Opzegboete vervalt omdat ondernemer geen duidelijke grondslag gaf

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Opzegvergoeding    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 1311617/1315940

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument kreeg op zijn eindnota een opzegboete van € 90,18, maar ontving ondanks herhaald vragen nooit een uitleg van de ondernemer over de reden of berekening daarvan. De ondernemer stelde dat de consument een jaarcontract had afgesloten en dit te vroeg had beëindigd, maar uit de stukken werd voor de commissie niet duidelijk of er werkelijk sprake was van voortijdige beëindiging of slechts van een verschil van één à twee dagen. Ook bleef onduidelijk of er misschien een nieuw contract zou zijn ingegaan. Omdat de ondernemer niet aannemelijk maakte dat de consument juridisch gezien een opzegvergoeding verschuldigd was, verklaart de commissie de klacht gegrond. De consument hoeft de boete niet te betalen en krijgt het klachtengeld van € 52,50 terug.

De volledige uitspraak

Samenvatting
Het geschil betreft de door de ondernemer op de eindnota van 14 augustus 2025 in rekening gebrachte opzegboete van € 90,18.

De consument heeft de klacht op 28 juli 2025 aan de ondernemer voorgelegd.

Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument maakt bezwaar tegen de in rekening gebrachte opzegboete. Hij heeft geen bezwaar tegen het betalen van de rekening voor het verbruik van gas en elektriciteit. De consument heeft om een uitleg van de grondslag van de opzegboete verzocht, maar deze nooit gekregen.

Ter zitting heeft de consument voor zover van belang nog het volgende naar voren gebracht.

Het contract liep tot 25 juli 2025. Met ingang van 24 juli 2025 is hij een contract met een andere leverancier aangegaan. Van een nieuw contract met de ondernemer was geen sprake. Hij had een offerte gevraagd, maar is daarop niet ingegaan.

Op zijn vragen naar het hoe en waarom van de opzegboete heeft de consument nooit antwoord gekregen.

Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument is op 24 juli 2024 een 1-jarige overeenkomst met de ondernemer aangegaan. De einddatum van deze overeenkomst was 25 juli 2025. De consument is echter tot en met 23 juli 2025 klant geweest van de ondernemer.

De consument heeft wel degelijk een overeenkomst met de ondernemer op 24 juli 2024 gesloten.

De ondernemer heeft de consument wegens voortijdige beëindiging een opzegboete opgelegd van € 90,18. Deze opzegboete is in overeenstemming met de toepasselijke voorwaarden.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

In dit geschil klaagt de consument over de op de eindnota in rekening gebrachte opzegvergoeding. De consument vroeg om een onderbouwing daarvan maar heeft deze niet ontvangen.

De ondernemer voert gemotiveerd verweer.

De commissie volgt het standpunt van de consument.

Uit de stukken heeft de commissie niet kunnen opmaken of de opzegvergoeding betrekking heeft op het voortijdig beëindigen van het lopende contract dan wel dat sprake was van een nieuw contract dat voortijdig is beëindigd. Anders gezegd is sprake van een termijnoverschrijding van een of ten hoogste 2 dagen dan wel is sprake van een tussentijdse beëindiging. Aldus is de grondslag van de opzegvergoeding niet duidelijk geworden. Ook ontbreekt een berekening van het in rekening gebrachte bedrag, terwijl de consument daarom bij herhaling heeft verzocht.

Naar het oordeel van de commissie is dan ook niet dan wel in onvoldoende mate door de ondernemer aannemelijk gemaakt dat de consument rechtens een opzegboete is verschuldigd.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie bepaalt dat de consument geen opzegvergoeding als vermeld op de eindnota van
14 augustus 2025 is verschuldigd.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, mevrouw mr. W.N. Kip, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 14 januari 2026.

Opslaan als PDF