Commissie: Voertuigen
Categorie: (non)conformiteit
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
252995/661959
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument kocht op 15 mei 2021 een Peugeot 2008 uit 2017 met Bovag- en Leeuwerik-garantie. In juni 2023 begon de auto veel olie te verbruiken: 1,5 liter per 1.000 km. Uit meerdere tests bleek dat de motor vervangen moest worden. De ondernemer weigerde kosteloos herstel, omdat er in 2020 een onderhoudsbeurt was overgeslagen. De consument stelde dat hij de auto had gekocht als “volledig dealeronderhouden” en dat hij zelf altijd volgens de voorschriften onderhoud had laten uitvoeren. De commissie oordeelde dat het olieverbruik een gebrek is dat de consument niet hoefde te verwachten en dat de ondernemer dit kosteloos moet herstellen. Ook moet de ondernemer € 127,50 klachtengeld vergoeden.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft het antwoord op de vraag of de ondernemer gehouden is de motor van de auto van de consument kosteloos te vervangen vanwege het olieverbruik.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Op 15 mei 2021 bij ik bij de ondernemer een altijd dealer onderhouden Peugeot 2008 uit 2017 gekocht met Bovag- en Peugeot Leeuwerik garantie. De kilometerstand van de auto was op dat moment 53.516 km. Begin juni 2023 begon mijn auto steeds meer olie te verbruiken: 1,5 liter per 1.000 km, als het niet meer was. Hierover heb ik meteen de ondernemer gebeld en in overleg met de ondernemer een olietest laten doen bij mijn lokale Peugeotdealer. Het bleek dat mijn motor moest worden vervangen, en dit bij een kilometerstand van 95.683 km. De ondernemer gaf aan dat er een andere test moest gedaan worden: een nul test bij de Peugeotdealer te [plaatsnaam]. Na die test kwam hetzelfde oordeel eruit en heeft [naam] coulance aangevraagd bij Peugeot Nederland die werd afgewezen omdat de auto niet altijd dealer was onderhouden miste 1 stempel terwijl ik hem na aankoop altijd dealer heb laten onderhouden. Toen ben ik in conclaaf gegaan met de ondernemer. De ondernemer heeft toen de vorige eigenaar gebeld en kwam erachter dat de auto geen laatste onderhoudsbeurt had gehad. Dit terwijl de ondernemer de auto aan mij heeft verkocht als zijnde een altijd volledig dealer onderhouden auto met leeuwerik garantie.
De consument verlangt kosteloos herstel.
Standpunt van de ondernemer
Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd waarop voor zover nodig hieronder bij de beoordeling van het geschil zal worden ingegaan.
Deskundigenrapport
De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voorzover thans van belang, het volgende vastgesteld.
Deskundige heeft het dossier onderzocht en kom tot de volgende conclusie: de consument heeft op 28 mei 2021 een voertuig bij de ondernemer aangeschaft. Volgens de consument heeft deze duidelijk gevraagd aan de verkoper of deze dealer onderhouden was. Hier blijkt, zoals de consument omschrijft, positief op geantwoord te zijn. Begin 2023 begon de motor steeds meer olie te verbruiken. Deskundige kent dit probleem bij deze motoren. De 1.2 Puretechmotor is ook uitgebreid in de media waaronder Kassa besproken. De consument heeft het voertuig bij de lokale dealer aangeboden om in aanmerking te komen voor coulance van de importeur. Deze heeft de aanvraag afgewezen inzake een missende onderhoudsbeurt in 2020. Consument is verbolgen hierover, omdat deze in de veronderstelling was dat het voertuig dealeronderhouden was. Oordeel van de deskundige hierin is dat het voertuig wel dealeronderhouden is, maar er in 2020 echter een onderhoudsbeurt is overgeslagen. Wel vallen de onderhoudsbeurten binnen de wettelijk service intervallen. Tevens is een ernstige overschrijding van het onderhoudsinterval van 2024 waarneembaar. Het onderhoudsinterval is niet meer uitgevoerd in dat jaar en het voertuig is inmiddels bijna 17.000 kilometer over zijn beurt heen. Er heeft recentelijk een tweede coulance-aanvraag bij Stellantis, de importeur, plaatsgevonden. De tweede aanvraag is gedaan omdat Stellantis de voorwaarde inmiddels heeft versoepeld. Ook met deze versoepelde voorwaarde komt het voertuig van de consument niet in aanmerking voor coulance. Volgens de ondernemer komen de kosten volledig voor rekening van de consument. De consument daarentegen geeft aan dat het voertuig onder valse voorwendselen is verkocht en wenst dat het voertuig hersteld wordt. De commissie zal zich moeten beraden over de vraag of de kosten van het herstel (een vervangende motor) voor rekening komt van de consument of van de ondernemer.
De omvang van de klacht(en) is opvallend te noemen. Herstel is technisch mogelijk. De keuze daarbij is een nieuwe motor, een gereviseerde motor, of een bestaande motor (hergebruik). Hierbij dient ook (nieuw voor oud) in oogschouw te worden genomen met andere woorden. Na de reparatie zal het voertuig in waarde vermeerderen. De herstelkosten kunnen van € 2.500,– tot € 5.000,– incl. BTW bedragen.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Tussen partijen staat niet ter discussie dat de auto van de consument vanwege het olieverbruik behept is met een technisch gebrek dat herstel behoeft. Aan de orde is de vraag of het hoge olieverbruik dat zich
heeft geopenbaard niet alleen een technisch gebrek betreft, maar ook een afwijking betreft van hetgeen de consument op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten.
Naar het oordeel van de commissie heeft de consument, mede gelet op de inhoud van het rapport van de door de commissie ingeschakelde deskundige, voldoende onderbouwd dat de auto bovenmatig veel olie verbruikt en de auto daarom gebrekkig is. Mede gelet op de door de consument na de zitting aangeleverde informatie (waartoe de commissie de consument in de gelegenheid heeft gesteld en waarop de ondernemer heeft mogen reageren), heeft de consument voldoende overtuigend aangetoond dat hij het voertuig volgens fabrieksvoorschriften heeft laten onderhouden voorafgaand aan het optreden van het bovenmatige olieverbruik. Niet gesteld of gebleken is dat er door de consument voorafgaand aan het openbaren van het in juni 2023 openbaren van het bovenmatige olieverbruik geen normaal gebruik van het voertuig heeft gemaakt en het gelet op de kilometerstand van de auto bovenmatige olieverbruik daardoor zou zijn ontstaan of anderszins aan de consument is toe te rekenen. Gelet daarop is de auto van de consument behept met een gebrek dat hij op grond van de koopovereenkomst niet behoefde te verwachten (vgl. art. 7:17 BW) en is de ondernemer daarom gehouden het gebrek te herstellen, in beginsel zonder dat de consument daarvoor kosten in rekening kunnen worden gebracht. Dat het onderhoudsinterval in 2024 niet meer is uitgevoerd en het voertuig inmiddels bijna 17.000 kilometer over zijn beurt heen is, doet daar niets aan af.
Wat betreft de vraag of de consument ook gehouden is een deel van de herstelkosten te dragen, merkt de commissie het volgende op. Bij het plaatsen van een nieuwe of revisiemotor zou nog kunnen worden geoordeeld dat de consument daardoor wordt bevoordeeld (in de vorm van nieuw voor oud), en in dat geval zou van de consument een bijdrage aan de reparatiekosten mogen worden verwacht. In dit geval wordt tussen partijen echter gesproken over herstel door middel van het plaatsen van een ruilmotor. Onder die omstandigheden is de commissie van oordeel dat een voordeel in de vorm van nieuw voor oud zich niet zonder meer voordoet. Op grond van het voorgaande komt de commissie tot het oordeel dat de ondernemer het gebrek om niet moeten herstellen.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De ondernemer is gehouden het gebreken betreffende het te hoge olieverbruik te herstellen.
Een en ander dient te geschieden binnen een termijn van zes weken na de verzenddatum van dit bindend advies.
De ondernemer brengt de consument ter zake geen kosten in rekening.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van
€ 127,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. D.P.C.M. Hellegers, voorzitter, de heer A. Belt, de heer A. van Aldijk, leden, op 11 april 2025.