Overeenkomst rechtsgeldig per brief buitengerechtelijk ontbonden

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Klussenbedrijven    Categorie: Ontbinding    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: KLU05-0002

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 10 september 2004 tussen partijen totstandgekomen overeenkomst.   De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot renovatie van het “toilet begane grond” tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 1.650,–. De hier relevante werkzaamheden zijn verricht medio oktober 2004. De consument heeft op 28 oktober 2004 en op 8 november 2004 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   Het werk is voor het grootste deel niet uitgevoerd omdat de consument de ondernemer op de kwaliteit en het werktempo had aangesproken. De ondernemer wilde vervolgens het werk niet meer afmaken en heeft zijn spullen gepakt en is vertrokken. Toen was al een voorschot betaald van € 650,–. Er is niet voor dat bedrag werk geleverd. Ik maak dan ook bezwaar tegen de door de ondernemer verzonden factuur. Ik betwist de ongespecificeerde post “Arbeid, voorrij- en bezorgkosten”. Ook de post materialen wordt betwist: er zijn geen materialen geleverd.   In feite is door de ondernemer niet meer gedaan dan het verwijderen van het sanitair en “wat aan de leidingen”.   De ondernemer voerde het werk slecht uit en maakte fouten: hij raakte de waterleiding, maakte onnodig gaten in vloer voor de afvoer en dichtte deze gaten met kranten en plamuur en zette stukken afvoerbuis verkeerd om aan elkaar.   Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   De ondernemer bleek een chaotisch werker die niet in staat was te plannen. Daarom is mondeling met hem afgesproken dat het werk gereed zou zijn voor mijn verjaardag, op 29 oktober 2004. Die afspraak is vervolgens door de consument handgeschreven vastgelegd op het voorblad van de geaccepteerde offerte: “Afgesproken is dat de klus voor 29 oktober aanstaande af zal zijn.”. Toen bleek dat dit niet haalbaar was, is de ondernemer daarop aangesproken. De ondernemer is daarop boos vertrokken en was niet meer bereid de klus af te maken.   Toen de ondernemer was vertrokken hebben wij de franchisegever benaderd met het verzoek een andere klussenier te vragen de klus af te maken. Dit heeft er in geresulteerd dat we een geheel nieuwe mondelinge overeenkomst hebben gesloten met [een andere ondernemer] die het werk naar tevredenheid heeft afgemaakt. Die nieuwe ondernemer wilde eerst meer dan € 1.000,– ontvangen voor zijn werk, maar heeft uiteindelijk toch met dat bedrag ingestemd. Per saldo heeft het ons dus toch niet meer gekost dan de oorspronkelijk overeengekomen prijs.   Deze ondernemer heeft geen materialen geleverd. Alle materialen zijn aangereikt door de consument.   Wij verlangen ontbinding van de afspraak met deze ondernemer met terugbetaling van het voorschot ad € 650,–. Deze ondernemer heeft daar in feite niets voor gedaan.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   Er is een voorschot betaald van € 650,–. Ik hoef niet te verantwoorden wat voor werk ik hiervoor doe en ook niet voor de materialen; het betrof immers een voorschot “van het totale plaatje”.   De restfactuur van € 1.000,– is overgemaakt naar [een andere ondernemer], die het werk heeft afgemaakt. Het totaal is dus bij € 1.650,– gebleven.   Er was niets mis met de door de ondernemer gevolgde aanpak. De consument was snel ontevreden en wilde de klus snel geklaard hebben, terwijl over het tijdsbeslag geen afspraken waren gemaakt. Door de ondernemer is nog [een derde ondernemer] ingeschakeld om te helpen. De ondernemer heeft daarvoor betaald € 153,30 (zie factuur van 27 oktober 2004). Het werk is voortijdig in samenspraak met de consument beëindigd. We hebben ook samen afgesproken dat [de andere ondernemer] voor dezelfde prijs het werk zou afmaken, en dat is ook gebeurd. Het is dus onredelijk te stellen dat het totale voorschotbedrag van € 650,– terugbetaald moet worden.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   Genoegzaam is komen vast te staan dat partijen aanvullend zijn overeengekomen dat de klus moest worden geklaard voor 29 oktober 2004. Voorts staat vast dat de ondernemer die “harde planning” niet heeft kunnen waarmaken. Reeds voor 29 oktober 2004 stond vast dat de ondernemer door de overeengekomen deadline niet in staat en ook niet meer bereid was om de overeengekomen werkzaamheden alsnog later uit te voeren.   De (met geen enkel bewijs gestaafde) stelling van de ondernemer dat – kort gezegd – een driepartijenovereenkomst is gesloten met de derdeondernemer die het werk heeft afgemaakt, is niet komen vast te staan. De consument heeft die stellingname gemotiveerd en overtuigend weersproken. Reden waarom de commissie er hier van uitgaat dat de consument – buiten de ondernemer om – een nieuwe overeenkomst heeft gesloten met de derdeondernemer om de klus af te maken, en wel voor de aanneemsom van € 1.000,–. Het gaat thans om de afwikkeling van alleen de contractuele relatie van partijen.   Bij brief van 8 november 2004 heeft de consument buitengerechtelijk de ontbinding van de overeenkomst van partijen ingeroepen. Dit is naar het oordeel van de commissie rechtsgeldig gebeurd. Een ingebrekestelling was niet meer vereist omdat immers vast stond dat de ondernemer niet tijdig heeft weten te presteren.   Een ontbinding verplicht tot ongedaanmaking van prestaties. De consument heeft in beginsel dan ook recht op terugbetaling van de aanbetaling ad € 650,–. Op die op de ondernemer rustende terugbetalingsverplichting dient naar het oordeel van de commissie in mindering te komen een bedrag van € 160,– wegens sloop- en voorbereidende werkzaamheden waardoor de consument is gebaat/verrijkt. De commissie waardeert de waarde van de daarmee samenhangende arbeidstijd op dat bedrag.   De slotsom is dus dat de ondernemer gehouden is aan de consument terug te betalen € 490,–.   Voormelde ontbinding brengt tevens mee dat de consument is ontheven van de verplichting om de overeengekomen aanneemsom te betalen, en de ondernemer is ontheven van de verplichting om de overeengekomen werkzaamheden af te maken.   Nu de consument grotendeels in het gelijk is gesteld is de ondernemer op basis van het reglement van de commissie tevens gehouden om het klachtengeld te voldoen aan de consument.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   Verstaat dat de overeenkomst van partijen middels de brief van 8 november 2004 rechtsgeldig buitengerechtelijk is ontbonden.   De ondernemer betaalt bij wijze van ongedaanmakingsverplichting aan de consument terug voormeld pro resto bedrag van € 490,–. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.   Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de ondernemer bovendien de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de verzenddatum van het bindend advies.   Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 45,– aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.   De commissie wijst het meer of anders verlangde af.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Klussen- en Vloerenbedrijven op 27 mei 2005.