Commissie: Recreatie
Categorie: Beëindiging / opzegging
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
237987/252994
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument had een vaste staanplaats op een camping en kreeg te horen dat zijn oude caravan moest worden vervangen door een nieuwe, anders zou de huur worden stopgezet. Volgens de camping was de caravan te oud en voldeed de plek niet meer aan de nieuwste brandveiligheidsregels. De consument vond dit niet eerlijk, omdat zijn kavel groot genoeg is en de caravan technisch nog verplaatst kan worden. Ook staat in de regels niet dat leeftijd van de caravan een reden is voor opzegging. De Geschillencommissie is het met de consument eens: alleen de leeftijd van de caravan is geen geldige reden om het contract te beëindigen. De opzegging per 1 november 2024 is daarom niet geldig. De camping moet het klachtengeld van €52,50 aan de consument terugbetalen.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een sinds 2001 tussen recreant en (eerst met de rechtsvoorganger van) de ondernemer achtereenvolgens tot stand gekomen jaarstaanplaatsovereenkomst. De (rechtsvoorganger van de) ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het jaarlijks achtereenvolgens ter beschikking stellen van jaarplaats 8 tegen de daarvoor door de recreant te betalen huurprijs met bijbehoren.
De recreant heeft op 5 juli 2023 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Standpunt van de recreant
Het standpunt van de recreant luidt in hoofdzaak als volgt.
Door de camping wordt in de door mij bestreden brief een herstructurering aangekondigd. Onze kavel is echter volgens camping al groot genoeg en deze wordt daarom verder ook niet aangepast/verkaveld. Onze caravan moet volgens de ondernemer toch weg en worden vervangen door een nieuwe. Dit omdat deze niet op goede afstand staat in verband met brandveiligheid.
Het eerder daarover afgesproken gedoogbeleid wordt niet voortgezet en indien in het winterseizoen 23/24 geen nieuwe caravan wordt geplaatst, wordt per 1 november 2024 de huurovereenkomst beëindigd. Volgens de ondernemer is de caravan nog wel technisch verplaatsbaar, maar daar willen ze niet meer aan beginnen.
Door mij wordt daarom het volgende betwist:
Herstructurering:
De kavel voldoet immers al aan de minimale afmetingen en valt onzes inziens daarom niet onder het herstructureringsplan. Enkel de plaatsing van de caravan op het perceel voldoet niet (meer), omdat de afstand minder dan drie meter bedraagt ten opzichte van de caravan op buurperceel (brandveiligheidsregels). De ondernemer erkent dat er sedert 2018 een gedoogbeleid werd gevoerd voor bestaande plaatsingen en dat enkel bij nieuwe plaatsingen wel het aangescherpte beleid zou worden toegepast en dat mijn caravan dus niet verplaatst behoefde te worden. Zowel toen als nu waren wij bereid om te verplaatsen. Daarom is volgens ons geen sprake van veranderde feiten of omstandigheden. We willen ook nu gewoon verplaatsten als dat nodig is.
Verplaatsbaarheid en vervanging door nieuwe caravan:
De caravan is 23 jaar oud en daarmee volgens de ondernemer te oud om binnen de plannen te worden verplaatst. Er dient volgens de ondernemer dan ook een nieuwe caravan te worden aangeschaft. De ondernemer erkent wel dat verplaatsing van de caravan technisch nog mogelijk is, maar hij wil geen oude caravans verplaatsen.
Wij vinden de eis van een nieuwe caravan omdat de huidige te oud zou zijn in strijd met de RE-CRON- voorwaarden. Leeftijd van het kampeermiddel is geen geldige reden om de overeenkomst op te zeggen (artikel 11 Recron-voorwaarden). Immers, bij de consument is geen sprake van herstructurering. Bovendien is de eis om nieuwe aan te schaffen niet redelijk en billijk.
Ter zitting heeft de recreant verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
Recreant blijft bij wat door hem is aangevoerd. De opgegeven reden kan geen reden voor opzegging zijn. De verplaatsing van deze caravan op dit perceel is voor ons geen enkel probleem. De ondernemer weet dat. Recreant is prima in staat om in eigen beheer deze caravan te verplaatsen.
De recreant verlangt van de commissie om te beslissen dat de opzegging gedateerd 29 mei 2023 geen effect heeft.
Standpunt van de ondernemer
Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.
Onderwerp: opzeggingsbrief van 29 mei 2023 van jaarplaats 8 op de Camping per 01 november 2024.
De door de recreant betwiste punten:
1. De huidige kavel voldoet aan de regelgeving en dient om die reden niet aangepast te worden. Zodoende wordt door de recreant gesteld dat het om die reden niet in het “Herstructureringsplan” van het park valt;
2. Er staat nergens omschreven en er is nergens bepaald dat de gedoogregels met betrekking tot de brandveiligheidseisen van de Gemeente niet gehandhaafd kunnen blijven, dus de caravan kan ondanks de leeftijd en de beperkte kwaliteit nog op deze kavel gehandhaafd blijven;
3. Recreant zegt dat het onterecht is dat de overeenkomst wordt ontbonden op basis van de leeftijd en de kwaliteit van de stacaravan;
4. De ondernemer kan recreant niet verplichten om een nieuwe stacaravan te kopen om gebruik te kunnen blijven maken van plek 8.
Standpunt ondernemer met betrekking tot bovengenoemde bezwaren van recreant:
1. Het is correct dat de op dit moment door recreant gehuurde jaarplaats voldoet aan de vereiste grootte en er in die zin niets veranderd aan de kavel. Toch stelt de ondernemer dat ook deze kavel in het totale herstructureringsplan van het Park valt. Buiten het feit dat om de kavel alle grensbeplanting vernieuwd zal worden en, zoals nu duidelijk is, ook de stroomvoorziening aangepast zal worden, blijft het voor ons heel duidelijk dat alles op de kavel niet is zoals de huidige camping en/of overheidsregels voorschrijven. Zowel de caravan als de schuur staan niet op de juiste afstand van de grens met de aangrenzende kavels. Dit moet minimaal 1,50 meter bedragen dus zullen beide objecten van de huidige plaats verwijderd dienen te worden. Ook de vierkante meters bestrating op de kavel voldoen niet meer aan de huidige campingregels, dus daar zal ook enige aanpassing gedaan worden maar dat is minder relevant in deze kwestie. De bovengenoemde zaken zijn wat ons betreft reden om kavel 8 als onderdeel van de totale herstructurering van het Park te zien.
2. De camping heeft, sinds de regelgeving met betrekking tot de brandveiligheid is aangepast, alle parkdelen ingedeeld volgens deze normen. Het park is aangelegd voor deze periode maar moest wel voldoen aan deze wetgeving. Wij hebben de situatie gedoogd om niet alles in betrekkelijk korte tijd wéér te moeten renoveren en de situaties aangepast waarbij dit mogelijk was. Bijvoorbeeld door van 3 kavels er 2 te maken en nieuw te plaatsen stacaravans gelijk op de juiste afstanden te plaatsen. Deze regels zijn binnen de Gemeente aangepast naar aanleiding van het raadsbesluit over de aanpassingen op basis van het Omgevingsplan 2012-2018.
Hieronder een relevant deel uit dit plan:
Brandbeveiligingsverordening (gemeente) 2010 geldend van 13-07-2012 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-04-2012
Bijlage 1 Brandveiligheidsvoorschriften kampeerterreinen
Paragraaf 2. Inrichting terrein
Artikel 2 Indeling en constructie terrein
• 1. De afstand van enig kampeermiddel, kampeerhuisje, bijgebouw en aan- of uitbouw tot de perceelsgrens is tenminste 2,5 meter.
• 2. Permanente standplaatsen dienen zodanig te zijn gesitueerd dat brand niet eenvoudig van het ene kampeermiddel, kampeerhuisje, bijgebouw of aan- of uitbouw naar een ander kampeermiddel, kampeerhuisje, bijgebouw of aan- of uitbouw kan overslaan of doorslaan. Hieraan wordt voldaan indien:
a. op bestaande terreinen tussen de kampeermiddelen, kampeerhuisjes, bijgebouwen en aan- of uitbouwen een vrije ruimte is van tenminste 3 meter;
b. op bestaande terreinen een bouwkundige voorziening wordt getroffen, waardoor een weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) van 20 minuten conform de NEN 6068 en de NPR 6091 wordt bereikt;
c. op nieuwe terreinen tussen de kampeermiddelen, kampeerhuisjes, bijgebouwen en aan- of uitbouwen een vrije ruimte is van tenminste 5 meter;
d. op nieuwe terreinen een bouwkundige voorziening wordt getroffen, waardoor een WBDBO van 30 minuten conform de NEN 6068 en de NPR 6091 wordt bereikt.
3. De overeenkomst wordt niet ontbonden vanwege het feit dat de stacaravan te oud of per definitie van te slecht van kwaliteit is. Zoals gesteld, en zoals bedoeld, in de brief van 29 mei 2023 heeft dit te maken met het feit dat verwijderd moet worden van de huidige locatie op basis van de geldende brandveiligheidsregels. De ondernemer heeft bepaald dat zij kavel 7 niet meer beschikbaar stelt voor deze stacaravan (en schuur). Dit mede op basis van Artikel 12 lid 3.
De overeenkomst komt per 1 november 2024 te vervallen wanneer recreant niet bereid is of niet in de gelegenheid is om een nieuwe stacaravan op de huidige kavel te plaatsen.
4. In een persoonlijk gesprek met de vertegenwoordiger van recreant heeft de ondernemer toegelicht dat ons uitgangspunt is om de huidige kavel opnieuw beschikbaar te stellen wanneer er een nieuwe stacaravan teruggeplaatst wordt. Maar hierbij wordt de mogelijkheid gegeven om hiervan af te wijken en nieuwwaardige caravans toe te staan tot maximaal drie jaar oud. Tevens is aangeboden dat eventueel te koop komende caravans op andere delen van het park eerst aan recreant worden aangeboden omdat dit financieel veel aantrekkelijker kan zijn.
Over de door recreant voorgestelde oplossingsrichting:
a. de camping wordt verzocht het gedoogbeleid alsnog voort te zetten omdat niet kan worden aangetoond dat de situatie is veranderd.
Dit is voor de Camping geen optie. Recreant kan dit verlangen maar de regelgeving met betrekking tot de brandveiligheid is al jaren een feit. Wij hebben dit jarenlang geprobeerd op een andere manier op te lossen maar praktisch gezien werd duidelijk dat dit alleen goed is op te lossen door dit als een “totaalproject” in één keer uit te voeren. Daarnaast zijn wij van mening dat de keuze altijd aan ons is om te besluiten of we een “gedoogbeleid” voortzetten of niet.
b. Indien camping inderdaad kan aantonen dat er sprake is van een veranderde situatie, waardoor het gedoogbeleid niet langer aan de orde is, dient de caravan op kosten van de camping te worden verplaatst. Technisch kan dit volgens de camping.
Zoals al eerder toegelicht, is het “gedoogbeleid” met betrekking tot de brandveiligheid, en andere zaken die strijdig zijn met de geldende regels, na de komende winter van 2024/2025 niet meer aan de orde. We weten niet zeker wat recreant bedoelt met “dient de caravan op kosten van de camping te worden verplaatst.” Wij zullen in ieder geval de kosten dragen om de stacaravan en schuur van de kavel te verwijderen en zijn ook bereid om te helpen bij het weghalen van alle andere zaken. Zoals al op meerdere momenten is duidelijk gemaakt, is het niet meer aan de orde om de caravan, en de andere zaken, terug te plaatsen op plek 8 of een andere kavel.
Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
De ondernemer blijft bij wat door hem is aangevoerd. Het park moet in een keer in totaliteit worden aangepakt. Deze caravan is 23 jaar oud en past niet in de nieuwe situatie. De kosten van verplaatsing neemt de ondernemer op zich. De caravan is technisch te verplaatsen. Deze is van aluminium met enkel glas. Het klopt dat deze staanplaats op zich niet wordt geraakt door de herstructurering; deze wordt niet herverkaveld. Het punt van de brandveiligheid loopt dus al veel langer. Deze kavels is groot genoeg; wel wordt scheidingsbeplanting vervangen en worden de leidingen van het stroomnet vervangen door leidingen met meer capaciteit. De caravan moet in ieder geval verplaatst worden, al was het maar door verplaatsing op dezelfde plaats. Met deze caravan doen we dat niet. Het klopt dat in feite het enige probleem de leeftijd van de caravan is.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Genoegzaam staat vast dat de staanplaats waarop het kampeermiddel van recreant staat, niet wordt geraakt door de beoogde herstructurering. Slecht zijdelings is daarvan sprake, zoals dat is uitgelegd door de ondernemer.
Als het kampeermiddel van recreant (veel) jonger was geweest, was de bestreden opzegging niet aan de orde geweest en had alleen een verplaatsing op de kavel plaatsgevonden van dit kampeermiddel met toebehoren, een verplaatsing waartegen recreant op zich geen bezwaar heeft en waartoe hij bereid is.
Opzegging van de vaste staanplaatsovereenkomst enkel om reden van hoge leeftijd van het kampeermiddel is niet geregeld/benoemd in artikel 11 van de RECRON-voorwaarden die deel uitmaken van voormelde overeenkomst. In dat artikel zijn limitatief de gronden/redenen van opzegging benoemd. Of anders gezegd: hoge ouderdom van het kampeermiddel is geen zelfstandig benoemde grond/reden voor opzegging.
Ter zitting is komen vast te staan dat in het reglement van de camping van de ondernemer ook geen leeftijdsgrens is opgenomen. Alleen is daarin vastgelegd dat een kampeermiddel ouder dan 15 jaren bij verkoop met behoud van staanplaats gekeurd moet worden. Dit betekent dus dat ook aan het campingreglement niet – indirect – een reden voor een opzegging om veiligheidsredenen kan worden ontleend. Immers, gesteld noch gebleken is dat recreant verkoop van het kampeermiddel beoogt en daarbij van zins is die keuringseis in de wind te slaan.
Een andere geldige reden/grond voor opzegging is niet aannemelijk geworden.
Het kampeermiddel van recreant kan op de kavel verplaatst worden, waarbij het risico op beschadiging van dat kampeermiddel uiteraard bij recreant als eigenaar blijft liggen.
De slotsom luidt dan ook dat geen rechtsgeldige opzegging per 1 november 2024 heeft plaatsgevonden.
Hetgeen partijen nog meer verdeeld houdt kan dan ook onbesproken worden gelaten, omdat partijen bij de beoordeling daarvan geen hier te honoreren zelfstandig belang (meer) hebben.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
Nu de recreant in het gelijk is gesteld is de ondernemer op basis van het reglement van de commissie gehouden om het klachtengeld te voldoen aan de consument alsmede om de bijdrage in de behandelingskosten te voldoen. Die bijdrage wordt de ondernemer separaat bij factuur in rekening gebracht.
Daarom wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
Stelt vast dat voormelde vermeende opzegging van de ondernemer per 1 november 2024 zonder geldige grond/reden heeft plaatsgevonden en derhalve geen effect sorteert.
Bepaalt dat de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de recreant dient te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan het secretariaat van de commissie de bijdrage in de behandelingskosten van het geschil verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Recreatie bestaande uit mr. M.L.J. Koopmans, voorzitter, de heer P.W.M. Meijkamp en mr. J.M. Huysman-Hartkamp op 19 april 2024.