Ouder moet gespaarde uren voor extra opvang binnen hetzelfde kalenderjaar opnemen

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Kinderopvang    Categorie: Openingstijden    Jaartal: 2017
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 2017-109073

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

De ouder neemt BSO-uren af in een pakket waarbij uren worden gespaard, die gebruikt kunnen worden voor extra (vakantie)opvang. De ouder is van mening dat deze uren ook in het jaar nadat de opvang is gestart gebruikt kunnen worden. Uit het aanbod van de ondernemer blijkt voldoende dat de vakantieuren in hetzelfde kalenderjaar opgenomen moeten worden.

Het geschil betreft de opname van gespaarde extra opvanguren.

De consument heeft haar klacht op 23 december 2106 aan de ondernemer kenbaar gemaakt.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het betoog van de consument op het volgende neer.

De consument heeft in augustus 2016 een overeenkomst gesloten met de ondernemer ten behoeve van drie uur BSO-opvang van haar dochtertje op drie dagen. Naast de reguliere opvanguren neemt de consument ook de zogeheten “VakantiemiX”-uren af Deze uren voorzien in de extra opvangbehoefte. De uren worden maandelijks gespaard en kunnen opgenomen worden wanneer daaraan behoefte is.
In de periode augustus- december 2016 heeft de consument in totaal 31 VakantiemiX-uren gespaard. Tijdens een telefoongesprek met de ondernemer op 23 december 2016 heeft de consument tot haar grote verbazing gehoord dat de opgebouwde VakantiemiX-uren zijn verjaard als deze niet voor het einde van 2016 zijn opgenomen.

De consument heeft hierover op 23 december 2016 haar onvrede geuit en aangegeven dat zij verkeerd is geïnformeerd door de ondernemer en hem verzocht om de gespaarde uren in 2017 te mogen opnemen, aangezien zij daarvoor betaald heeft. Op dit verzoek heeft de ondernemer op 27 december 2016 afwijzend gereageerd.

Hierop heeft de gemachtigde van de consument de ondernemer bij brief van 18 januari 2017 nogmaals verzocht de consument in de gelegenheid te stellen om de uren in 2017 alsnog op te kunnen nemen.
Hierbij is aangevoerd dat de algemene voorwaarden nimmer ter hand zijn gesteld aan de consument en niet op een eenvoudige wijze vindbaar zijn, zodat deze vernietigbaar geacht worden. Bij brief van 18 januari 2017 zijn de voorwaarden – namens de consument – vernietigd.
Voor het geval geoordeeld zou worden dat de algemene voorwaarden wel op de juiste wijze ter hand zijn gesteld aan de consument, beroept de consument zich op de vernietigbaarheid. Dit in verband met het feit dat hetgeen in deze voorwaarden is opgenomen ten aanzien van de verjaringstermijn, gelet op artikel 6:236 BW als onredelijk bezwarend moet worden gekwalificeerd.
Aangezien partijen in augustus 2016 een overeenkomst hebben gesloten, kan/mag het volgens de consument niet zo zijn dat de aanspraak op de opgebouwde VakantiemiX-uren binnen een termijn van twaalf maanden verjaren.

De ondernemer heeft het verzoek van de consument opnieuw afgewezen. Daarom heeft de consument zich tot de commissie gewend. Zij verzoekt de commissie te bepalen dat de in 2016 gespaarde VakantiemiX-uren door haar mogen worden opgenomen in 2017.

Ter zitting is namens de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

De consument was zich er niet van bewust dat de in 2016 gespaarde uren in datzelfde jaar moesten worden opgenomen. Daar is zij pas eind december 2016 achter gekomen.
De consument meent dat het onredelijk is dat zij de gespaarde uren binnen zo’n korte periode al moet opnemen.
De gemachtigde heeft getracht de voorwaarden te vinden op de website van de ondernemer. Dit bleek een hele speurtocht te zijn.

Nu de consument vooraf niet goed is geïnformeerd over het product dat zij afnam en de voorwaarden niet ter hand gesteld zijn en ook niet eenvoudig zijn te vinden, is het niet redelijk vast te blijven houden aan hetgeen in deze voorwaarden is bepaald.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het betoog van de ondernemer op het volgende neer.

De consument maakt gebruik van de dienst ”BSO met afname 20 dagdelen vakantiemiX” ten behoeve van haar dochtertje. Deze dienst wordt door de ondernemer aangeboden voor de 40 schoolweken per kalenderjaar in combinatie met opvang in de schoolvakanties. Vaak is deze dienst het meest voordelig, ook als men geen gebruik maakt van de vakantiedagdelen. Dit gelet op het lage bruto uurtarief. 
In het toepasselijke reglement is duidelijk opgenomen onder het kopje “vakantieopvang” dat restitutie van niet gebruikte maar wel reeds betaalde vakantiedagdelen niet plaatsvindt. Ook in de overeenkomst staat vermeld dat geen restitutie wordt verleend over ingekochte dagdelen vakantieopvang. De ondernemer gaat ervan uit dat ouders kennisnemen van de voorwaarden die van toepassing zijn op de opvang.

Zowel het aanbod als de overeenkomst zijn digitaal aan de consument verstrekt. Ook de bijbehorende voorwaarden zijn daarom digitaal aan haar verstrekt. De ondernemer heeft ervoor gekozen om de voorwaarden beschikbaar te stellen via zijn website en daarnaar te verwijzen in de diverse documenten. Verder wordt zowel in het aanbod als de overeenkomst duidelijk benoemd dat het reglement kinderopvangvoorzieningen van toepassing is op de dienstverlening. Tevens wordt vermeld waar dit reglement is te downloaden. Als de consument de voorwaarden of het reglement niet had kunnen vinden, had zij daarover contact kunnen opnemen met de ondernemer
Daarnaast zijn de nieuwe voorwaarden met een uitgebreide toelichting, vóór het begin van het kalenderjaar aan alle klanten, waaronder de consument, toegezonden per email van 23 november 2015.

De ondernemer betwist dat de voorwaarden onredelijk bezwarend zijn.
De opbouw van de vakantie-uren is naar rato van het deel van het kalenderjaar waarin de opvang wordt afgenomen. Daarom is het volgens de ondernemer niet onredelijk dat de vakantie-uren moeten worden afgenomen in hetzelfde kalenderjaar. In het aanbod en de overeenkomst is dit vooraf expliciet benoemd. Ook op de facturen is uitgesplitst dat er reguliere uren zijn en vakantiemix uren.
De consument is akkoord gegaan met het aanbod en heeft de overeenkomst getekend. De maandelijkse facturen waarop vermeld staat hoeveel uren vakantiemiX in rekening worden gebracht heeft zij betaald zonder verdere vragen.

De ondernemer is van mening dat de consument op verschillende manieren kon zien dat zij vakantie-uren spaarde en is van mening dat hij de consument passend heeft geïnformeerd.
De ondernemer blijft dan ook bij zijn standpunt dat de in 2016 gespaarde vakantiemiX-uren niet in 2017 opgenomen mogen worden.

Ter zitting is namens de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
De ondernemer wijst op artikel 6: 230 c BW en artikel 6: 234 BW en is van mening dat hij voldaan heeft aan hetgeen daarin is bepaald. Hij heeft nooit eerder gehoord dat de voorwaarden moeilijk te vinden waren via de website. De ondernemer heeft vorig jaar [naam stichting] overgenomen. Gedurende 2016 was de oude website van [naam stichting] nog beschikbaar naast de oude website van de ondernemer. Vanaf dit jaar is er een nieuwe website van de ondernemer. De voorwaarden waren en zijn steeds eenvoudig te vinden.

Ten aanzien van het verwijt dat de voorwaarden een kennelijk onredelijk bezwarend beding zouden bevatten, merkt de ondernemer op dat in dit geval niet werkelijk sprake is van een verjarings- of vervaltermijn zoals bedoeld in artikel 6:236 g waarop de consument kennelijk doelt. Het gaat om een contractuele bepaling.

Hoewel er nooit eerder klachten zijn geweest dat onduidelijk zou zijn dat de gedurende een kalenderjaar opgebouwde vakantie-uren ook dat jaar moeten worden opgenomen, heeft de ondernemer de voorwaarden in 2017 op dit punt iets meer aangescherpt, zodat thans nog duidelijker is dat het om een kalenderjaar gaat.
Ook telefonisch werd en wordt dit in principe altijd verteld. De ondernemer wijst er nogmaals op dat het pakket dat de consument heeft, het meest voordelige pakket is, zelfs als helemaal geen vakantie-uren worden opgenomen.

Beoordeling van het geschil

Naar aanleiding van het over en weer door partijen gestelde overweegt de commissie het volgende.

De consument beklaagt zich erover dat zij niet duidelijk genoeg door de ondernemer is geïnformeerd dat de door haar in 2016 opgebouwde zogeheten vakantiemiX-uren slechts in dat kalenderjaar mochten worden opnemen en na 31 december 2016 zouden vervallen. Zij wil de in 2016 opgebouwde vakantiemiX-uren in 2017 alsnog op kunnen nemen. De ondernemer beroept zich op de door hem met de consument gesloten overeenkomst en is van mening de consument voldoende duidelijk te hebben geïnformeerd.

De commissie stelt vast dat de consument, na telefonisch overleg met de ondernemer over de voor haar meest geschikte vorm van buitenschoolse opvang voor haar dochtertje, op 5 augustus 2016 per e-mail een aanbod van de ondernemer heeft ontvangen. Het aanbod betrof het pakket: “BSO Standaard 3 uur inclusief vakantiemiX”. De consument is op 8 augustus 2016 per e-mail akkoord gegaan met dit aanbod.

De commissie overweegt dat in het door beide partijen overgelegde aanbod, dat nadien door de consument is geaccepteerd, is opgenomen: “Deze overeenkomst is inclusief 20 dagdelen vakantieopvang. Voor het jaar 2016 worden deze dagdelen naar rato verrekend.”
Naar het oordeel van de commissie volgt hieruit dat partijen contractueel zijn overeengekomen dat de in 2016 opgebouwde uren in datzelfde jaar besteed dienden te worden.
Van een verjarings- of vervaltermijn zoals bedoeld in artikel 6: 236 g is geen sprake.

Ten aanzien van de klacht dat het voor de consument niet voldoende duidelijk was wat zij overeengekomen was, omdat de voorwaarden niet ter hand gesteld waren of eenvoudig vindbaar waren op de website, overweegt de commissie het volgende.
Naar het oordeel van de commissie had het op de weg van de consument gelegen om tijdig navraag te doen bij de ondernemer indien zij de stukken waarnaar in het aanbod en/of de overeenkomst duidelijk wordt verwezen niet kon vinden of wanneer de inhoud daarvan voor haar niet voldoende duidelijk was.

Gelet op het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht van de consument ongegrond is.

Voor zover door partijen aangevoerde argumenten c.q. klachten niet zijn besproken, kan daarvan worden afgezien, omdat deze niet tot een andere beslissing kunnen leiden.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument gevorderde wordt afgewezen.

Aldus beslist op 3 mei 2017 door de Geschillencommissie Kinderopvang en Peuterspeelzalen.