Overeenkomst getekend door drie partijen

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Particuliere Onderwijsinstellingen    Categorie: Overeenkomst    Jaartal: 2022
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 96295/112832

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De consument is een onderwijsovereenkomst aangegaan met de ondernemer. De opleiding is deels betaald door de vorige werkgever van de consument. Nadat de consument langdurig ziek is geworden heeft de ondernemer de onderwijsovereenkomst ontbonden. De consument wenst dat het reeds voldane onderwijsgeld wordt gerestitueerd. De ondernemer stelt dat er geen sprake is van een overeenkomst tussen de consument en de ondernemer. Immers, volgens de ondernemer is de overeenkomst aangegaan met de werkgever van de consument. De commissie legt uit dat er wel degelijk een overeenkomst tussen de consument en de ondernemer is ontstaan. Dit blijkt uit het feit dat de overeenkomst is ondertekend door de consument, de werkgever en de ondernemer. Verder heeft de ondernemer geen verweer gevoerd. De klacht is gegrond.

De uitspraak

Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft de vraag of de ondernemer een deel van het opleidingsgeld van de consument dient terug te betalen.

Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument heeft per februari 2019 bij de ondernemer een opleiding gevolgd tot Gespecialiseerd Pedagogisch Opleider (niveau 4). De opleiding is deels betaald door de toenmalige werkgever van de consument, Humankind. Een bedrag van € 3.000,– is door [naam werkgever], een vorige werkgever van de consument, betaald. Dit bedrag is door [naam werkgever] rechtstreeks aan de ondernemer betaald. Gedurende de opleiding is de consument langdurig ziek geworden. Op 31 augustus 2020 heeft de ondernemer de onderwijsovereenkomst ontbonden op de grond dat de consument omwille van gezondheidsredenen niet in staat was de onderwijsactiviteiten te volgen. De consument wil dat het onderwijsgeld, voor zover dat is voldaan door [naam werkgever], wordt gerestitueerd.

Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer ziet zichzelf niet verplicht de onderwijsgelden terug te betalen. Hij voert daartoe aan dat de ondernemer een overeenkomst heeft met de werkgever van de consument, [naam werkgever], maar niet met de consument zelf. De eventuele restitutie van opleidingskosten is volgens de ondernemer een zaak tussen de consument en [naam werkgever].

In de correspondentie worden door de ondernemer nog andere argumenten gevoerd maar deze worden in het verweerschrift niet gehandhaafd, zodat de commissie ervan uitgaat dat de ondernemer deze verweren laat varen.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

Het verweer van de ondernemer slaagt niet omdat het gestoeld is op andere feiten dan de feiten die uit de stukken blijken.

Anders dan de ondernemer betoogt, bestaat er namelijk wel degelijk een overeenkomst tussen de consument en de ondernemer. Dit blijkt uit het feit dat de door de ondernemer opgestelde Praktijkovereenkomst is gesloten tussen de ondernemer zelf, [naam werkgever] en de consument. De overeenkomst is ook door al deze drie partijen ondertekend. Onder deze omstandigheden is niet goed te begrijpen hoe de ondernemer in het verweerschrift kan opschrijven:

“[de consument] heeft geen onderwijsovereenkomst gesloten met [de ondernemer]”.

Verder gaat de ondernemer geheel voorbij aan het feit dat een deel van de opleidingskosten niet door [naam werkgever] is betaald maar door [naam werkgever], de vorige werkgever van de consument. De consument heeft gesteld dat [naam werkgever] dit bedrag aan haar verschuldigd was en dat het om fiscale redenen direct aan de ondernemer is voldaan (en dus niet eerst aan de consument is overgeboekt). Dit is door de ondernemer niet weersproken.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De ondernemer dient € 3.000,– aan de consument te betalen. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.

Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de ondernemer bovendien de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de verzenddatum van het bindend advies.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 107,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Particuliere Onderwijsinstellingen, bestaande uit de heer mr. H.F.R. van Heemstra, voorzitter, de heer mr. J.A. Frederik, mevrouw mr. R. Jelicic, leden, op 4 februari 2022.