Rekening moet worden herberekend wegens foutieve meterstanden

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Overig    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies na tussen advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 362253/438153

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument kreeg een rekening voor elektriciteitsverbruik tussen december 2021 en december 2022. Omdat de oude meter was vervangen door een slimme meter, waren de beginstanden geschat. Daardoor werd te veel verbruik in de eerste periode in rekening gebracht. De commissie oordeelt dat dit moet worden gecorrigeerd: het verbruik in de eerste periode moet worden beperkt tot 1.124 kWh normaal en 5616 kWh dal. De ondernemer moet de rekening opnieuw berekenen en de consument crediteren. De klacht is gegrond.

De volledige uitspraak

Samenvatting

De ondernemer dient de rekening voor wat betreft de eerste periode her te berekenen.

Beoordeling

Tussenadvies

In het tussenadvies heeft de commissie het volgende overwogen.

Het geschil heeft betrekking op aan de consument in rekening gebracht elektraverbruik. De ondernemer heeft de eerste jaarnota vervangen door een gecorrigeerde nota. Vast staat dat de bij de consument aanwezige oude meter is vervangen door een slimme meter en dat de oude meter niet meer uit te lezen is. Ter zitting heeft de consument aangevoerd dat het leveringsadres energielabel F heeft en een oppervlakte van 136 m² heeft. Naar het oordeel van de commissie is het aan de netbeheerder met inachtneming van die gegevens de meterstanden te corrigeren op basis van gemiddeld standaardjaarverbruik. De commissie zal daartoe de netbeheerder in het geschil betrekken.

Oordeel van de commissie

Het geschil heeft betrekking op de rekening met betrekking tot elektriciteitsverbruik over de periode 18 december 2021 tot 16 december 2022. De rekening heeft betrekking op twee perioden namelijk van 18 december 2021 tot 1 juli 2022 en van 1 juli 2022 tot 16 december 2022. Ter zitting is gebleken dat gemiddeld standaard jaarverbruik niet de juiste maatstaf is voor de berekening van in het bijzonder de eerste periode. Op 16 december 2022 is de meter te vervangen en er bestaat geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van de stand van de uitgenomen meter. Voor wat betreft de tweede periode klopt naar het oordeel van de commissie het in rekening gebrachte verbruik. Met betrekking tot de eerste periode is gebleken dat de beginstand een geschatte stand is geweest. De commissie heeft moeten vaststellen dat aan de consument in voorgaande jaren ook in verband met het gebruik van geschatte meterstanden te weinig elektra in rekening is gebracht en dat de consument in de loop der jaren steeds een hoog verbruik heeft gehad. Daarvan uitgaande behoort het aantal aan de consument in rekening gebrachte KWH In de eerste periode beperkt te worden tot 1124 KWH normaal en 56 16 KWH dal. Op die basis dient de ondernemer de rekening te herberekenen en de consument te crediteren. De commissie kan niets zeggen over een DGB-rekening de klacht zich niet richt tegen die leverancier.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

Daarom wordt als volgt beslist.

Beslissing

De ondernemer dient binnen 4 weken na datum verzending bindend advies de rekening van 20 februari 2024 te herberekenen als hiervoor omschreven en de consument te crediteren.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. D.J. Buijs, voorzitter, de heer R.A. Timmer, mevrouw mr. M.J. Boon, leden, op 21 maart 2025.

Opslaan als PDF