Ontvankelijkheid (procedure gewone rechter)

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Energie    Categorie: (Niet) Ontvankelijkheid    Jaartal: 2012
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: ENE06-1562

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft door de consument geleden schade als gevolg van een afsluiting van energie door de ondernemer.

De consument heeft op 13 maart 2006 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

Op 28 april 2004 werd ik door de ondernemer afgesloten van energie wegens een vermeende betalingsachterstand. Dit gebeurde door middel van verwijdering van de meters. Bij vonnis d.d. 5 december 2005 heeft de kantonrechter te Amsterdam geoordeeld dat de ontbinding van de overeenkomst en de afsluiting ten onrechte hebben plaatsgehad en dat de ondernemer zelf de kosten van afsluiting en heraansluiting voor zijn rekening dient te nemen. Van de door de ondernemer per 28 april 2004 gepretendeerde vordering heeft de kantonrechter slechts € 136,– toegewezen. Dit bedrag betreft aanmaningskosten. De ondernemer heeft geen hoger beroep tegen het vonnis ingesteld. Op 16 december 2005 is de aansluiting hersteld. Ik heb dus bijna twintig maanden zonder gas en elektriciteit moeten leven. Dat heeft een grote schadepost opgeleverd. Mijn elektrische apparaten zijn stuk gegaan als gevolg van vocht, ik heb veel buiten de deur moeten verblijven en doordat ik geen woongenot van mijn woning heb gehad heb ik gedurende bijna twintig maanden voor niets huur betaald van € 220,– per maand. Door vochtinwerking is schade aan het stucwerk in de woning ontstaan en aan de vloerbedekking. Ook is er vochtschade aan dekens, kussens en dekbedden. Daarnaast is er sprake van emotionele schade. Ik heb mijn totale schade begroot op € 500,– per maand, in totaal € 9.800,–. Ik heb de ondernemer voor dit bedrag aansprakelijk gesteld, omdat de schade is veroorzaakt door een onrechtmatige handeling van de ondernemer, te weten de door de kantonrechter als zodanig beoordeelde afsluiting. De ondernemer weigert de schade te vergoeden.

De consument verlangt een vergoeding van de ondernemer van € 9.800,–.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

De consument heeft een lange geschiedenis van wanbetaling achter de rug. Hierom en mede omdat er per 28 april 2004 exclusief kosten een betalingsachterstand bestond van € 236,74 zagen wij ons genoodzaakt de energielevering stop te zetten. Anders dan de consument meent hebben wij de overeenkomst niet ontbonden. Alleen de energielevering is opgeschort. Omdat de consument niet tot betaling overging hebben wij hem gedagvaard voor de kantonrechter en ontbinding van de overeenkomst, alsmede betaling van de achterstand en alle kosten gevorderd. De kantonrechter heeft deze vordering afgewezen met uitzondering van een bedrag van € 136,– aanmaningskosten die voor 28 april 2004 waren ontstaan. Om praktische redenen hebben wij geen hoger beroep tegen het vonnis ingesteld en de aansluiting hersteld. Wij zien geen reden tot schadevergoeding. In de eerste plaats hebben wij niet onrechtmatig gehandeld door tot afsluiting over te gaan. Er was sprake van een achterstand en het slechte betalingsgedrag van de consument in het algemeen noopte ons tot het nemen van maatregelen. Wij zijn daartoe ingevolge onze toepasselijke algemene voorwaarden bevoegd. Bovendien vinden wij het gevorderde bedrag absurd hoog.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Artikel 5 lid 1 sub d van het reglement van de commissie bepaalt dat de consument ambtshalve in zijn klacht niet-ontvankelijk moet worden verklaard, indien het financiële belang van het geschil het bedrag van € 5.000,– te boven gaat, tenzij partijen anders overeenkomen. De ondernemer heeft schriftelijk verklaard geen bezwaar tegen de inhoudelijke behandeling van het geschil te hebben, zodat de commissie het geschil kan beoordelen.

De commissie dient uit te gaan van het in kracht van gewijsde gegane vonnis van de kantonrechter te Amsterdam d.d. 5 december 2005. In dat vonnis, waarvan een kopie door de consument is overgelegd, heeft de kantonrechter geoordeeld dat de beëindiging van de energielevering en het verwijderen van de meters een te drastische maatregel was in verhouding tot de per 28 april openstaande vordering, die de kantonrechter op basis van de hem ter beschikking staande gegevens op € 136,– heeft vastgesteld. Hieruit volgt dat de ondernemer jegens de consument onrechtmatig heeft gehandeld en tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen jegens de consument uit hoofde van de tussen partijen bestaande overeenkomst tot levering van energie. Hierdoor is de ondernemer in principe jegens de consument schadeplichtig geworden. De commissie kan het gevorderde bedrag van € 9.800,– echter niet toewijzen. In de eerste plaats is een dergelijk hoog bedrag voor de ondernemer onvoorzienbaar en voorts had de consument de schade kunnen beperken door voor 28 april 2004 een geschil bij de commissie aanhangig te maken (de bevoegdheid tot afsluiting zou dan hangende de behandeling van het geschil zijn opgeschort, hetgeen de consument had kunnen weten door het inwinnen van informatie bij het secretariaat van de commissie), door het per 28 april 2004 gevorderde bedrag onder voorbehoud van rechten te betalen of door de vochtgevoelige zaken in zijn woning tijdelijk elders onder te brengen. Tussen de betaalde huur gedurende de periode van afsluiting als onderdeel van de schade en de afsluitingshandeling bestaat naar het oordeel van de commissie niet voldoende oorzakelijk verband. Daar komt bij dat de consument de kosten van energie gedurende de periode van afsluiting heeft uitgespaard. De commissie acht wel een immateriële vergoeding wegens het door de ondernemer veroorzaakte ongemak op haar plaats. Rekening houdend met het hiervoor overwogene en met alle overige aan de commissie bekende omstandigheden stelt de commissie die vergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid vast op het hierna te noemen bedrag.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van € 200,–. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies. Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de ondernemer bovendien de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de verzenddatum van het bindend advies.

De commissie wijst het meer of anders verlangde af.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 25,– aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 25,–.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie en Water op 6 december 2006.