Commissie: Energie Zakelijk
Categorie: Opzegvergoeding
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ten dele gegrond
Referentiecode:
1111816/1154055
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Een zakelijke verbruiker, vertegenwoordigd door boetevrijoverstappen.nl, betwistte de rechtsgeldigheid van een energiecontract en de opgelegde opzegvergoeding van € 2.051,84 + BTW. De commissie oordeelt dat er wel degelijk een rechtsgeldige overeenkomst voor bepaalde tijd is gesloten en dat de algemene voorwaarden rechtsgeldig zijn verstrekt. Wel acht de commissie de opzegvergoeding onredelijk bezwarend, omdat deze meer dan 70% van de resterende jaarkosten bedraagt en zonder onderbouwing is opgelegd. Het bedrijf moet de opzegvergoeding terugbetalen en het klachtengeld vergoeden.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Verbruiker (vertegenwoordigd door boetevrijoverstappen.nl) stelt dat:
- er geen rechtsgeldige overeenkomst voor bepaalde tijd is gesloten,
- Algemene Voorwaarden bedrijf ex art 6:234 BW vernietigbaar zijn;
- opgelegde opzegvergoeding in strijd is met ACM richtlijn en onredelijk bezwarend is;
- de betaalde opzegvergoeding moet worden terugbetaald + rente + kosten bijstand + kosten procedure bij geschillencommissie
Het bedrijf heeft verweer gevoerd.
Beoordeling
De commissie heeft het volgende overwogen.
Waar verbruiker stelt dat er geen rechtsgeldige overeenkomst voor bepaalde tijd zou zijn gesloten, staat, na de uitleg door het bedrijf met betrekking tot het elektronisch orderproces, voor de commissie vast dat een rechtsgeldige overeenkomst tot stand is gekomen, zoals eerder ook door de rechtbank Oost-Nederland was vastgesteld.
In de bevestiging van het bedrijf is een vaste prijs genoemd, startdatum 01-01-2023 en een looptijd van
60 maanden.
In de door verbruiker zelf getekende machtigingsovereenkomst is dezelfde startdatum alsook het actietarief t/m 01-01-2028 vermeld, dat wil zeggen voor 60 maanden.
Voor een zakelijk verbruiker zou bovendien kenbaar moeten zijn dat een vaste prijs samengaat met een bepaalde periode.
Vast staat dat vanaf 01-01-2023 energie is geleverd, daarvoor is gefactureerd op basis van een vast tarief en de facturen zijn betaald. Ook de eindfactuur inclusief opzegvergoeding.
Vast staat dat dat verbruiker op 03-10-2024 de overeenkomst heeft opgezegd per 01-11-2024 (binnen
30 dagen) en dat het bedrijf op 09-10-2024 het einde van de overeenkomst heeft bevestigd met de mededeling dat “bij vroegtijdige beëindiging een opzegvergoeding in rekening wordt gebracht”.
Waar verbruiker voorts klaagt dat de algemene voorwaarden van bedrijf niet op duurzame gegevensdrager zijn verstrekt, en de algemene voorwaarden daarom vernietigbaar zijn, staat voor de commissie vast dat de Aanvullende Leveringsvoorwaarden bij Elektriciteit Vast en Gas Vast door verbruiker zijn ontvangen en dat de Algemene voorwaarden voor verbruiker op de website van het bedrijf te vinden zijn, in geval verbruiker deze niet eerder zou hebben gedownload. Reden om ook deze klacht ongegrond te verklaren.
Waar verbruiker stelt dat de opzegvergoeding in strijd is met de ACM richtlijn, constateert de commissie dat de formulering van de opzegvergoeding niet 1-op-1 overeenkomt met de ACM richtlijn, maar de strekking ervan wel, te weten “uitsluitend schade geleden door het bedrijf als gevolg van de vroegtijdige opzegging”.
Waar verbruiker stelt dat hij op geen enkel moment kon weten wat de opzegvergoeding zou bedragen en hij niet in staat was vooraf te bepalen wat hem te wachten zou staan bij opzegging, merkt de commissie op dat datzelfde geldt voor de ACM richtlijn.
Vast staat dat de verbruiker noch bij opzegging op 03-10-2024, noch na ontvangst van de bevestiging, een indicatie van de opzegvergoeding heeft opgevraagd, terwijl hij die mogelijkheid had.
Vast staat ook dat het bedrijf bij de eindnota, waarop een opzegvergoeding is vermeld van € 2.051,84 geen berekening van deze “schade” is bijgevoegd.
Vast staat dat het bedrijf dat ook “nooit” doet, zoals ter zitting door het bedrijf herhaald genoemd.
Vast staat dat in de machtigingsovereenkomst een indicatie van de totale jaarkosten is opgenomen van
€ 897,24 en in de eindnota een opzegvergoeding die ziet op 3 jaar en 2 maanden is opgenomen van
€ 2.051,84 + BTW, dat een onderliggende berekening ontbreekt en ook dat ter zitting geen aanbod is gedaan deze na te sturen.
Waar verbruiker stelt dat de in deze zaak opgelegde opzegvergoeding onredelijk (bezwarend) is, acht de commissie deze vergoeding, na een marginale toetsing (>70% van de indicatie totale kosten over de resterende maanden), inderdaad onredelijk.
De commissie adviseert het bedrijf dringend om de berekening van de opzegvergoeding in het vervolg mee te sturen met de eindafrekening waarin een opzegvergoeding is opgenomen.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
- bepaalt dat het bedrijf de in rekening gebrachte en door verbruiker/aangeslotene betaalde opzegvergoeding van € 2.051,84 + BTW dient terug te betalen aan verbruiker/aangeslotene. Indien betaling niet binnen 2 weken na verzending van deze beslissing plaatsvindt is het bedrijf over dat bedrag wettelijke rente verschuldigd;
- wijst het meer of anders verzochte af
Bovendien dient het bedrijf overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 190,58 aan de verbruiker/aangeslotene te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is het bedrijf aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie zakelijk, bestaande uit mevrouw mr. E.M.T. van Ruitenbeek – de Bekker, voorzitter, de heer J.H.P.T. den Ouden, de heer J.H.L. den Otter, leden, op
10 september 2025.