Pakket niet afgeleverd in Colombia; geadresseerde niet in staat of bereid de douanerechten en inklaringskosten te betalen; deze omstandigheid kan niet aan PostNL worden toegerekend.

  • Home >>
  • Post >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Post    Categorie: Postzending - algemeen    Jaartal: 2016
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 96370

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft een via PostNL verzonden poststuk.

De consument heeft op 21 juni 2015 de klacht voorgelegd aan PostNL.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

Het pakket is niet afgeleverd volgens de normale procedure. Het pakket lijkt op een gegeven moment vergeten te zijn.

De consument weet niet of er een tweede poging is ondernomen om het pakket af te leveren. Medio maart liep de termijn af om het pakket af te halen maar het pakket is toen niet teruggestuurd.
Tijdens het onderzoek door PostNL naar het pakket is de consument op geen enkel moment geïnformeerd over de voortgang van het onderzoek. Na 5 maanden heeft de consument de keuze gemaakt om de inhoud van het pakket nogmaals te kopen en zelf het pakket in Colombia af te leveren. Indien de consument op de hoogte zou zijn gehouden door PostNL dan had hij de kans gehad anders te beslissen.

De consument verlangt een vergoeding van € 300,–, bestaande uit € 150,– waarde pakket
en € 150,– voor taxikosten om op de plaats van bestemming te komen.

Standpunt van PostNL

Het standpunt van PostNL luidt in hoofdzaak als volgt.

Op 30 december 2014 heeft de consument een pakket naar Colombia verzonden. De consument ontving dit pakket op 3 juni 2015 retour. Het is wel in Colombia geweest, maar daar niet afgeleverd. Nu het pakket – na zoveel tijdsverloop – aan hem is teruggezonden vindt de consument dat PostNL zich niet aan haar verplichtingen tegenover hem houdt. Het pakket is in Colombia naar de mening van de consument niet afgeleverd volgens de normale procedure. Uit het onderzoek van PostNL blijkt dat het pakket op 7 januari 2015 via Frankfurt naar Bogotá is verzonden. Op 28 mei 2015 is het vanuit Bogotá via Frankfurt teruggezonden. Het kwam op 1 juni 2015 terug bij PostNL. Het is vervolgens op 3 juni 2015 teruggegeven aan de consument.

De klacht van de consument is dat het pakket niet is afgeleverd. Dat het pakket niet is afgeleverd, is echter het directe gevolg van het feit dat de geadresseerde niet in staat of bereid is gebleken de douanerechten en inklaringskosten te betalen. Dat er door de geadresseerde douanerechten en inklaringskosten betaald moesten worden, komt naar voren uit de brief van 20 januari 2015 die de geadresseerde van 4-72, de Colombiaanse postdienst, ontving. Deze brief zit bij de bijlagen die de consument met zijn klachtformulier meezond. De geadresseerde diende de douanerechten en inklaringskosten vóór 20 maart 2015 te betalen. Pas na betaling zou het pakket in de bezorging worden opgenomen. Als er niet betaald zou worden, zou het pakket als onbestelbaar naar het land van oorsprong worden teruggestuurd. Dit staat expliciet in de brief van 20 januari 2015 vermeld.
Ten aanzien van de klacht van de consument dat zijn klacht niet goed door PostNL is behandeld, is PostNL dat in zoverre met hem eens dat PostNL zich niet aan de zelf gestelde maximale reactietermijn van 30 dagen (te rekenen vanaf 25 maart 2015) heeft gehouden. Met de eerder geeffectueerde terugbetaling van de verzendkosten acht PostNL de consument in dit opzicht voldoende gecompenseerd.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

PostNL heeft terecht naar voren gebracht dat het niet afleveren van het pakket is gelegen in het feit dat de geadresseerde niet in staat of bereid is gebleken de douanerechten en inklaringskosten te betalen en dat dit blijkt uit de door de consument overgelegde brief van 20 januari 2015. Deze omstandigheid kan derhalve niet aan PostNL worden toegerekend.
Vast staat dat PostNL de termijn ten aanzien van de voortgang van het onderzoek naar aanleiding van de klacht van de consument heeft overschreden. De commissie is van oordeel dat met het terugbetalen van de verzendkosten aan de consument PostNL deze termijnoverschrijding voldoende heeft gecompenseerd.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Post op 6 oktober 2015.