Opzegboete energie: eerst depotstorting vereist voor behandeling klacht

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Depotbeslissing    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: voorbeslissing   Uitkomst: aanhouding beslissing   Referentiecode: 584013/697005

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een consument klaagde over de hoogte van een opzegboete van € 1.195,77. Voordat de commissie de klacht inhoudelijk kan behandelen, moet dit bedrag eerst in depot worden gestort. De commissie onderzocht de financiële situatie van de consument en stelde vast dat zij voldoende inkomen heeft en zelf heeft aangegeven het bedrag vanaf januari 2025 te kunnen voldoen. Daarom bepaalde de commissie dat de consument uiterlijk eind februari 2025 het bedrag in depot moet storten. Pas daarna zal de klacht inhoudelijk worden behandeld.

De volledige uitspraak

Samenvatting
De consument klaagt over de haar berekende opzegboete. De commissie oordeelt dat de consument eerst een bedrag in depot dient te storten alvorens de commissie tot inhoudelijke behandeling overgaat.

Beoordeling
De consument klaagt over de hoogte van de haar berekende opzegboete. Alvorens inhoudelijk over die klacht te oordelen dient de commissie te beslissen over de storting bij haar in depot van het door de consument aan de ondernemer verschuldigde bedrag ad € 1.195,77. De ondernemer verlangt immers depotstorting.
De commissie heeft navraag gedaan naar de financiële situatie van de consument. De consument heeft medegedeeld dat zij een inkomen heeft van € 1.756,70 netto per maand en dat zij binnenkort ander werk (naar de commissie begrijpt: beter betaald werk) gaat krijgen. Zij woont in bij een broer en heeft geen woonlasten. Wel heeft zij schulden die in november 2024 teruggebracht waren tot € 618,05.

De commissie overweegt dat het uitgangspunt voor door haar te behandelen geschillen is dat het door de consument aan de ondernemer verschuldigde bedrag in depot gestort dient te worden. Uitzondering daarop kan zijn de financiële situatie van de consument. Om die reden is daarnaar navraag bij de consument gedaan. De consument heeft echter ook betoogd dat zij in januari, althans vanaf januari 2025 in staat is voornoemd bedrag in depot te storten. De commissie is van oordeel dat, gezien voornoemd uitgangspunt en het betoog van de consument, de consument uiterlijk eind februari 2025 voornoemd bedrag in depot moet storten. Indien dat bedrag gestort is, zal de commissie overgaan tot inhoudelijke behandeling.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie bepaalt dat de consument uiterlijk eind februari 2025 € 1.195,77 bij haar in depot dient te storten alvorens de commissie overgaat tot inhoudelijke behandeling.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 7 januari 2025.

Opslaan als PDF