Problemen als gevolg van matige kwaliteit van de door de consument zelf aangeschafte verlichting. De ondernemer heeft voor wat betreft de installatiewerkzaamheden niet beneden de maat gepresteerd.

  • Home >>
  • Groen >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Groen    Categorie: (Ondeugdelijke) uitvoering overeenkomst / ondeugdelijke levering    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: GRO08-0007

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 25 oktober 2004 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij tot de aanleg van de tuin tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 15.000,–.   De overeenkomst is uitgevoerd in januari 2005.   De consument heeft eind november 2007 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   Elektra (dat wil zeggen twee lichtarmaturen en een grondspot) in de tuin gaven na 1,5 jaar klachten. In verband met kortsluiting en vochtproblemen is de buitenverlichting losgekoppeld en derhalve niet meer bruikbaar. Oplevering van dit werk vond plaats in januari 2005, de loskoppeling eind 2006, en het onderzoek door [het elektrotechnisch bureau] in november 2007. Het probleem heeft eerst niet mijn prioriteit gehad. Hierna is klacht bij de commissie aanhangig gemaakt.   De ondernemer is verantwoordelijk voor de aanleg van deze elektra. De grondkabel en de drie spots zijn conform afspraak door derden geleverd.   De aansluiting van alle drie de spots is niet correct uitgevoerd. De ondernemer is blijkbaar kabel te kort gekomen en heeft vervolgens gewone installatiekabel in plaats van grondkabel gebruikt voor armatuur 3.   Aanvullend breng ik nog een verklaring in het geding van de ex-werknemer van de ondernemer die deze elektra heeft aangelegd. Ik heb zelf de grondkabel aangeleverd.   De consument verlangt een schadevergoeding van € 1.011,50. Voor dit bedrag kan hij een en ander door [een derde firma] adequaat laten herstellen.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   Ik ben erg verbaasd dat de consument na drie jaren gaat klagen over verlichting die de ondernemer niet heeft geleverd. De klacht is eerder afgewezen door de ondernemer. Ik vind dat de commissie de consument niet in zijn klacht mag ontvangen.   De verlichting maakt geen deel uit van de afspraken met de consument. De werkzaamheden zijn gewoon “uit coulance” verricht en zijn dus niet in rekening gebracht.   In november 2007 ben ik gaan kijken naar deze tuinverlichting. [De elektricien van de firma] was daar ook bij aanwezig. Deze verklaarde mij dat de geplaatste armaturen niet geschikt zijn. Dit omdat de lampen fel branden, zodat de lucht door hitte in de armaturen uitzet en bij afkoeling zich volzuigt met de vochtige lucht buiten. Daardoor valt de verlichting door oxidatie uit. Dat is een langzaam proces. De lampen en armaturen zijn niet geschikt gebleken. De verlichting is pas enkele jaren na montage uitgevallen.   Deskundigenrapport   De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voor zover thans van belang, het volgende vastgesteld.   Partijen waren aanwezig bij mijn bezoek ter plaatse.   Mijn bevindingen zijn de volgende:   De grondkabel en verlichting zijn geleverd door de consument. Er is geen aankoopbewijs en niet is bekend waar de verlichting is gekocht. Het is na drie jaar niet vast te stellen van welke kwaliteit het gekochte is/was. De elektricien van de consument verklaart aan de consument in een rapport van november 2007, dat de oorzaak vocht is en dat dat komt door het niet vakkundig monteren en aansluiten van de installatie en de bekabeling. Bij navraag van [de ondernemer bij dezelfde firma] wordt als reden opgegeven dat de lampen die gemonteerd zijn niet geschikt zijn. Ze worden te warm, zetten uit en bij afkoeling trekt er vocht in de lamp. Een langzaam proces, vandaar de klacht anderhalf jaar na de montage.   In de opdracht voor de tuinaanleg staat duidelijk vermeld dat alleen het ingraven van de kabel is opgenomen in het werk. In de eindafrekening geeft de ondernemer aan dat er twee inbouwspots als meerwerk zijn gemonteerd en niet berekend. De derde spot is volgens de ondernemer niet door zijn bedrijf geplaatst/gemonteerd. Volgens de consument is dat wel het geval en wel foutief met gewone kabel in plaats van grondkabel. Twee meningen van hetzelfde elektrotechnisch bureau en twee versies van consument en ondernemer. Ik kan de juistheid niet vaststellen.   Herstel is technisch mogelijk, en wel als volgt:   Het demonteren en verwijderen van de huidige drie lampen inclusief de grondkabel. Het leveren, plaatsen en monteren van twee inbouwspots en één grondspot inclusief de benodigde bekabeling.   De herstelkosten hiervan zijn:   Materiaal: € 300,– Arbeidsloon: € 350,– BTW: € 23,50 Totaal: € 773,50   Nadere toelichting: De consument is mijns inziens van mening dat het elektra werk was inbegrepen. Hij verwijst hierbij naar de tekening. Doch onderdelen van de tekening zijn in overleg geschrapt en niet uitgevoerd. Het standpunt van de ondernemer is dat het werk uit coulance is uitgevoerd. Tijdens het werk kwam de consument met de lampen, waarbij de medewerker van de ondernemer er twee heeft gemonteerd. De derde betwist de ondernemer te hebben gemonteerd.   Beoordeling   De commissie heeft het volgende overwogen.   Door de ondernemer is bij eerste gelegenheid (zie brief van de ondernemer van 22 april 2008) het verweer gevoerd dat de consument te laat dit geschil aanhangig heeft gemaakt bij deze commissie en – zo begrijpt de commissie dit standpunt – om die reden niet kan worden ontvangen in diens klacht.   Dit is reden voor de commissie om eerst dit verweer te beoordelen.   De hier toepasselijke norm staat verwoord in artikel 14 lid 3 van de hier van toepassing zijnde algemene consumentenvoorwaarden, in welk lid is bepaald dat uiterlijk binnen drie maanden nadat de klacht bij de ondernemer is ingediend, het geschil aanhangig moet zijn gemaakt bij deze commissie.   Uit de stukken blijkt voor zover hier van belang, het volgende: de klacht van de consument is bij het secretariaat van de commissie ingekomen op 26 februari 2008; op 26/27 november 2007 was de klacht reeds door de consument bij de ondernemer ingediend (zie brief aan de ondernemer van 25 november 2007). Deze is naar aanleiding daarvan meteen ter plaatse wezen kijken [in aanwezigheid van de elektricien van de firma], waarna de klacht door de ondernemer kennelijk is afgewezen.   Indachtig deze gang van zaken kan niet worden gezegd dat voormelde termijn is overschreden. Het niet-ontvankelijkheidsverweer van de ondernemer moet dus worden verworpen.   Vervolgens moet hier door de commissie beoordeeld worden of de ondernemer toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de gemaakte afspraken.   Genoegzaam is naar het oordeel van de commissie komen vast te staan dat de ondernemer zich heeft verplicht tot het adequaat aansluiten van de drie door de consument aangereikte verlichtingsbronnen. De omstandigheid dat de ondernemer de consument hiervoor niets in rekening heeft gebracht, maakt dus niet dat de conclusie moet zijn dat de ondernemer hier geen verplichting op zich heeft genomen. De ondernemer kon immers niet anders dan de verlichting deugdelijk aanbrengen: waar hij aan begint, moet hij tot een goed einde brengen. Of anders gezegd: het “uit coulance” verrichten van extra werkzaamheden kan de ondernemer niet ontslaan van zijn nakomingverplichting om die werkzaamheden correct uit te voeren.   Waar het vervolgens gaat wringen, is dat niet is komen vast te staan dat het juist de ondernemer is geweest die door inadequaat presteren, de oorzaak is geweest van het niet meer functioneren van deze verlichting.   Als hoofdoorzaak van deze problemen moet namelijk worden aangewezen de – achteraf geconstateerde – matige kwaliteit van deze door de consument aangeschafte verlichting, en dan in het bijzonder de slechte water- en dampkering/afdichting op de juist de plaatsen waar de bekabeling in de armaturen gaat. De ondernemer is van die matige kwaliteit geen verwijt te maken. Niet is (voldoende) komen vast te staan dat de ondernemer door het doen van andersoortig installatiewerk op de lange duur de problemen met deze verlichting had kunnen voorkomen. Evenmin is komen vast te staan dat sprake was van een dermate slechte verlichting, dat de ondernemer de consument daarvoor aanstonds had moeten waarschuwen, en deze dus in feite niet had moeten beginnen aan deze werkzaamheden.   De slotsom luidt dan ook dat niet genoegzaam is komen vast te staan dat de ondernemer voor wat betreft deze installatiewerkzaamheden beneden de maat heeft gepresteerd, waardoor het gestelde probleem met deze verlichting is veroorzaakt.   Later in de procedure zijn door de consument nog enige andere klachten aangevoerd. De commissie laat die hier buiten beschouwing.   Dit allereerst omdat niet gebleken is dat die klachten voorafgaand aan deze procedure eerst aan de ondernemer zijn voorgelegd overeenkomstig de in de algemene voorwaarden aangeduide wijze, maar ook omdat een behoorlijke procesvoering maakt dat daarop in dit stadium door de commissie geen acht mag worden geslagen.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   Het door de consument verlangde wordt afgewezen.   Verklaart de consument niet-ontvankelijk in diens eerst tijdens de procedure verwoorde klachten.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Groen op 19 september 2008.