Pakket is bij het verkeerde adres geleverd, niet voor rekening van de consument

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Thuiswinkel    Categorie: Overeenkomst    Jaartal: 2022
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 94394/129235

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument heeft voor een hoog bedrag verschillende goederen besteld bij de ondernemer. De consument stelt dat de bestelling nooit geleverd is. De consument verlangt ontbinding van de overeenkomst, zodat de consument niets verschuldigd is aan de ondernemer. Het standpunt van de ondernemer blijkt uit een email naar de consument. Hierin staat dat uit de gegevens van de vervoerder blijkt dat de goederen wel zijn afgeleverd. De commissie is op basis van alle stukken in het dossier van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat de bestelling op het adres van de consument is afgeleverd. De klacht wordt gegrond verklaard.

De uitspraak

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Thuiswinkel (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

Bij de behandeling op 21 januari 2022 zijn alleen aanwezig geweest de na te noemen drie commissieleden. Die behandeling is geschied buiten aanwezigheid van partijen door de omstandigheden rondom het Corona-virus waartegen de consument en de ondernemer geen bezwaar hebben gemaakt. Partijen zijn daarom niet voor de zitting opgeroepen.

Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een op 26 september 2020 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van diverse door de
consument in één bestelling gekochte goederen (waaronder kleding, sieraden en een schoudertas) tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van in totaal € 922,49.

De consument heeft het bedrag van € 922,49 niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.

De consument heeft naar eigen zeggen in oktober 2020 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument
Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

De consument heeft een bestelling geplaatst op rekening bij [ONDERNEMER] op 26 September 2020. Deze bestelling is nooit geleverd en is ook niet door de consument betaald. De levering zou lopen via [VERVOERDER] en zij geven aan dat de bestelling is geleverd, wat ook zichtbaar is via de track&trace. De vordering tot betaling ligt nu bij het incassobureau. Er is ook al een onderzoek geweest via [VERVOERDER] en daar kwam uit dat het pakket wel geleverd moet zijn. De laatste reactie van de ondernemer is om aangifte te doen bij de politie, wat de consument ook heeft gedaan, maar die nemen de zaak niet in behandeling. Daarom meldt de consument het nu bij de geschillencommissie. Ik sta onder bewindvoering en mijn bewindvoerder is hiervan op de hoogte.

De consument verlangt om de koopovereenkomst van partijen integraal te ontbinden, waarmee dan vast komt te staan dat de consument niets verschuldigd is te betalen aan de ondernemer.

Standpunt van de ondernemer
De ondernemer heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid zijn standpunt aan de commissie kenbaar te maken.

Uit het dossier blijkt dat het dossier door het secretariaat van de commissie tweemaal naar de ondernemer is gezonden, en dat van die zijde per email bericht is ontvangen dat het dossier in goede orde is ontvangen en dat dat bij de ondernemer in behandeling genomen zou worden. Uitdrukkelijk is van de zijde van de ondernemer per email verzocht om bij correspondentie het hierboven aangeduide adres te hanteren. De ondernemer is ook een verlengde termijn vergund voor het indienen van verweer, wat dus niet is ingekomen.

Op woensdag 20 januari 2022 is bij het secretariaat van de commissie bericht van de ondernemer ingekomen dat deze zaak bij de ondernemer onbekend is.

De commissie stelt vast dat die mededeling volgens de zich in het dossier bevindende emailwisseling tussen secretariaat en ondernemer niet kan kloppen, zoals hiervoor is uiteengezet. Evenmin is namens de ondernemer om aanhouding van de zaak verzocht met als doel alsnog ter zitting te willen verschijnen. Alsnog aanhouding van deze zaak kan daarom naar het oordeel van de commissie niet aan de orde zijn.

Het volgende standpunt van de ondernemer blijkt uit emailcorrespondentie met de consument:
Uit onderzoek is gebleken dat het pakket met bestelnummer [BESTELNUMMER] correct werd afgeleverd. Het is daarom niet mogelijk de rechtsverklaring te verwerken en het incassodossier in te
trekken. Als de consument aangeeft het pakket niet te hebben ontvangen, raden we hem aan aangifte hiervan te doen bij de politie.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

Door de consument is gemotiveerd weersproken dat deze bestelling door hem is ontvangen c.q. bij hem is afgeleverd.

De bewijslast dat het gekochte de consument is c.q. moet zijn geleverd op 30 september 2020 door een juiste verzending, rust op de ondernemer.

Er is door de consument een printscreen van de “track &trace” van de transporteur ([VERVOERDER]) in het geding gebracht waaruit het volgende blijkt:
– op 30 september 9:12 uur is de zending gesorteerd;
– op 30 september om 09:51 uur is de bezorger onderweg;
– op 30 september om 11:36: “Zending is bezorgd”, met als bezorgadres: “[ADRES]”.

Uit niets blijkt dat is c.q. moet zijn getekend voor ontvangst.

Op de van de ondernemer afkomstige opdrachtbevestiging (met aan het hoofd: “Verwachte
leveringstermijn: 30 september 2020 – 2 oktober 2020”) staat vermeld “[ADRES]”.

Naar zeggen van de consument is door [VERVOERDER] (dus) een foutief adres gehanteerd, te weten 43 in plaats van 43-D. Navraag op nummer 43 heeft de consument geleerd dat daar niets is aangenomen: “zeggen ze”.

Door de ondernemer bij [VERVOERDER] opgedragen onderzoek heeft volgens de ondernemer (in emailcorrespondentie met de consument) geleerd dat de bestelling “met bestelnummer [NUMMER] correct werd afgeleverd”.

De commissie is op basis van voormelde informatie in onderlinge samenhang beschouwd, van oordeel dat niet genoegzaam is aangetoond dat deze eenmalige bestelling op het daartoe door de consument opgegeven adres [ADRES] is afgeleverd.

Enig onderzoek op internet leert de commissie dat ter plaatse de nummers 43 en 43 A tot en met E (voor appartementen) worden gehanteerd. Uit het hiervoor aangehaalde Track&Trace bericht blijkt dat naar destijds zeggen van [VERVOERDER] is afgeleverd op 43 en niet op 43 D. Dit is mogelijk in de hand gewerkt doordat de letter D in de tekst van de toen gehanteerde adressering per ongeluk helemaal naar voren is gehaald. De consument valt daarvan geen verwijt te maken.

Van de ondernemer is in deze zaak geen standpunt/verweer ingekomen.

Er is geen genoegzame reden gebleken om de ondernemer alsnog in de gelegenheid te stellen om (aanvullend) bewijs bij te brengen dat de bestelling (toch) is c.q. moet zijn afgeleverd op
nummer 43 D.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

De overeenkomst van partijen moet worden ontbonden, waarmee de consument is ontheven van de verplichting om voormelde koopsom te betalen aan de ondernemer.

Op basis van het reglement van de commissie is de ondernemer gehouden om het klachtengeld te voldoen aan de consument, en ook om de behandelingskosten te voldoen aan het secretariaat van de commissie, welke kosten de ondernemer separaat bij factuur in rekening zullen worden gebracht.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Ontbindt voormelde overeenkomst van partijen met bestelnummer [NUMMER], en stelt vast dat om die reden de consument is ontheven van de verplichting om de koopsom ad € 922,49 te betalen aan de ondernemer.

Op basis van het reglement van de commissie is de ondernemer gehouden om het klachtengeld ad
€ 52,50 te betalen aan de consument.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan het secretariaat van de
commissie de bijdrage in de behandelingskosten van het geschil verschuldigd.

Met in achtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag ad € 922,49 terugbetaald aan de
bewindvoerder.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Thuiswinkel, bestaande uit mr. M.L.J. Koopmans, voorzit-ter, drs. W. Nienhuis en de heer W.H.X. Amian, op 21 januari 2022.