Op internet aangeboden opties blijken niet in auto aanwezig.

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Voertuigen    Categorie: Informatie    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: VOE05-0617-2

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil
 
Het geschil vloeit voort uit een op 20 juli 2005 tussen partijen totstandgekomen overeenkomst.
 
De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een gebruikte auto, merk Seat, type Cordoba 1.6 Varia Signo, bouwjaar 2000, tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 8.395,–. De levering vond plaats op of omstreeks 23 juli 2005. De consument heeft op 28 juli 2005 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
 
Standpunt van de consument
 
Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.
De ondernemer heeft een auto geleverd die niet de eigenschappen bezit die waren overeengekomen. Volgens het aanbod op Internet zou de auto moeten zijn uitgerust met een boordcomputer en een ABS-systeem. Geen van deze opties is echter aanwezig. De consument heeft dit pas achteraf kunnen vaststellen. De ondernemer verwijst naar een onderzoeksplicht van de koper en een disclaimer op de internetsite voor schrijf- en typefouten. Dat is echter niet terecht. De consument verwijst naar een eerdere uitspraak van deze commissie uit 2003.
 
De consument is in contact getreden met de ondernemer naar aanleiding van een advertentie op internet, waarin de onderhavige auto te koop werd aangeboden. Hij is gaan kijken om een proefrit te maken. Daarbij viel de consument op dat de vraagprijs sterk afweek van de prijs zoals die op het internet had gestaan. Na onderhandeling over de prijs, wilde de ondernemer de op het internet vermelde Seat Zekerheidsgarantie niet afgeven.
 
Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
 
Toen ik bij de ondernemer kwam om naar de auto te kijken, stond deze buiten. Ik herkende de auto van de foto op het internet en aan het kenteken dat er op zat.
Er hing alleen een prijsbord aan de spiegel. Een bord met vermelding van accessoires stond er niet op of in. Ook heb ik in het bedrijf geen waarschuwing gezien voor een mogelijke afwijking van de aanbieding op het internet met de daadwerkelijke uitrusting van de auto. In het verkoopgesprek is onderhandeld over de prijs. Die was € 1.000,– hoger dan op internet vermeld. In verband daarmee heb ik de verkoper de internet-aanbieding nog laten zien. Ook toen is niets gezegd over het ontbreken van ABS of andere accessoires. Ik heb nog de aanwezigheid van een aantal accessoires gecontroleerd. Wat ik kon zien, zat er ook op (airco-bedieningsknoppen, logo’s van de airbags, de trekhaak etc.). Een boordcomputer had ik nog nooit gehad, dus hoe ik de aanwezigheid daarvan kon zien wist ik niet.
 
Achteraf is mij uit een folder van Seat gebleken dat deze auto helemaal niet met ABS is geleverd. Pas achteraf, toen ik kwam informeren, is mij medegedeeld dat de vermelding op internet kon afwijken van de werkelijke situatie.
 
De consument verlangt een schadevergoeding van € 356,– en de reis- en verletkosten voor de onderhavige procedure. Ter onderbouwing van zijn vordering heeft hij nog een berekening overgelegd, die uitgaat van een waarde van het ABS (bij aanschaf als optie) van € 1.495,–.
 
Standpunt van de ondernemer
 
Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

Tijdens de onderhandelingen over de aankoop van de auto is over de prijs gesproken, maar een boorcomputer of ABS zijn nimmer onderwerp van discussie geweest. Pas zes dagen na de aankoop komt de klant op deze punten reclameren. Bij controle blijkt dan weliswaar dat hij gelijk heeft, maar aansprakelijkheid daarvoor is via een disclaimer van Autoscout uitgesloten. De ondernemer verwijst naar de bij de commissie ook ambtshalve bekende praktijk dat aan de hand van een in te voeren kenteken op de internetsite automatisch een aantal uitrustingsopties worden vermeld, waarvan het kan voorkomen dat zij niet daadwerkelijk op het aangeboden voertuig aanwezig zijn.
De ondernemer verwijst naar een uitspraak van de commissie uit 2005 in een soortgelijke zaak, waarin de ondernemer in het gelijk is gesteld, omdat de consument niet aan een onderzoeksplicht zou hebben voldaan. De klant heeft geen vragen gesteld over de aanwezigheid van opties en daardoor dus niet aan zijn onderzoeksplicht voldaan. De klant is ruimschoots tegemoet gekomen door een klacht over de versnellingsbak onder garantie op een kwalitatief betere, maar ook duurdere wijze te verhelpen dan waar mee had kunnen worden volstaan.
 
Beoordeling van het geschil
 
De commissie heeft het volgende overwogen.
 
Op grond van het bepaalde in artikel 7:17 Burgerlijk Wetboek (BW) dient een zaak die wordt afgeleverd te voldoen aan de overeenkomst. Op grond van het op de onderhavige overeenkomst toepasselijke artikel 7:17, lid 2 BW wordt bij de beoordeling van de vraag of een op grond van een consumentenkoop afgeleverde zaak aan de overeenkomst beantwoordt acht geslagen op mededelingen die door de verkoper zijn gedaan. Een plaatsing op het internet van de desbetreffende auto heeft als een zodanige mededeling te gelden. Volgens die plaatsing was de auto voorzien van ABS en een boordcomputer.
 
De ondernemer heeft gewezen op de disclaimer die de internet-site hanteert. Deze disclaimer is echter bedoeld om de exploitant van deze internetsite te vrijwaren van aanspraken en is naar het oordeel van de commissie op geen enkele wijze van toepassing op de contractuele relatie tussen de ondernemer en de consument.
 
Wanneer de consument in gaat op een als aanbod zijdens de ondernemer op te vatten publicatie op het internet, mag hij er van uitgaan dat de daar gedane mededelingen juist zijn, omdat een consument, anders dan veelal de ondernemer, niet op de hoogte is van de wijze waarop een publicatie op de internetsite tot stand komt en hij dus ook niet al in beginsel hoeft te twijfelen aan de deugdelijkheid van die publicatie. Het voor een normale afwikkeling van het handelsverkeer benodigde wederzijds vertrouwen bij partijen brengt met zich mee dat een koper in beginsel uit mag gaan van de juistheid van de gegevens die een verkoper opneemt in zijn publiekelijke aanbod.
 
In dat verband verwijst de commissie voorts naar het bepaalde in artikel 6:194, aanhef en onder a van het Burgerlijk Wetboek. Daar wordt het (doen) publiceren van misleidende mededelingen expliciet als onrechtmatig handelen gekwalificeerd. Tot de gevallen die daar zijn genoemd behoort zelfs in het bijzonder het doen van misleidende mededelingen ten aanzien van de aard, hoedanigheid, eigenschappen of gebruiksmogelijkheden van hetgeen waarop de mededeling betrekking heeft.
 
Nu begrijpt de commissie het standpunt van de ondernemer aldus, dat het nooit zijn bedoeling is geweest om de consument te misleiden, maar dat de wijze waarop de gegevens op de internet-site worden ingevuld (geautomatiseerd, naar aanleiding van enkele opgegeven specifieke eigenschappen van de auto) met zich meebrengt dat het in de praktijk kan voorkomen dat de werkelijke uitrusting van een auto afwijkt van hetgeen staat vermeld op het internet. Het is de commissie inmiddels echter uit een aantal soortgelijke zaken ambtshalve bekend dat binnen de branche ruim bekend is hoe vermeldingen op het internet tot stand komen en, belangrijker nog, dat het daarbij kan voorkomen dat de eigenschappen of uitrusting van auto’s, zoals vermeld op het internet, niet overeen stemt met de werkelijke situatie.
Van elke redelijk bekwame autohandelaar mag worden verwacht dat hij van dit fenomeen op de hoogte is. Door desondanks van publicatie op het internet gebruik te maken, neemt de ondernemer dan ook bewust het risico van afwijkingen tussen aanbod en werkelijkheid.
 
Om te voorkomen dat de consument een auto koopt met eigenschappen die deze achteraf niet blijkt te hebben, dient de ondernemer de consument er op duidelijke wijze attent op te maken dat de vermelding op het internet onjuistheden kan bevatten. Dat kan door een algemene waarschuwing in de zaak, maar ook bijvoorbeeld door op de auto een bord te plaatsen waar alle aanwezige opties en accessoires staan vermeld en waaruit eventueel afwijkingen kunnen blijken.
 
In dit opzicht sluit de commissie aan bij het bepaalde in artikel 7:18, lid 1 BW, een bepaling die strikt genomen niet op het onderhavige geval van toepassing is (omdat het hier niet gaat om mededelingen van een voorgaande verkoper), maar die wel iets zegt omtrent de bedoelingen die de (Europese) wetgever heeft gehad met betrekking tot de bescherming van consumenten tegen ondeugdelijke mededelingen over de te kopen zaak. Op grond van deze bepaling is een opvolgend verkoper niet gebonden aan mededelingen van voorgaande verkopers, wanneer de verkoper deze mededeling uiterlijk ten tijde van het sluiten van de overeenkomst op een voor de koper duidelijke wijze heeft herroepen.
 
De commissie is van oordeel dat in het onderhavige geval van een dergelijke duidelijke herroeping van een eerdere mededeling over de te kopen auto geen sprake is geweest. In de onderhavige zaak is niet gebleken dat de consument op enigerlei wijze heeft kunnen of moeten begrijpen dat de daadwerkelijke uitrusting van de auto anders was dan op internet vermeld. Door of namens de ondernemer is daar op geen enkele wijze op gewezen, terwijl een relatieve leek de aan- of afwezigheid van een ABS ook niet direct met het blote oog kan vaststellen.
Uitgaande van het beginsel dat een consument uit mag gaan van de juistheid van de aanbieding van een ondernemer, en vaststellend dat de consument uit niets heeft kunnen afleiden dat de auto in werkelijkheid (anders dan vermeld in die aanbieding op het internet) niet met een ABS en boordcomputer was uitgerust, kan de commissie niet anders dan concluderen dat hij een auto met ABS en boordcomputer heeft gekocht, conform aanbod van de ondernemer, die vervolgens een auto zonder ABS en boordcomputer heeft geleverd. Daarmee staat vast dat de auto niet de eigenschappen heeft gehad die de consument daarvan mocht verwachten.
 
Vanuit technisch oogpunt is het niet of nauwelijks mogelijk om achteraf alsnog een ABS in de auto in te bouwen. Herstel van het gebrek is dan ook geen optie. Het gebrek is naar het oordeel van de commissie niet zo ernstig van aard, dat het een ontbinding van de koopovereenkomst rechtvaardigt. Die wordt door de consument overigens ook niet verlangd. Die vordert een schadeloosstelling. De commissie acht daartoe gronden aanwezig, omdat aangenomen mag worden dat een auto met ABS vanwege het veiligheidsaspect een hogere (inruil)waarde zal hebben dan een auto zonder.
 
De consument heeft bij de mondelinge behandeling onder overlegging van een exemplaar van een folder van Seat afdoende aangetoond dat de optie ABS, indien besteld, bij een nieuwe auto een meerprijs oplevert van € 1.495,–. Met het oog op de leeftijd van de auto heeft de consument het bedrag gedeeld door 2,1 en redelijkerwijs wenst hij de helft van het aldus berekende bedrag als schadevergoeding te ontvangen, afgerond € 356,–. De commissie kan de consument volgen in die redenering en zal dit bedrag als vergoeding toekennen.
 
Het overige wordt afgewezen, omdat artikel 22 van het Reglement Geschillencommissie Voertuigen bepaalt dat de kosten ter zake de behandeling van het geschil voor rekening van partijen blijven. De commissie vindt in deze zaak geen bijzondere omstandigheden die maken dat daarvan zou moeten
worden afgeweken.
 
Mitsdien wordt beslist als na te melden.

Beslissing
 
De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van € 356,–. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies. Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de ondernemer bovendien de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de verzenddatum van het bindend advies.
 
Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen op 15 februari 2006.