Op een cruiseschip moet je als reiziger altijd enigszins rekening te houden met lawaai en trillingoverlast door de motor, maar in dit geval ging de overlast deze tolerantiegrenzen te boven

  • Home >>
  • Reizen >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Reizen    Categorie: Accommodatie    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: REI08-0999

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 4 oktober 2007 via een boekingskantoor met de reisorganisator totstandgekomen overeenkomst, waarbij de reisorganisator zich verplicht heeft tot het leveren van een Middellandse zeecruise voor 7 personen op basis van all inclusive, voor de periode van 5 mei 2008 tot en met 12 mei 2008 voor de som van € 8.631,30.   Klager heeft op 14 mei 2008 de klacht voorgelegd aan de reisorganisator.   Standpunt van klager   Het standpunt van klager luidt in hoofdzaak en kort samengevat als volgt.   In de binnenhut was een dermate overlast van lawaai en trillingen door de motor, dat slapen onmogelijk was. Bovendien was de douche aanvankelijk koud. Klager verzoekt de commissie in redelijkheid en billijkheid een vergoeding vast te stellen.   Standpunt van de reisorganisator   Het standpunt van de reisorganisator luidt in hoofdzaak als volgt.   Op zichzelf wordt betreurd, dat klager overlast heeft ondervonden, hetgeen een negatieve invloed heeft gehad op de cruise. Niet wordt ontkend, dat klager zijn klachten ter plekke heeft kenbaar gemaakt. De hier van toepassing zijnde voorwaarden schrijven echter voor, dat klachten ook aan onze organisatie onverwijld kenbaar moeten worden gemaakt. Dit heeft klager nagelaten, zodat wij niet in de gelegenheid zijn gesteld om voor hem een oplossing te zoeken. Wel wordt voor het ondervonden ongemak een korting aangeboden van € 295,– op een te maken volgende cruise. Dit aanbod wordt alleszins redelijk geacht.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   Op grond van de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting is de commissie tot de overtuiging gekomen, dat klager in een van de aan hem toegewezen hutten meer overlast heeft ondervonden dan hij in redelijkheid zou moeten verdragen. Dit wordt ook van de zijde van de reisorganisator betreurd. Weliswaar dient men naar het oordeel van de commissie op een cruiseschip altijd enigszins rekening te houden met lawaai en trillingoverlast door de motor, maar de commissie acht het in klagers geval meer dan aannemelijk, dat de overlast, die klager heeft ondervonden de in deze te stellen tolerantiegrenzen te boven zijn gegaan. Gelet op het vorenstaande komt de commissie dan ook tot de conclusie, dat de reisorganisator de gesloten overeenkomst in dit opzicht niet naar behoren is nagekomen en klager niet heeft ontvangen, hetgeen hij in redelijkheid mocht verwachten. Daar staat evenwel tegenover, dat ook klager een verwijt valt te maken. Dit in die zin, dat klager, toen hem bleek, dat niet dan wel onvoldoende aan zijn bezwaren ter plekke tegemoet werd gekomen, de officiële klachtenprocedure had moeten volgen door contact op te nemen met de reisorganisator in Nederland. Door dit niet te doen heeft hij de reisorganisator niet in de gelegenheid gesteld om de klachten van klager op te heffen althans een poging daartoe te doen. Klager kan dan achteraf in principe geen schade meer claimen. Het een tegen het ander afwegende komt de commissie tot de conclusie, dat de reisorganisator klager een vergoeding is verschuldigd. Het aanbod van de reisorganisator om klager een korting te bieden op een volgende cruise acht de commissie, zoals zij reeds vele malen heeft vastgesteld, echter geen aanvaardbare vorm van vergoeding. Zij zal het door de reisorganisator geboden kortingsbedrag dan ook op geld waarderen en op deze wijze het geschil definitief beslechten.   De commissie is derhalve van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   De reisorganisator betaalt aan klager een vergoeding van € 295,–. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.   De commissie wijst het meer of anders verlangde af.   Bovendien dient de reisorganisator overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 100,– aan klager te vergoeden ter zake van het klachtengeld.   Overeenkomstig het reglement van de commissie is de reisorganisator aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 205,–.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Reizen op 17 december 2008.