Commissie: Post
Categorie: Schadevergoeding
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
936685/1073865
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument verzond een aangetekend en verzekerd pakket ter waarde van €700, maar ontving slechts €100 schadevergoeding na vermissing. De bezorger had het pakket onbeheerd achtergelaten en zelf getekend voor ontvangst. De Geschillencommissie Post oordeelde dat dit roekeloos handelen was, met voorzienbare schade. Daarom moet de ondernemer alsnog €600 extra vergoeden, plus €27,50 klachtengeld. De klacht werd gegrond verklaard.
De volledige uitspraak
BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Post
Zaaknummer 936685/1073865
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft de vermissing van een verzekerd pakket. De vraag is of de ondernemer naast de verzekerde waarde meer dient te vergoeden.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument heeft een pakket op 4 januari 2025 aangetekend naar [locatie] verzonden via de ondernemer. Hier zat een verzekering tot € 100,– op. De waarde van het pakket is veel hoger (€ 700,–). De consument heeft vooral voor aangetekend gekozen om er zeker van te zijn dat het pakket niet zomaar neer wordt gezet. Dit is wel gebeurd. De bezorger in België heeft zelf getekend en het pakket onbeheerd achtergelaten. Dat pakket is weg en de ondernemer wil maar tot € 100,– vergoeden.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De klacht van de consument gaat over de vermissing van de inhoud van een aangetekend pakket. De zaak draait hierbij niet om deze vermissing als zodanig – daarvoor aanvaardt de ondernemer aansprakelijkheid – maar om de afwikkeling en de hoogte van de schadevergoeding. Voor de vermissing heeft de consument een schadevergoeding ontvangen van € 100,– en de verzendkosten minus de toeslag ad € 18,90. Dit is de maximaal verzekerde waarde van het product zoals dat is afgenomen door de consument en zoals dit is overeengekomen bij aanvang van de vervoersovereenkomst.
De consument stelt in zijn klachtformulier dat de bezorger het pakket onbeheerd zou hebben achtergelaten en dat hij om die reden aanspraak zou maken op een hogere schadevergoeding, althans de daadwerkelijke waarde van de inhoud van het pakket. Voor zover de consument zich beroept op doorbreking van de beperkte aansprakelijkheid van de ondernemer op grond van artikel 29 lid 5 van de Postwet, merkt de ondernemer op dat in dit geval geen sprake is van feiten en/of omstandigheden die een dergelijke doorbreking rechtvaardigen. In genoemd artikel is bepaald dat de beperking van aansprakelijkheid niet geldt indien er sprake is van opzettelijk dan wel roekeloos handelen (of nalaten) met de wetenschap dat schade waarschijnlijk zou ontstaan. In het onderhavige geval is het pakket onbeheerd achtergelaten, wat sporadisch voorkomt. Er is echter geen sprake van opzet of bewuste roekeloosheid. Een vergissing of fout van een medewerker van een servicepunt is een incident dat zich, hoe betreurenswaardig ook, in het vervoersproces kan voordoen. Tegen dit risico had de consument zich desgewenst kunnen verzekeren.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Vast staat dat het door de consument verzonden pakket vermist is. De ondernemer heeft € 100,– (de verzekerde waarde) uitgekeerd. Ter discussie staat of de ondernemer gehouden is tot vergoeding van de door de consument gestelde waarde van € 700,–. De commissie overweegt dat de ondernemer alleen gehouden kan worden tot vergoeding van een bedrag boven de verzekerde waarde indien sprake is van opzet die schade te veroorzaken of van roekeloos handelen met de wetenschap dat die schade er waarschijnlijk uit zou voortvloeien, als bedoeld in artikel 29 lid 5 Postwet.
Omtrent de gang van zaken is onweersproken gebleken dat het aangetekend pakket door de bezorger voor de deur van de geadresseerde is neergezet. Kennelijk was het pand onbewoond. De bezorger heeft zelf een handtekening gezet.
De commissie is van oordeel dat een dergelijke wijze van bezorging, waar aangetekende aflevering overeengekomen was, voldoet aan de omschrijving van roekeloos handelen met de wetenschap dat daaruit waarschijnlijk schade zou voortvloeien. Er is geen sprake van een gewone fout, zoals de ondernemer betoogt. Dat betekent, nu de waarde van het pakket niet weersproken is, dat de ondernemer alsnog additioneel € 600,– aan de consument dient uit te keren.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
Daarom wordt als volgt beslist.
Beslissing
De ondernemer dient aan de consument € 600,– te betalen. Indien betaling niet binnen 14 dagen na verzending van deze beslissing heeft plaatsgevonden, is de ondernemer over dat bedrag wettelijke rente verschuldigd.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 27,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Post, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer drs. G.J.F.M. Klaas, mevrouw J.M.A. van Haren, leden, op 26 juni 2025.
De uitspraak die de commissie heeft gedaan, is bindend voor beide partijen en vormt het sluitstuk van de procedure. De commissie kent geen mogelijkheid om tegen de uitspraak in beroep te gaan of deze te herzien. Ook niet in het geval van nieuwe feiten of argumenten. U kunt wel binnen 2 maanden na de verzenddatum van de uitspraak aan de burgerlijke rechter vragen de uitspraak te vernietigen. De andere partij heeft die mogelijkheid ook.
De rechter kan de uitspraak vernietigen als hij vindt dat de uitspraak onaanvaardbaar is; inhoudelijk of door de wijze van totstandkoming. Wanneer de uitspraak niet binnen 2 maanden door een van de partijen aan de burgerlijke rechter is voorgelegd door dagvaarding van de andere partij, kan de uitspraak niet meer ongedaan gemaakt worden.