Ouder klaagt over het ten onrechte in rekening gebrachte uren

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Kinderopvang    Categorie: Contract    Jaartal: 2017
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 2017-107810

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

De ondernemer heeft de opvang van een andere eigenaar overgenomen en toegezegd dat het aantal uren van 12 uur per dag naar 10 uur teruggebracht zou worden. Dit is ook gebeurd, maar een aantal maanden later dan de toegezegde datum. De commissie beslist dat de consument de teveel betaalde uren opvang terugbetaald krijgt.

De consument klaagt, kort samengevat, over de in rekening gebrachte uren en het uurtarief.

De consument heeft de klacht op 2 oktober 2016 schriftelijk voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

De ondernemer heeft op 1 juli 2015 het [naam kinderopvang] te [plaatsnaam] van [naam kinderopvang] te [plaatsnaam] overgenomen. Bij de overname is medegedeeld dat de in rekening gebrachte uren per 1 januari 2016 zouden worden bijgesteld van 11,5 uur naar 10 uur per dag. Op 21 april 2016 is het nieuwe contract beschikbaar gekomen, waarin wordt uitgegaan van 10 uur per dag. Per maand zou een bedrag van € 1.048,33 in rekening worden gebracht.
Het terugbrengen van het aantal in rekening gebrachte uren heeft echter niet in januari 2016 maar pas in oktober 2016 plaatsgevonden. In januari 2016 is 11,5 uur (€ 1.320,59) en in de maanden februari tot en met september 2016 is 11 uur (€ 1.263,16) in rekening gebracht.
Nadat de consument op 2 oktober 2016 bij de ondernemer heeft geklaagd over de onjuist in rekening gebrachte uren, heeft de ondernemer op 28 oktober 2016 aangegeven dat de reden dat 10,5 uur en niet 11,5 uur in rekening is gebracht is gelegen in een korting van een 1 uur die is toegepast. Dit is volgens de consument nooit schriftelijk meegedeeld en onjuist.

De consument verlangt terugbetaling van het door haar te veel betaalde over de maanden januari tot en met september 2016 van € 1090,90.

Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende naar voren gebracht.
Het contract bij [naam kinderopvang] bedroeg 12 uur per dag. [naam kinderopvang] ging echter altijd uit van 11,5 uur en heeft nooit 12 uur in rekening gebracht. De korting waarover de ondernemer spreekt is de consument pas ter ore gekomen toen dit geschil speelde, in november 2016. De consument weet dat anderen geen korting hebben gekregen. Pas in de loop van het jaar werd de consument er mee bekend dat het nieuwe contract gereed stond in de portal en dat digitaal voor akkoord moest worden getekend, door het aanklikken van een button. Dat is echter nooit gebeurd, omdat de button al was verdwenen toen de consument de portal raadpleegde.
De consument is ongeveer 1,5 jaar lid geweest van de oudercommissie, vervolgens is haar door de directeur van de ondernemer te kennen gegeven dat zij niet langer welkom was. De consument had toen al in de oudercommissie aangegeven dat het aantal in rekening gebrachte uren niet klopte, maar ze weet door haar vertrek niet wat daar uit is gekomen.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

Alle contracten van [naam kinderopvang] zijn overgenomen met de daarbij behorende uren en uurprijs. Met de vader is gesproken over het verschil tussen de [naam locatie] (een andere locatie van de ondernemer) en de [naam locatie]]. Bij de [naam locatie] wordt met 10 uur gerekend. De vader wilde zijn dochter niet overplaatsen, maar wel minder betalen. Omdat de dochter van de consument als enige vier dagen per week komt heeft de ondernemer de vader de uren van de [naam locatie] aangeboden. Op de mail van 25 oktober 2016 over de in rekening gebrachte uren heeft de ondernemer nooit een reactie ontvangen. Voor de maand december 2016 heeft de consument het contract aangepast en is de standaard prijs van 11,5 uur in rekening gebracht.
Dat de consument niet meer welkom zou zijn bij de oudercommissie staat los van een en ander.

De ondernemer verzoekt, zo begrijpt de commissie, de klacht ongegrond te verklaren.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Partijen hebben een overeenkomst gesloten voor de opvang van de dochter van de consument. Uit de overeenkomst van 29 juni 2015 blijkt dat partijen overeengekomen zijn dat op maandag, dinsdag, woensdag en vrijdag gedurende de ochtend en de middag gebruik zal worden gemaakt van opvang. In de overeenkomst staat vermeld dat indien zowel de ochtend als de middag worden afgenomen, dit geldt als een hele dag waarvoor 12 uur in rekening wordt gebracht. De consument heeft de overeenkomst getekend.

In 2016 heeft de ondernemer een nieuw contract aangeboden voor opvang inhoudende dat per opvangdag wordt gerekend met 10 uur in plaats van 12 uur per dag. De consument heeft aangegeven eerst niet bekend te zijn geweest met dit nieuwe aanbod en het nieuwe contract ook nooit te hebben ondertekend omdat de acceptatiebutton in de portal niet meer beschikbaar was. Ter zitting is gebleken dat de consument akkoord is met dit voorstel.

In de periode van januari tot en met september 2016 heeft de ondernemer 12 uur per opvangdag in rekening gebracht. De consument meent dat dit onjuist is.

Hoewel de consument het nieuwe contract dat de ondernemer heeft aangeboden niet heeft ondertekend, blijkt uit het verweerschrift van de ondernemer dat deze erkent dat er mondeling een overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen. Die overeenkomst houdt in dat per opvangdag geen 12 uur, maar 10 uur in rekening worden gebracht.

De ondernemer is niet ter zitting verschenen zodat een nadere toelichting op het verschil in de nota’s over de maanden januari tot en met september 2016 is uitgebleven.

De commissie is van oordeel dat de consument had mogen verwachten dat het aanbod (10 uur per opvangdag) ook gold voor de periode van januari tot en met september 2016. De commissie zal de berekening van de consument volgen en bepalen dat de ondernemer een bedrag van € 1.090,90 aan de consument dient terug te betalen.

Terzijde merkt de commissie nog op dat de ondernemer de consument dient te attenderen op veranderingen in de portal, via een brief, een e-mail of op andere wijze. Het bevreemdt de commissie voorts dat een ouder die in de oudercommissie zit, niet op de hoogte is.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie acht de klacht gegrond. De ondernemer had niet meer dan 10 uur per dag in rekening mogen brengen in de periode januari tot en met september 2016. De ondernemer dient de onverschuldigd door de consument betaalde bedragen, van in totaal € 1.090,90, terug te betalen.

Nu de klacht gegrond is dient de ondernemer, overeenkomstig het reglement van de commissie, een bedrag van € 25,– aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

De commissie wijst het meer of anders verlangde af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang en Peuterspeelzalen op 6 maart 2017.