Permanente make-up aan wenkbrauwen van consument; behandeling is door ondernemer niet goed uitgevoerd waardoor de wenkbrauwen zijn beschadigd; consument recht op vergoeding.

  • Home >>
  • Uiterlijke verzorging >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Uiterlijke verzorging    Categorie: Huidverzorging    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: UTV10-0002

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een in december 2009 tussen partijen totstandgekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een permanente make-up aan de wenkbrauwen van de consument tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 200,–. De eerste van drie behandelingen heeft op 5 december 2009 plaatsgevonden.   De consument heeft op 5 januari 2010 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   De ondernemer heeft bij de eerste behandeling mijn wenkbrauwen ernstig beschadigd. Na acht weken waren mijn wenkbrauwen nog niet hersteld. Er moet nu een vormcorrectie plaatsvinden door een erkend schoonheidsspecialiste die bevoegd is dit soort behandelingen uit te voeren. Ik heb de ondernemer verzocht mij het betaalde bedrag voor de behandeling van € 200,– terug te betalen en mij de kosten van de vormcorrectie, toen nog € 325,–, maar inmiddels verhoogd tot van € 350,–, te vergoeden. De ondernemer weigert aan dat verzoek gevolg te geven.   Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   De ondernemer voert ter verdediging aan dat de aan mijn wenkbrauwen toegebrachte schade bij de vervolgbehandelingen hersteld zal zijn. Ik heb daar echter om twee redenen geen vertrouwen in. In de eerste plaats bleek bij onderzoek door een andere bevoegde schoonheidsspecialiste dat de ondernemer een ernstige fout heeft gemaakt. De ontstane verschijnselen zijn dus niet gebruikelijk bij een behandeling als de onderhavige. Verder is mij gebleken dat de ondernemer niet bevoegd is behandelingen als deze uit te voeren. Ik leg hierbij gegevens over waaruit blijkt dat de ondernemer kernlid is van [de brancheorganisatie] en dus gediplomeerd schoonheidsspecialiste is, maar dat zij niet is geregistreerd voor specialisaties, dus ook niet voor permanente make-up. Op de site www.veiligpmu.nl komt de ondernemer niet voor als een door de GGD goedgekeurd adres voor permanente make-up. Ik was daarvan niet op de hoogte toen ik besloot mij door de ondernemer te laten behandelen. De ondernemer was mij aanbevolen door een vriendin en ik vertrouwde op de deskundigheid van de ondernemer. Ik heb dus besloten de behandeling bij de ondernemer niet af te maken en de schade waar mogelijk door een bevoegde schoonheidsspecialiste te laten herstellen.   De consument verlangt een vergoeding van € 550,– in totaal. Een gedeelte van € 200,– heeft zij al van de ondernemer ontvangen.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   De consument is na de eerste behandeling tevreden naar huis gegaan. Wij waren het erover eens dat er nog geen eindresultaat was bereikt, maar wij hadden nog twee behandelingen voor de boeg, wat aan de consument goed uitgelegd was. Later kwam de consument terug met een heel ander verhaal. Ik heb haar toen uitgelegd dat zij nog even moest afwachten omdat de kleur zeker nog voor de helft zou vervagen en er nog twee behandelingen zouden volgen, maar de consument had geen vertrouwen meer en eiste haar geld terug. Omdat ik zag dat ik het vertrouwen niet kon herstellen, heb ik besloten de consument het betaalde bedrag van € 200,– terug te geven. Ik ontken ten stelligste dat de behandeling mislukt zou zijn. Ik heb wel toegegeven dat het beoogde resultaat na de eerste behandeling nog niet was bereikt en ik heb de consument in de gelegenheid gesteld de behandeling af te maken. Dat wilde zij niet. Die keuze heeft zij zelf gemaakt. Op de foto’s die van de wenkbrauwen van de consument zijn gemaakt is te zien dat er geen sprake is van beschadigde wenkbrauwen. Omdat het om een onderhuidse behandeling gaat, is het normaal dat er enige zwelling ontstaat, die met vaseline behandeld moet worden. Ik vind het jammer dat de consument naar een andere schoonheidssalon is gegaan. Zij had de behandeling bij mij gewoon af kunnen maken. Ik heb een bijna 10-jarige ervaring op het gebied van permanente make-up en ik heb nog nooit eerder een klacht gehad. De klacht van de consument is dan ook zeer slecht onderbouwd.   Deskundigenrapport   De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens haar rapport, opgemaakt op 17 december 2010, voorzover thans van belang, het volgende vastgesteld.   Er zijn geen littekens aanwezig. Wel zijn er nog wat lichte rode streepjes zichtbaar onder het wenkbrauwhaar, dit is achtergebleven rood pigment, een restant van de pigmentatie. Dit zal langzaam uit de huid verdwijnen, wat een tot twee jaar zal duren. De wenkbrauwen zijn op de juiste wijze geplaatst. De behandeling had kunnen worden voortgezet en afgemaakt. Herstel is niet echt nodig, maar wel mogelijk. Als er nieuwe wenkbrauwen worden geplaatst, zal er van de restjes die nu nog aanwezig zijn niets meer te zien zijn.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   [Het commissielid] heeft de consument ter zitting onderzocht en geconstateerd dat de behandeling niet goed is uitgevoerd en dat de wenkbrauwen van de consument daardoor beschadigd zijn. Of deze beschadiging geheel zal verdwijnen is niet met zekerheid vast te stellen. Op grond hiervan, alsmede op grond van de niet door de ondernemer (zij was ter zitting niet aanwezig) betwiste, van de [brancheorganisatie] afkomstige informatie waaruit blijkt dat de ondernemer niet is geregistreerd met de specialisatie permanente make-up en bovendien op de website www.veiligpmu.nl niet voorkomt als een door de GGD goedgekeurd adres voor permanente make-up, acht de commissie de klacht gegrond. Gelet op deze omstandigheden is de commissie tevens van oordeel dat van de consument in redelijkheid niet verlangd kon worden dat zij de ondernemer nog in de gelegenheid zou stellen de behandeling af te maken. Voorts ziet de commissie hierin ook aanleiding voorbij te gaan aan de bevindingen van de door de commissie ingeschakelde deskundige. Op grond van het geen hiervoor overwogen is acht de commissie het redelijk dat de ondernemer de consument compenseert voor het bedrag dat de consument extra moet betalen om alsnog het gewenste resultaat te bereiken en voor het door de consument ondervonden ongerief. Rekening houdend met alle haar bekende omstandigheden stelt de commissie de totale door de ondernemer te betalen vergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid vast op € 250,–.   Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van € 250,–. Dit bedrag is exclusief het reeds door de ondernemer aan de consument terugbetaalde bedrag van € 200,–. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.   De commissie wijst het meer of anders verlangde af. Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 50,– aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.   Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 100,–.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Uiterlijke Verzorging op 14 februari 2011.