Opvang kinderen is geen ingrijpende beslissing en vereist geen toestemming beide ouders

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Kinderopvang    Categorie: Overeenkomst    Jaartal: 2022
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 131839/137964

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De ex-partner van de consument en de ondernemer zijn op de hoogte van de het feit dat de consument geen toestemming geeft voor de opvang bij de ondernemer. Ook is in een eerdere uitspraak van de commissie besloten dat de opvang bij de ondernemer gestopt moet worden. Toch gaat de opvang nog steeds door. De ondernemer heeft de consument, als gezaghebbende ouder, niet om toestemming gevraagd. De consument eist dat de opvang per direct stopt. De ondernemer stelt dat de eerste klacht niet ging over het recht op informatie, maar over de meldingen bij Veilig Thuis. De voogd van de kinderen heeft aan de ondernemer laten weten dat de ouders zelf bepalen waar de kinderen naar toe gaan als zij bij hen zijn. Daarom zal de ondernemer de overeenkomst niet eenzijdig beëindigen. De commissie oordeelt dat de eerdere klacht ging over het recht op informatie van de consument niet over de toestemming voor opvang. Ouders kunnen geen ingrijpende beslissingen maken zonder toestemming van de andere ouder, maar de opvang is geen ingrijpende beslissing. Ook gaan de kinderen al jaren naar de opvang bij de ondernemer. Niet duidelijk is waarom de consument de opvang niet meer wil. De klacht is ongegrond.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft de opvang van de kinderen van de consument bij de ondernemer, zonder dat de consument als gezaghebbend ouder daarvoor toestemming heeft verleend.

Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Al eerder heeft de consument bij de Geschillencommissie Kinderopvang een klacht ingediend omdat zijn kinderen tegen zijn wens in worden opgevangen bij de ondernemer. De consument heeft laten weten daarvoor geen toestemming te geven. De eerdere klacht is gegrond verklaard. De ondernemer heeft laten weten dat de opvang van de kinderen was gestopt. Om die reden heeft de consument hier verder geen actie op ondernomen.

In juli 2021 heeft de consument zijn ex-partner nogmaals duidelijk vermeld dat hij geen toestemming meer geeft voor opvang van de kinderen door de ondernemer. Ondanks dat zijn ex-partner en de ondernemer
op de hoogte zijn van het standpunt van de consument, worden de kinderen van de consument toch opgevangen door de ondernemer.
De consument en zijn ex-partner zijn beiden belast met het gezag en de toestemming en/of handtekening van de consument is niet gevraagd door de ondernemer. Op 20 september 2021 heeft de consument de ondernemer gevraagd per direct de opvang te staken met als belangrijke reden dat hij geen toestemming heeft gegeven voor deze opvang. Tot het moment van indienen van de klacht heeft de consument helaas geen reactie ontvangen. Op advies van zijn advocaat en klachtenloket kinderopvang wendt de consument zich tot de commissie. De ondernemer is in overtreding op de wet door de consument als gezaghebbende ouder niet om toestemming te vragen.

De consument zou graag zien dat per direct het contract ontbonden wordt en de opvang gestopt wordt. Daarnaast acht hij een boete en schadevergoeding op zijn plaats in deze. Dit omdat de opvang willens en wetens het contract heeft afgesloten en de opvang na de aangetekende brief van 20 september 2021 heeft voorgezet tot op heden.

Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer heeft een aantal keer contact gehad met Veilig Thuis aangaande de kinderen van de consument. Voor het eerst in 2019, toen de ondernemer een vragenlijst ontving van Veilig Thuis over het welzijn van de kinderen. In juni 2020 is opnieuw contact geweest met Veilig Thuis vanwege opmerkingen van de kinderen. De consument en de moeder van de kinderen zijn door Veilig Thuis van deze contacten op de hoogte gesteld. Dit is aanleiding geweest voor de consument voor het doen van zijn eerdere klacht, die, anders dan de consument stelt, betrekking had op zijn recht op informatie.

De kinderen van de consument maken sinds september 2021 weer gebruik van de BSO bij de ondernemer (3 middagen per week). Hun moeder werkt ook bij de ondernemer. De ondernemer heeft de moeder, omdat met haar de opvangovereenkomsten zijn gesloten, op de hoogte gesteld van deze tweede klacht die door de consument is ingediend. Op 1 december 2021 heeft de voogd (de geschillencommissie begrijpt: gezinsvoogd) van de kinderen hierover contact met de ondernemer opgenomen en te kennen gegeven dat de ouders zelf bepalen waar de kinderen naartoe gaan als zij bij hen zijn. De ondernemer zal niet eenzijdig een contract beëindigen tenzij er dringende redenen zijn.
Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie merkt allereerst op dat de eerdere klacht van de consument betrekking had op zijn recht om geïnformeerd te worden over de kinderen. De commissie heeft in die zaak geconcludeerd dat de consument tegenover de ondernemer het recht heeft op informatie inzake belangrijke feiten en omstandigheden die de persoon van het kind of diens verzorging en opvoeding betreffen, tenzij het belang van het kind zich verzet tegen het verschaffen van de informatie. De klacht is op dat onderdeel gegrond verklaard. Voormelde klacht zag echter niet op door de consument vereiste toestemming voor de opvang van de kinderen bij de consument. Dit klachtpunt is door de consument niet eerder naar voren gebracht.

De commissie stelt daarover het volgende.

Anders dan de consument kennelijk veronderstelt, is het geen vereiste dat het gezag van gezaghebbende ouders ook in alle gevallen gezamenlijk moet worden uitgeoefend. In de praktijk zal dit lang altijd niet het geval zijn, zeker niet in de situatie dat de ouders niet langer partners zijn.

Gezamenlijk gezag brengt met zich dat de ene ouder geen ingrijpende beslissingen kan nemen zonder toestemming van de andere ouder. Andere beslissingen over het kind kunnen worden genomen door de ouder bij wie het kind zijn/haar hoofdverblijfplaats heeft.
De beslissingen waarvoor in ieder geval toestemming van de andere ouder nodig is zijn bijvoorbeeld medische kwesties, verhuizing, of vertrek naar het buitenland. Niet is gesteld noch gebleken dat het hier om een ingrijpende beslissing gaat.

In onderhavig geval maken de kinderen van de consument al langere tijd – sinds meerdere jaren zelfs – gebruik van de kinderopvang van de ondernemer. De ondernemer heeft onweersproken gesteld dat de consument zelf heeft getekend bij de inschrijving van het eerste kind. De opvangovereenkomst voor het tweede kind en de vervolgovereenkomsten zijn door de moeder alleen getekend. Eerst nu komt de consument met de mededeling dat de opvang gestaakt moet worden, met als reden dat hij geen toestemming heeft gegeven voor de opvang. Waarom hij de opvang niet langer goedkeurt of waarom de kinderen daar niet langer kunnen verblijven, wordt op geen enkele manier onderbouwd.

Gelet op dit alles is de commissie van oordeel dat de opvangovereenkomsten die de ondernemer heeft gesloten met de moeder van de kinderen van de consument in stand kunnen blijven reeds nu de consument geen gronden heeft aangevoerd waarom thans de opvang niet langer deugdelijk of passend is.

De vorderingen van de consument worden afgewezen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie:

– verklaart de klacht ongegrond;
– wijst de verzoeken van de consument af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang, bestaande uit mevrouw mr. dr. E. Venekatte, voorzitter, de heer drs. T. Blom, mevrouw mr. E.E. Aberson, leden, in aanwezigheid van
mevrouw mr. M. Gardenier, secretaris, op 22 maart 2022.