Overschrijding van de begroting werkzaamheden enigszins bovenmatig. Aanbod redelijk. Ongegrond.

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Waterrecreatie    Categorie: Aanbod    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: WAT07-0026

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil heeft betrekking op het verrichten van werkzaamheden aan de boot van de consument.   De consument heeft de klacht op 7 juni 2007 de klacht (kenbaar) schriftelijk voorgelegd aan de ondernemer.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   De ondernemer heeft voor de verrichte werkzaamheden een bedrag van € 6.158,05 in rekening gebracht. De consument heeft dat bedrag betaald onder protest, omdat volgens de calculatie die de ondernemer vooraf had gemaakt het totaalbedrag € 4.389,87 zou zijn. Volgens de ondernemer was deze calculatie ruim opgesteld. Verder had hij expliciet aangegeven dat als er al sprake zou zijn van een overschrijding van het opgegeven bedrag, het totaalbedrag nimmer meer dan € 5.000,–  inclusief BTW zou bedragen. De ondernemer was tijdens het maken van de calculatie volledig op de hoogte van de te verrichten werkzaamheden en was ook volledig bekend met het type boot. Behalve het kaalhalen van de kuipvloer, waarvoor een bedrag van € 371,28 inclusief BTW in rekening is gebracht, is er geen meerwerk opgedragen. Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden was gebleken dat de omvang ervan groter was dan vooraf was ingeschat, dan had het op grond van art. 4 lid 4 van de [branche]-voorwaarden op de weg van de ondernemer gelegen om de werkzaamheden op te schorten en overleg te plegen met de consument over het al dan niet voorzetten van de werkzaamheden. De ondernemer heeft dat niet gedaan. Indien de consument vooraf had geweten dat de werkzaamheden € 6.158,05 zouden bedragen, dan had de consument nimmer de opdracht aan de ondernemer verstrekt.   Een aantal posten die extra in rekening zijn gebracht, hadden bij de prijscalculatie al inbegrepen moeten zijn. Bijvoorbeeld het afkitten van de flexiteek. Bij het aantal uren dat in rekening is gebracht voor de (af)montage van het gasluik, de preekstoel, de helmstok en de zitting van de bakskist (in totaal 7 uren) heeft de consument vraagtekens.   De consument is van mening dat een bedrag van € 1.570,– teveel in rekening is gebracht.   Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   De consument heeft het gasluik er zelf afgehaald en vervolgens aan de ondernemer gevraagd of de boot zo aangeleverd kon worden. Dat was akkoord. De ondernemer wist trouwens tijdens het maken van de prijscalculatie al hoe de boot aangeleverd zou worden.   De consument verlangt creditering van een bedrag van € 1.175,70. Daarnaast verlangt hij een bedrag van € 34,65, welk bedrag in de calculatie was opgenomen voor het afspuiten van de boot, maar wat niet is uitgevoerd en ook niet nodig was.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   Er is alleen een begroting gemaakt. Een vaste prijs is niet afgesproken. De extra in rekening gebrachte werkzaamheden zijn door de consument mondeling tijdens de voortgang van de werkzaamheden opdragen. Uitzondering is de werkvoorbereiding van 1,5 uur. Dat zijn de uren die door de werkvoorbereider en de projectleider tijdens de uitvoering van de werkzaamheden zijn gemaakt.   De ondernemer heeft de consument coulancehalve een bedrag van € 500,– aangeboden.   Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   Er was afgesproken dat de boot schoon zou worden afgeleverd bij de ondernemer, maar dat is niet gebeurd. De consument wilde geld besparen door bepaalde werkzaamheden zelf te doen, maar heeft die vervolgens niet gedaan. Daardoor moest de ondernemer deze werkzaamheden alsnog doen en daarvoor moet dan betaald worden. De werkvoorbereiding was de ondernemer vergeten in de begroting op te nemen.   Als het meerwerk er af gehaald zou worden, is de uiteindelijke prijs maar 16,5% boven de begrote prijs.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   De commissie stelt allereerst vast dat er geen sprake is van een overeengekomen vaste prijs (aanneemsom), maar van een begroting. Met enige overschrijding van het begrote bedrag had de consument daarom rekening behoren te houden. Dat door de ondernemer toegezegd zou zijn dat het totaal bedrag nooit meer dan € 5.000,– zou zijn, is niet vast komen te staan. De consument heeft erkend dat er enig meerwerk is opgedragen, te weten het kaalhalen van de kuipvloer. De commissie kan zich op basis van het verhandelde ter zitting daarnaast niet aan de indruk onttrekken dat de boot niet is aangeleverd, zoals beide partijen ten tijde van de opstellen van de begroting voor ogen stond en dat (daardoor) extra werkzaamheden als de afmontage van het gasluik en de montage van de preekstoel e.d. noodzakelijk zijn geworden.   Desondanks acht de commissie de overschrijding van de begroting enigszins bovenmatig. De commissie acht echter het aanbod dat de ondernemer heeft gedaan ter oplossing van de op zichzelf terechte klacht, voordat het geschil bij de commissie aanhangig is gemaakt, redelijk. Klager is ten onrechte niet op dit aanbod ingegaan. Omdat dit aanbod reeds voor het aanhangig maken van het geschil bij de commissie is gedaan, is de klacht ingevolge het reglement van de commissie in die zin derhalve ongegrond. De ondernemer is echter gehouden te handelen overeenkomstig zijn aanbod, nu de commissie dit een redelijke oplossing van het geschil acht.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   Het door klager verlangde wordt afgewezen. De ondernemer is gehouden te handelen overeenkomstig zijn aanbod, indien en voorzover daaraan nog niet is voldaan.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Waterrecreatie op 19 december 2007.