit moeten betalen, omdat wij geen nota’s voor elektriciteit ontvangen. Wij reserveren hiervoor iedere maand € 80,–. De ondernemer is blijkbaar niet bereid of in staat om de situatie te normaliseren. Om die reden zijn wij genoodzaakt de hulp van de commissie in te roepen.

De consument verlangt in hoofdzaak herstel van de situatie van voor januari 2003.

Standpunt van de ondernemer

De ondernemer heeft geen standpunt aan de commissie kenbaar gemaakt. Uit de stukken blijkt dat de ondernemer de brief van de consument d.d. 10 februari 2004 heeft beantwoord met de mededeling dat de door de consument gestelde vraag door de afdeling Klantenadministratie in behandeling zou worden genomen en dat daarmee enige tijd gemoeid zou zijn. Daarna is van de ondernemer niets meer vernomen.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Het kan niet de bedoeling zijn dat de consument in het duister tast omtrent de vraag aan wie zij de kosten van de aan haar geleverde elektriciteit moet betalen. De ondernemer dient de vereiste duidelijkheid te verschaffen, aangezien hij behalve voor gas ook voor elektriciteit de contractspartner van de consument is. Niet is gebleken dat de consument met haar toestemming is geswitcht naar een andere stroomleverancier. Het thans bestaande probleem houdt kennelijk verband met de overgang op groene stroom. Het is de commissie gebleken dat die overgang wel vaker oorzaak is van administratieve problemen. Hoe dit ook zij, de wens van de consument om te worden hersteld in de situatie van voor januari 2003 is volstrekt legitiem en dient dan ook te worden gehonoreerd.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De ondernemer zorgt er voor dat aan de consument weer grijze stroom wordt geleverd zoals voor januari 2003 gebeurde en zendt aan de consument een afrekening voor elektriciteit, alsmede termijnnota’s die erop zijn gebaseerd dat de consument sedert december 2002 onafgebroken grijze stroom van de ondernemer heeft ontvangen, ook al mocht dat in werkelijkheid niet zijn geschied. Een en ander dient te geschieden binnen een termijn van 4 weken na de verzenddatum van dit bindend advies.

De commissie wijst het meer of anders verlangde af.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 25,– aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 25,–

Aldus beslist door de Geschillencommissie Openbare Nutsbedrijven op 11 juni 2004.