Rolluiken vertonen geen gebrek

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Zonwering    Categorie: Overig    Jaartal: 2022
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 128946/132487

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument wilde bij zijn nieuwe woning dezelfde rolluiken als bij zijn oude woning. De ondernemer kon deze niet leveren. De geleverde alternatieve rolluiken vertoonden “uitbuikings verschijnselen”. De consument wenst ontbinding van de overeenkomst. De commissie wijst dit verzoek af, omdat de rolluiken technisch gezien in orde zijn en het uitbuiken als een producteigenschap moet worden aangemerkt. 

De uitspraak

Standpunt van de consument
Het standpunt van de consument/ondernemer luidt als volgt.

We waren zeer te spreken over het [merk] mini-e lamel dat gemonteerd was aan onze vorige woning. Na verhuizing naar een andere woning wilden we het [merk] mini-e lamel aankopen, maar dat lamel was niet meer leverbaar. Wij dachten zelf dat de RS32 of RS38 een goede vervanger zou zijn. Ondernemer offreerde de RS37. Op onze vraag of de RS32 of RS38 lamel van een betere kwaliteit is dan de RS37 kregen wij het antwoord dat de lamel RS37 soortgelijk is aan de RS32 en RS38 lamel.

Uiteindelijk hebben wij de RS37 bij ondernemer besteld erop vertrouwende dat het een kwalitatief goed [merk] lamel is en kwalitatief vergelijkbaar is met het [merk] mini-e lamel.

Na het monteren blijkt het RS37 lamel echter uit te buiken. Rolluik zit niet strak voor het raam. Dit is zeer goed zichtbaar voor het grootste raam en is na verloop van tijd erger geworden. Op bepaalde momenten is het uitbuiken ook reeds zichtbaar in de lamel voor de voordeur aan dezelfde kant van de woning. Eerst werd ons medegedeeld dat het uitbuiken aan het gemonteerde RS37 lamel voor het grote raam zou liggen.

Na het vervangen door een ander RS37 lamel was het uitbuiken in dezelfde mate zichtbaar. Het uitbuiken van het RS37 lamel is door ondernemer en [merk] erkend met andere woorden het is niet kwalitatief de lamel als bijvoorbeeld het oude [merk] mini-e lamel. In de brochures van [merk] wordt niet over de mogelijkheid van uitbuiking gesproken. Wij vinden ons door ondernemer en [merk] misleid.

Uiteindelijk is met [merk] afgesproken dat het RS37 lamel voor het grote raam vervangen zal worden door het RS38 lamel, waarbij volgens [merk] het uitbuiken niet meer op zal gaan treden.

Ons is zowel door [merk] als ondernemer medegedeeld dat het niet zichtbaar is dat voor het grote raam het RS38 lamel wordt gemonteerd en voor de voordeur en een paar ramen het RS37 is gemonteerd. Wij zijn na alle negatieve ervaringen met ondernemer en [merk] er niet op gerust dat aan de buitenkant van de woning geen verschil tussen beide lamellen zichtbaar zal zijn als beiden lamellen zijn uitgerold. Wij hebben aangegeven dat we absoluut niet willen hebben dat er twee verschillen lamellen zichtbaar zijn. Wij hadden namelijk dit nooit besteld.

Ook het feit dat het uitbuiking reeds voor de voordeur zichtbaar is willen we graag dat ook de andere lamellen aan dezelfde zijde van de woning vervangen worden door hetzelfde lamel dat niet uit zal gaan buiken. Op basis van uitspraken van [merk] zal het RS38 lamel niet gaan uitbuiken.

Als we van tevoren hadden geweten dat het RS37 lamel uit zou gaan buiken hadden we dit lamel nooit aangekocht. Uitbuiken ziet er namelijk kwalitatief niet mooi, maar goedkoop uit.

Indien de klacht niet opgelost kan worden is naar onze mening het ontbinden van de koopovereenkomst van de zes rolluiken aan de kant van de woning met het grote raam en de voordeur de enige optie.

Voorstel om de klacht op te lossen:

Er was afgesproken dat het rolluik voor het grote raam vervangen zou worden door een RS 38 lamel, waarna er geen sprake meer zou zijn van zogenoemd uitbuiken. De afspraak is door ondernemer ingetrokken. Nu ook het RS 37 lamel voor de voordeur dezelfde uitbuikproblemen geeft als voor het grote raam willen we ook dat het lamel voor de voordeur wordt vervangen. Er is ons verteld dat aan de buitenkant geen verschil is te zien met een aantal andere rolluiken met het RS 37 lamel aan dezelfde kant van de woning. We hebben daar onze twijfels over. Indien er aan de buitenkant wel een verschil zichtbaar is te zien tussen het RS 37 en RS38 lamel dienen de rolluiken aan dezelfde muurzijde allemaal vervangen te worden door het RS 38 lamel. We hadden nooit twee verschillende soorten lamellen aan één muurzijde bij de aankoop geaccepteerd”.

Standpunt ondernemer
De ondernemer heeft inhoudelijk geen standpunt geformuleerd. Wel blijkt uit de stukken dat de ondernemer heeft aangeboden de optie Kap 180 met de rs 38 lamel uit te voeren, maar in afwachting van de behandeling van het geschil is deze optie on hold gezet.

Rapport deskundige
Tijdens het bezoek van de deskundige eerst alvorens naar de technische staat te gaan een gesprek met consument en ondernemer. De consument gaf aan bij opdracht duidelijk aan te hebben gegeven een goed alternatief te zoeken voor de [merk] mini E zoals bij hun vorige woning was toegepast. De consument had twee alternatieven aangedragen zijnde de 38 of de 32 mm. lamel.

Ondernemer gaf aan dat de 38 ook een goed alternatief was dus zodoende is consument hier in mee gegaan.

Ondernemer geeft aan dat consument een zo klein mogelijke kast wilde hebben dus daarin was ook de RS 37 een betere optie dan de RS 38 die een grotere kast heeft.

Deskundige is bij deze gesprekken uiteraard niet aanwezig geweest echter kan wel aangeven dat er wel een verschil is tussen de RS 37 lamel (windklasse 2) en de RS 38 (windklasse 4). Voor wat het waard is geeft deskundige ook aan de in de markt de RS38 meer algemeen gezien wordt als de vervanger van de [merk] mini-E.

Deskundige heeft het volgende vastgesteld:

* montage van de rolluiken is uitstekend en zeker bij de erker is duidelijk de vakkundigheid te zien.
* er is inderdaad een uitbuiking van de lamellen waarneembaar als de rolluiken open staan. Deze uitbuiking is zichtbaar met name op het rolluik voor het grote raam maar ook enigszins voor de deur.
* afstelling van de rolluiken is prima.
* alle maatvoeringen vallen binnen de doos de fabrikant gestelde normen.

Belangrijkste vraag is of het uitbuiten binnen de norm valt. Hiervoor verwijst de deskundige naar het technische datablad van het Bunderverband Rolladen + Sonnenschutz die [merk] als Duitse fabrikant hanteert en als we deze richtlijn volgen vallen deze rolluiken volgens de deskundige zeker binnen de technische norm.

Deskundige is van mening dat de rolluiken op zich technisch voldoen aan de te stellen eisen.

Wat de deskundige niet kan beoordelen maar wel aangeven is dat het toepassen van de RS 38 een betere optie zou zijn geweest qua stabiliteit (wel meenemende dat de kastmaat groter is).

Indien de consument de aanbieding van de ondernemer accepteert om voor het grote raam het rolluik te vervangen door een RS 38 zou de uitbuiking hier wel minder zijn. Maar zoals aangegeven in klacht van de consument wil hij dan ook de andere rolluiken aan de voorzijde door hetzelfde type laten vervangen.

Het verschil in de RS 37 en RS 38 lamel is 1 mm in de hoogte wat naar mening van de deskundige nauwelijks waarneembaar zal zijn. Uiteraard is de omvang van de kast wel enigszins zichtbaar maar in hoeverre dit storend is kan de deskundige niet staven.

Vraag die dus niet door de deskundige kan worden beantwoord is of de consument inderdaad is misleid toen hij duidelijk vroeg om een lamel vergelijkbaar met de [merk] mini-E. Waarbij de ondernemer aangaf dat de grotere kastmaat door de consument niet wenselijk wordt gevonden.

Oordeel van de commissie
De commissie stelt voorop dat zij inhoudelijk de conclusie van de deskundige onderschrijft dat de rolluiken op zich technisch voldoen aan de daaraan te stellen eisen. Bovendien gaat de commissie ervan uit dat de geleverde rolluiken qua functionaliteit gelijk te stellen zijn met de rolluiken die de consument bij zijn vorige woning had. Uit de stukken blijkt dat de consument aan de ondernemer heeft gevraagd soortgelijke rolluiken te leveren als bij zijn oude woning, maar uit de e-mail wisseling tussen partijen blijkt dat de ondernemer heeft aangegeven slechts een beperkt aantal rolluiken uit het assortiment van de leverancier te kunnen aanbieden, waaronder in ieder geval niet de RS38 die naar de huidige stand van zaken als een beter alternatief wordt aangemerkt. Voorts is het de vraag of het gewraakte verschijnsel van uitbuiken rechtvaardigt dat de tussen partijen gesloten overeenkomst ontbonden zou moeten worden. De commissie beantwoordt die vraag in negatieve zin. De commissie onderkent dat het verschijnsel de consument rauw op het dak is gevallen, maar het verschijnsel moet worden aangemerkt als een producteigenschap die binnen de normen valt. De slotconclusie is dan ook dat de klacht geen doel treft.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Daarom wordt als volgt beslist.

Beslissing
De geschillencommissie:

verklaart de klacht ongegrond.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Zonwering, bestaande uit de heer mr. D.J. Buijs, voorzitter, de heer W.J.M. van den Berg, mevrouw mr. M.J. Boon, leden, op 26 januari 2022.