Opzegging middels TNT post onvoldoende

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Energie    Categorie: Overeenkomst    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: ENE06-2029

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de jaarafrekeningen 2003 tot en met 2005 met betrekking tot de levering van gas en elektriciteit.
De consument heeft een bedrag van € 1.530,– niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.
De consument heeft op 8 maart 2005 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

Er was geen meteropnemer van de ondernemer bij aankoop en verkoop van de woning.
De consument heeft diverse malen gebeld met drie verschillende mensen.
Door de consument ingediende bezwaarschriften zijn zoekgeraakt.
Het is absoluut niet mogelijk, dat de ondernemer fouten met meters heeft.
Het constateren van foute meterstand bij nieuw adres. De ondernemer heeft dit zelf ontdekt en gecorrigeerd. Het maandbedrag was ontstellend hoog voor pand dat veertien maanden bewoond is geweest is door een persoon. Het probleem betreft de afrekening van ### te ###, nummer 3003513485. Het pand was het eigendom van de consument van 31 oktober 2003 tot en met 29 december 2004. De consument heeft het pand 17 maanden alleen bewoond. De door de ondernemer geschatte kosten waren € 83,– per maand en de consument heeft ongeveer € 100,– per maand betaald. Op 29 april 2005 kwam de eerste eindafrekening. De consument moest € 205,– bijbetalen. Op 28 november 2005 kwam er een correctie afrekening. De consument moest alsnog € 1.575,– bijbetalen. Dat zou betekenen, dat hij ongeveer € 400,– per maand verbruikt zou hebben en dat met een persoon. De consument nam hier geen genoegen mee. Het probleem is ontstaan omdat er nooit een metercontroleur van de ondernemer bij is geweest, dus zijn de standen nooit gecontroleerd.
De nieuwe bewoners/eigenaars van het pand hebben in november een controle door de ondernemer uit laten voeren. Hierbij zijn verschillen geconstateerd. Vanaf dat moment komt er een periode van langdurig overleg met diverse personen, waarbij bezwaarschriften zoek raakten en personen niet meer aanspreekbaar waren.
Helaas is het vertrouwen van de consument in medewerkers van de buitendienst van de ondernemer niet zo groot omdat in dezelfde periode op zijn huidige adres (Peperstraat) een metercontroleur verkeerde standen noteerde. Dit verschil was zo groot dat zelfs de binnendienst dit wantrouwde. Bij een tweede controle is de fout hersteld.
De ondernemer is er daarentegen van overtuigd dat hij geen fouten maakt. Zelfs als er nooit huisbezoek c.q. geen controle is geweest. Volgens hem werken de meters altijd perfect.
Wel kreeg de consument uiteindelijk een onkostenvergoeding van € 150,– voor al het ongemak. Hierbij moet gedacht worden aan tien maanden overleg, telefoonkosten, wachttijden van 40 minuten, personen die niet meer aanspreekbaar waren en het tot twee keer zoekraken van gegevens en bezwaarschriften et cetera.

Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

De consument heeft op 21 december 2004 de adreswijziging via een verhuisbericht van de TPG doorgegeven aan de ondernemer. Hij heeft geen opzeggingsformulier ingestuurd naar de ondernemer. Hij heeft daarna wel de termijnfacturen ontvangen op zijn nieuwe adres.
De consument verlangt de constatering dat de betalingen van de consument t/m 10 november voldoende zijn, of vaststelling van een bedrag gelijkwaardig aan verbruik van gezin van een persoon.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

De ondernemer heeft kopie overgelegd van de bevestigingsbrieven, jaar- en eindafrekeningen, verhuisformulier, klachtenformulier en van de brieven aan de consument.
Op 5 februari 2003 is de consument een leveringscontract aangegaan voor het adres ### in ###. Op 19 februari 2003 heeft de ondernemer de consument een contractsbevestiging toegestuurd, waarin de ondernemer het termijnbedrag, de meterstanden, waarmee het contract is afgesloten en het geschat jaarverbruik heeft vermeld.
Op 15 november 2003 heeft de consument de eerste jaarafrekening ontvangen. Op 17 november 2004 heeft de consument de tweede jaarafrekening ontvangen. Het verbruik op deze factuur is bepaald aan de hand van geschatte meterstanden.
Op 29 december 2004 heeft de ondernemer naar aanleiding van "controle leegstand" het leveringscontract van de ### in ### met terugwerkende kracht naar 1 april 2004 op naam van de consument gesteld. De ondernemer heeft op 29 december 2004 de consument een brief toegestuurd, waarin de ondernemer de adreswijziging bevestigt.
Op 25 maart 2005 heeft de ondernemer een termijnfactuur voor het leveringsadres ### retour ontvangen. Als opmerking stond vermeld dat de consument vertrokken was van het adres ### in ###. De adreswijziging was niet geheel op de juiste wijze doorgevoerd waardoor de facturen nog naar de ### in ### werden gestuurd. De ondernemer heeft op 25 maart 2005 alsnog de adreswijziging op de juiste wijze verwerkt.
Op 31 maart 2005 heeft de ondernemer het leveringscontract van de ### in ### beëindigd naar aanleiding van de aanvraag voor energielevering van de nieuwe bewoner op dit adres. De beëindiging en aanvraag van het leveringscontract op dit adres is verwerkt op basis van geschatte meterstanden. Waarom de ondernemer daarvan gebruik gemaakt heeft was niet te achterhalen.
Op 8 april 2005 heeft de ondernemer de eindafrekening voor dit adres aan de consument toegestuurd.
Na ontvangst van de eerste jaarafrekening op 17 november 2005 heeft de nieuwe bewoner aangegeven dat de gehanteerde meterstanden voor de aanvraag van energielevering niet overeenkwamen met de meterstanden die door de nieuwe bewoner en de makelaar waren opgenomen. Naar aanleiding van het door de nieuwe bewoner ondertekende verhuisformulier, heeft de ondernemer de beginmeterstanden voor het leveringscontract van de ###, en daarmee de eindmeterstanden voor de consument, gewijzigd. De ondernemer heeft de volgende meterstanden gehanteerd voor de beëindiging en de aanvraag van het leveringscontract:
Elektriciteit telwerk I = 38.591
Elektriciteit II = 41.827
Gas = 48.114
De meterstanden, die door de nieuwe bewoner en de makelaar op het verhuisformulier zijn genoteerd voor elektriciteit, geven vier telrollen aan in plaats van vijf, zoals ook gehanteerd in het verleden en door de meteropnemer geconstateerd op 10 oktober 2005. Aangezien de consument de ondernemer niet op de hoogte heeft gebracht van de beëindiging van het leveringscontract heeft de ondernemer de meterstanden gehanteerd die door de nieuwe bewoner zowel telefonisch als via een verhuisformulier zijn doorgegeven. De ondernemer heeft echter wel de doorgegeven meterstanden aangepast van vier cijfers naar vijf cijfers. Op 22 november 2005 heeft de ondernemer de consument een gecorrigeerde eindafrekening gestuurd waaruit een te betalen bedrag van € 1.780,16 naar voren kwam.
Op 24 november 2005 maakt de consument telefonisch bezwaar tegen deze rekening. De ondernemer heeft hem een klachtenformulier toegestuurd.
Op 13 december 2005 is er telefonisch contact geweest tussen de consument en de ondernemer. Tijdens dat gesprek heeft de ondernemer aangegeven dat, indien de consument het niet eens is met de meterstanden die de ondernemer gehanteerd heeft, de consument de werkelijke meterstanden van de verhuisdatum aan de ondernemer kan overleggen. De consument heeft tijdens het gesprek aangegeven, dat er een brief onderweg was.
De consument heeft niet richting ondernemer gereageerd via het klachtenformulier of per brief. De ondernemer heeft daarom per 21 december 2005 het dossier gesloten.
Op 2 januari 2006 heeft de ondernemer de brief d.d. 29 december 2005 van de consument ontvangen, waarin deze aangeeft onmogelijk zoveel verbruik afgenomen te hebben in de periode juni 2003 tot 1 december 2004. Volgens de gegevens van de ondernemer heeft de consument echter dit verbruik afgenomen in de periode 5 februari 2003 tot en met 8 maart 2005. De ondernemer heeft namelijk geen bericht van de consument ontvangen waarin deze het leveringscontract beëindigt. De consument geeft tevens aan dat de ondernemer verzuimd heeft de meterstanden te controleren voor energielevering alsook bij het vertrek van de consument. De consument is naar eigen zeggen te goeder trouw geweest en ging ervan uit dat het wel goed zou komen met de eindafrekening. De consument vraagt de ondernemer het verbruik te controleren. Indien de ondernemer na controle zijn conclusie handhaaft geeft de consument aan een betalingsregeling te willen treffen.
De ondernemer geeft daarna de daarop volgende discussie tussen partijen weer, welke niet tot een oplossing van het geschil heeft geleid. De ondernemer heeft daarbij de consument een schikkingsvoorstel aangeboden van € 150,– in verband met de gebrekkige communicatie, waarop de ondernemer geen reactie van de consument heeft ontvangen.

Ten aanzien van de specifieke klachtpunten voert de ondernemer aan.

Ten aanzien van het niet controleren door de ondernemer van de meterstanden bij aan- en verkoop van het huis. De ondernemer sluit al geruime tijd geen meters af in geval van de verhuizing van een klant. Het mag van de klant verwacht worden dat deze op de hoogte is van zijn verantwoordelijkheden in geval van een verhuizing.

De consument geeft aan meerdere malen contact te hebben gehad en met drie verschillende personen en zoekgeraakte bezwaarschriften.
De ondernemer heeft meerdere malen telefonisch en schriftelijk uitleg aan de consument gegeven en heeft om de werkelijke meterstanden gevraagd. Er zijn geen bezwaarschriften zoekgeraakt bij de ondernemer.

De consument geeft aan, dat de ondernemer stelt, dat het absoluut onmogelijk is dat er fouten worden gemaakt met meters. De ondernemer wijst deze stelling af. Uiteraard komt het wel eens voor dat een meter een verkeerd verbruik registreert of dat de ondernemer de meterstanden niet correct verwerkt. In dit geval is dit echter niet aan de orde. De ondernemer heeft de meterstanden voor de jaarafrekening 17 november 2004 niet of niet op tijd ontvangen. Een verklaring van de hoogte van het gebruik moet gezocht worden in het verbruiksgedrag van de consument.

Wat betreft de gestelde fout bij het verwerken van de meterstanden op het huidige adres van de consument, merkt de ondernemer op dat bij de opname van de meterstanden aldaar en de verwerking daarvan, naar voren kwam dat de meterstanden die het dag- en nachttarief registreren in het verleden, waren verwisseld. Niet de hoogte van het verbruik staat daarin ter discussie, maar het tarief waartegen het verbruik in rekening is gebracht. Deze kwestie is reeds afgehandeld en niet relevant voor het ingediende geschil.

De consument heeft een termijnbedrag berekend naar aanleiding van de eindafrekening. De consument geeft aan, dat hij in de periode dat hij daar woonde € 400,– had moeten betalen. De consument heeft dit termijnbedrag bepaald op basis van de eindafrekening. Hierbij heeft hij geen rekening gehouden met de te laag geschatte meterstanden van de jaarafrekening van 17 november 2004.
Het totaalbedrag over de periode 5 februari 2003 tot 8 maart 2005 was € 3.981,07. De totale periode betreft 25 maanden, het termijnbedrag over die periode was derhalve € 159,24 hetgeen een zeer gangbaar termijnbedrag is.

De consument is het niet eens met de eindafrekening die de ondernemer hem op 22 november 2005 heeft toegestuurd. Deze factuur is een correctie op de eindafrekening die de ondernemer op 8 april 2005 heeft toegestuurd. Aangezien de ondernemer op dat moment niet op de hoogte was van de verhuizing van de consument en werkelijke meterstanden van 1 maart 2005 heeft de ondernemer gebruik gemaakt van geschatte meterstanden om de eindafrekening te vervaardigen. Nadat de nieuwe bewoners de eerste jaarafrekening hadden ontvangen, hebben zij bij de ondernemer aangegeven dat de beginmeterstanden en daarmee de eindmeterstanden van de consument, onjuist waren. Aan de hand van het door de nieuwe bewoners ingevulde en ondertekende meterstandenformulier heeft de ondernemer de eindafrekening gecorrigeerd. De consument heeft de ondernemer geen formulier kunnen overleggen waaruit blijkt dat de gehanteerde meterstanden van de eindafrekening van 22 november 2005, onjuist zijn. De ondernemer heeft de consument in zijn brief van 23 mei 2006 een bedrag van € 150,– aangeboden voor het ontstane ongemak en de gebrekkige communicatie. Tijdens het vervaardigen van het verweerschrift is van de kant van de ondernemer geconstateerd dat de ondernemer wel degelijk zowel telefonische als schriftelijk uitleg heeft gegeven. Daarom is de ondernemer van mening dat het aangeboden coulancebedrag van € 150,– niet in verhouding staat met het door de consument ondervonden ongemak. Het mag duidelijk zijn dat de consument zich niet kan vinden in de door de ondernemer gegeven uitleg. Er is echter geen sprake van zoekgeraakte bezwaarschriften en onwelwillendheid van de kant van de ondernemer zoals blijkt uit de eerder in het verweerschrift weergegeven communicatie. De ondernemer stelt zich dan ook op het standpunt dat de consument zelf in gebreke is door de beëindiging van het leveringscontract inclusief meterstanden, niet aan de ondernemer kenbaar te maken. Hierdoor is de ondernemer in eerste instantie niet in staat geweest een juiste eindafrekening te verstrekken. Op het moment van ontvangst van de beginmeterstanden van de nieuwe bewoners heeft de ondernemer alsnog de juiste eindafrekening vervaardigd. De consument heeft de ondernemer geen gegevens verstrekt waaruit blijkt dat de uiteindelijke eindafrekening van 22 november 2005 onjuist is.

Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

De ondernemer heeft blijkens zijn schrijven d.d. 3 januari 2005 aan de consument het verhuisbericht van de consument opgevat als een wijziging in het correspondentieadres.
De ondernemer handhaaft zijn aanbod voor betaling van een bedrag ad € 150,–.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Er staat vast, dat de consument bij zijn verhuizing geen opzeggingsformulier naar de ondernemer heeft ingestuurd en evenmin op enige wijze de meterstanden per de verhuisdatum aan de ondernemer heeft doorgegeven. Een enkele verhuiskaart via de TPG is onvoldoende om kenbaar te maken, dat de leverantie van energie met betrekking tot de oude woning beëindigd diende te worden. Het had op de weg van de consument gelegen, dit deugdelijk aan de ondernemer kenbaar te maken, zodat de eindstanden aan de ondernemer doorgegeven hadden kunnen worden. Kennelijk heeft de consument deze standen ook niet voor zichzelf genoteerd, zodat hij zichzelf in de onmogelijkheid heeft gebracht de juistheid van de uiteindelijk door de ondernemer gehanteerde standen te bestrijden. De consument heeft niet aannemelijk gemaakt, dat de ondernemer klachtbrieven van hem heeft kwijt gemaakt, terwijl ook geenszins blijkt, dat de ondernemer zich op het standpunt stelt, dat de ondernemer geen fouten maakt. De kern van de problematiek ligt in het feit, dat de consument niet op deugdelijke wijze de beëindiging van de leverantie aan de ondernemer heeft doorgegeven, zodat vaststelling van de eind- c.q. beginmeterstanden pas mogelijk was, toen de nieuwe bewoner terzake actie ondernam. Dat aan zijn nieuwe adres een fout in de meting heeft plaatsgevonden doet aan het feitencomplex, waar het hier om gaat niet af. De commissie is van oordeel, dat de ondernemer een en ander duidelijk aan de consument heeft uitgelegd alvorens deze zijn klacht indiende.
De commissie acht het aanbod dat de ondernemer heeft gedaan ter oplossing van de klacht, voordat het geschil bij de commissie aanhangig is gemaakt, redelijk. De consument is ten onrechte niet op dit aanbod ingegaan. Omdat dit aanbod reeds voor het aanhangig maken van het geschil bij de commissie is gedaan, is de klacht ingevolge het reglement van de commissie in die zin derhalve ook ongegrond.
De ondernemer is echter gehouden te handelen overeenkomstig zijn aanbod, nu de commissie dit een redelijke oplossing van het geschil acht.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

De ondernemer is gehouden te handelen overeenkomstig zijn aanbod, indien en voorzover daaraan nog niet is voldaan.

Met in achtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend. Het depotbedrag ad € 1.530,– wordt aan de ondernemer overgemaakt.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie en Water op 9 november 2006.