Reischeque geen passende vorm van schadevergoeding (2)

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Reizen    Categorie: Procedure    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: REI08-1405

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 29 januari 2008 met de reisorganisator totstandgekomen overeenkomst. De reisorganisator heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een rondreis voor vier personen door de Verenigde Staten van Amerika met verblijf in diverse soorten accommodaties op basis van ontbijt en lunch, voor de periode van 17 juli 2008 tot en met 6 augustus 2008 voor de som van € 8.812,18. Klager heeft op 10 augustus 2008 de klacht voorgelegd aan de reisorganisator.   Standpunt van klager   Het standpunt van klager luidt in hoofdzaak als volgt.   De reisleiding was onervaren en absoluut niet op haar taak berekend. Dit heeft voortdurend ergernis opgewekt en een negatief stempel op de vakantie gedrukt. Voor een uitgebreid reisverslag van klager wordt verwezen naar de bijlage van het vragenformulier. Klager verlangt een vergoeding van 12½% van de reissom, te weten € 1.303,35.   Standpunt van de reisorganisator   Het standpunt van de reisorganisator luidt in hoofdzaak als volgt.   Erkend wordt, dat de reis werd begeleid door twee onervaren personen, hetgeen wordt betreurd. Wel is de reis conform het programma uitgevoerd en zijn gerezen problemen ter plekke opgelost. Ook was er blijkbaar onduidelijkheid over de maaltijden. Als compensatie over het ondervonden ongerief is klager een vergoeding geboden van € 400,– vermeerderd met een reischeque van in totaal € 200,–. Deze vergoeding wordt alleszins acceptabel geacht.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   Op grond van de overgelegde stukken heeft de commissie vastgesteld, dat de door klager gemaakte reis is begeleid door twee onervaren reisleiders. Op zichzelf heeft dit niet tot calamiteiten geleid, maar wel tot een reeks van op zichzelf betrekkelijk kleine incidenten, welke praktisch van dag tot dag aanleiding hebben gegeven tot ergernis en ongerief. Weliswaar heeft de reisorganisator dit erkend en daarvoor een financiele compensatie toegekend, maar klager is van mening, dat deze compensatie niet in verhouding staat met het ondervonden ongerief. Ook de commissie is van oordeel, dat de geboden vergoeding wat aan de magere kant is. Immers gelet op de door klager zeer uitgebreide en gedetailleerde reisbeschrijving, welke van de zijde van de reisorganisator onweersproken is gebleven, is de commissie van oordeel, dat klager door het handelen en nalaten van de reisleiding meer ongerief heeft ondervonden dan de reisorganisator het wil doen voorkomen. Anderzijds is de commissie ook van oordeel, dat klager zijn klachten tijdens de reis op een wat intensievere wijze kenbaar had kunnen maken. Noch gesteld noch anderszins is de commissie gebleken, dat klager dit heeft gedaan. Het een tegen het ander afwegende zal de commissie naast de aangeboden financiele compensatie de geboden reischeque omzetten in een geldelijke vergoeding. Dit temeer, daar de commissie, zoals zij reeds meermalen heeft overwogen, het aanbieden van een reischeque geen aanvaardbare vorm van vergoeding acht.   De commissie is derhalve van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   De reisorganisator betaalt aan klager een vergoeding van € 600,– (de aangeboden vergoeding daaronder begrepen.) Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.   De commissie wijst het meer of anders verlangde af.   Bovendien dient de reisorganisator overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 100,– aan klager te vergoeden ter zake van het klachtengeld.   Overeenkomstig het reglement van de commissie is de reisorganisator aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 205,–.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Reizen op 23 maart 2009.