Processtukken en correspondentie dienen op voorhand aan de cliënt te worden toegezonden tenzij cliënt uitdrukkelijk akkoord is gegaan met andere werkwijze

  • Home >>
  • Advocatuur >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Advocatuur    Categorie: Zorgvuldigheid    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: ADV03-0119

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil
 
Het geschil betreft (de hoogte van) de onbetaalde declaraties van de advocaat voor zijn bijstand in de echtscheiding van de cliënte en de kwaliteit van de dienstverlening.
 
De cliënte heeft de declaratie ter grootte van € 4.071,27 niet voldaan en dit bedrag overeenkomstig het Reglement van de commissie in depot gestort.
 
Standpunt van de cliënte
 
Het standpunt van de cliënte luidt in hoofdzaak.
 
De cliënte verwijt de advocaat stukken, waaronder het verzoekschrift en de alimentatieberekening, te hebben verzonden zonder de inhoud daarvan tevoren aan de cliënte kenbaar te maken en zelfs buiten medeweten van de cliënte stukken te hebben verzonden. Ook heeft de advocaat zonder medeweten van de cliënte de wederpartij een voorstel voor alimentatie gedaan.
 
Ook verwijt de cliënte de advocaat dat hij zich niet heeft verdiept in haar zaak, waardoor zij zich niet serieus genomen voelde en de advocaat moest wijzen op feitelijke onjuistheden. Ook meent de cliënte dat de advocaat zich onvoldoende heeft ingespannen om haar belangen te behartigen en heeft de advocaat geen gevolg gegeven aan verzoeken van haar kant om spoedige afhandeling. Zo heeft het kunnen gebeuren dat de advocaat op het verzoek om spoedige afhandeling aan de rechtbank een verzoek van twee maanden uitstel heeft gevraagd.
 
Verder verwijt de cliënte de advocaat dat hij haar onjuist en onvolledig heeft geïnformeerd. Zoals over haar rechten aangaande het gezag over de kinderen en de consequenties van de gekozen vorm van alimentatie. Ook heeft de advocaat ondanks herhaald verzoek nagelaten een fout in het concept convenant te herstellen. In het uiteindelijk ondertekende convenant blijkt geen datum te zijn ingevuld en ontbreekt een bepaling omtrent de gebruiksvergoeding voor de echtelijke woning. De werkwijze van de advocaat acht de cliënt onzorgvuldig.
 
De advocaat heeft ondanks herhaalde klachten van de cliënte omtrent de kwaliteit van de dienstverlening zijn werkwijze niet gewijzigd waardoor de cliënte zich genoodzaakt heeft gevoeld een andere advocaat in de arm te nemen.
 
De cliënte heeft als gevolg van het handelen c.q. nalaten van de advocaat schade geleden en verzoekt de commissie in redelijkheid en billijkheid een vergoeding vast te stellen waarbij zij als oplossing van het geschil voorstelt dat de commissie bepaalt dat de openstaande declaraties worden kwijtgescholden of in elk geval worden verminderd.
 
Standpunt van de advocaat
 
Het standpunt van de advocaat luidt in hoofdzaak.
 
De cliënte was buitengewoon emotioneel. Om deze emoties niet onnodig hoog te laten oplopen c.q. ter vermijding van escalatie, heeft de advocaat niet alle correspondentie vooraf aan de cliënte toegezonden. Daarnaast werden veel zaken meerdere malen mondeling besproken zodat toezending vooraf slechts tot verwarring zou hebben geleid of tot aanzienlijk meer kosten of tijdsverlies.
 
Het verzoek om uitstel van twee maanden heeft de advocaat gedaan om de onderhandelingen niet te frustreren door tijdsdruk. Het was in het belang van beide partijen om voor een zitting overeenstemming te bereiken.
 
In nauw overleg met de cliënte is besloten om in het belang van de kinderen een verzoek tot gezamenlijk gezag in te dienen. Op dat moment was dat het beste advies. De slordigheden in het convenant zijn zonder verdere schade hersteld.
 
Ten aanzien van de spoedeisendheid heeft de advocaat de cliënte steeds serieus genomen en zo snel als mogelijk gereageerd, waarbij hij soms een afweging heeft moeten maken met andere spoedeisende zaken in zijn praktijk. Ondanks zijn drukke praktijk heeft de advocaat altijd direct tijd vrijgemaakt voor de cliënte als zij zonder afspraak en onaangekondigd op kantoor langskwam.
De advocaat is geheel onverplicht tegemoet gekomen aan de cliënte door met terugwerkende kracht vanaf maart 2002 een aanzienlijk lager uurtarief te hanteren dan afgesproken (namelijk
€ 114,62 exclusief BTW in plaats van € 160,– exclusief BTW). Bovendien heeft de advocaat niet alle kosten in rekening gebracht.
 
De advocaat is van mening dat hij met de tariefsverlaging reeds volledig tegemoet gekomen is aan alle, overigens onterechte, klachten en verzoekt de commissie om afwijzing van de voorgestelde kwijtschelding dan wel verdere vermindering van het openstaande bedrag.
 
Beoordeling van het geschil
 
Naar aanleiding van het over en weer door partijen gestelde overweegt de commissie het volgende.
 
Gelet op de sfeer en de inhoud van de stukken stelt de commissie vast dat de communicatie tussen partijen niet optimaal is verlopen. Dit kan een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat er echter niet van weerhouden de processtukken en correspondentie op voorhand aan de cliënte toe te sturen tenzij de cliënte uitdrukkelijk akkoord is gegaan met het niet toezenden daarvan. Van een dergelijke instemming is de commissie in het onderhavige geval niet gebleken. De commissie stelt voorts vast dat de advocaat de door hem te hanteren werkwijze evenmin schriftelijk heeft vastgelegd terwijl dit gezien de gemoedstoestand van de cliënte, die naar de mening van de advocaat buitengewoon emotioneel was, wel voor de hand had gelegen.
 
De commissie is van oordeel dat de advocaat in voornoemde zin niet heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat mag worden verwacht en dat de miscommunicatie die als gevolg van het ontbreken van uitdrukkelijke schriftelijke instemming dan wel vastlegging is ontstaan, voor rekening en risico van de advocaat dient te komen. De commissie is van oordeel dat de klacht van de cliënte over onvoldoende belangenbehartiging en de spoedeisendheid van de zaak geen doel treft. De commissie is op grond van vorenstaande overwegingen dan ook van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is en een vermindering van de nota gerechtvaardigd is.
 
Voorts merkt de commissie op dat de cliënte de inhoud van de door haar geuite klachten overigens niet of in onvoldoende mate heeft aangetoond, terwijl zij ook niet ter zitting is verschenen om deze verder te onderbouwen. Vervolgens stelt de commissie in dit verband vast dat de advocaat het uurtarief reeds en wel met terugwerkende kracht heeft verlaagd. Gelet op voornoemde omstandigheden acht de commissie deze tariefverlaging echter onvoldoende en stelt de commissie bovendien vast dat deze verlaging niet is toegepast ter compensatie van de geuite – terechte – klachten over de communicatie, doch was ingegeven door het oplopen van de werkzaamheden.
 
Het geheel overziend stelt de commissie naar redelijkheid en billijkheid een bedrag van € 471,27 (inclusief BTW en kantoorkosten) vast dat op het totaal aan nog openstaande declaraties in mindering dient te worden gebracht, zodat de cliënte nog een bedrag van € 3.600,– (inclusief BTW en kantoorkosten) verschuldigd is, hetgeen direct uit het in depot gestorte bedrag aan de advocaat zal worden overgemaakt.
 
Derhalve wordt als volgt beslist.
 
Beslissing
 
De commissie vermindert de declaraties die de advocaat voor het verrichten van zijn diensten bij de cliënte in rekening heeft gebracht in die zin dat een bedrag van € 471,27 (inclusief BTW en kantoorkosten) van de betwiste declaraties als niet verschuldigd wordt aangemerkt.
 
Overeenkomst het reglement van de commissie wordt het klachtengeld over partijen verdeeld zodat de advocaat aan de cliënte, die deze kosten heeft voldaan, een bedrag van € 22,50 dient te vergoeden.
 
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de advocaat aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag van € 57,50 (zijnde de helft van het vastgestelde bedrag aan behandelingskosten) verschuldigd.
 
Met in achtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend.
Aan de cliënte wordt een bedrag van € 493,77 (€ 4.071,27 minus € 3.600,– plus € 22,50) gerestitueerd.
Aan de advocaat wordt een bedrag van € 3.520,– (€ 3.600,– minus € 22,50 minus € 57,50) overgemaakt.
Het restant van € 57,50 verblijft aan de commissie.
 
De commissie wijst het meer of anders verlangde af.
 
Aldus beslist op 9 januari 2004 door de Geschillencommissie Advocatuur.